Vrede is ook kwestie van perceptie

Van het vredesakkoord in Bosnië zal veel afhangen, wellicht zelfs de toekomstige stabiliteit van Oost-Europa en de Russische federatie. Voor de NAVO vereist de uitvoering van het vredesakkoord echter een radicale cultuuromslag, meent Charles Dobbie. Psychologie kan de doorslag geven.

Als (áls) straks de kanonnen zwijgen en de vredesregeling voor Bosnië in werking treedt, kan de aanwezigheid van een internationale vredesmacht in het wespennest op de Balkan wel eens spoedig werkelijkheid worden. Een dergelijke onderneming vereist de militaire middelen en het technisch kunnen van de NAVO - dat wil zeggen: de NAVO met een voetnoot. Onder de paraplu van een VN-mandaat zullen NAVO-strijdkrachten samen met Russen en anderen toezicht houden op de naleving van het vredesakkoord. De belangrijkste kwestie waarvoor de NAVO zich thans geplaatst ziet, zo heb ik in een voorgaand artikel betoogd, is de opbouw van de samenwerking met Rusland voorafgaand aan de uitvoering van het vredesplan. De werkbaarheid van een samenwerkingsverband tussen NAVO en Rusland zou dan ook van cruciaal belang zijn - niet alleen voor Bosnië, maar wellicht ook voor de toekomstige veiligheid en stabiliteit in Oost-Europa en de republieken van de Russische Federatie.

Het vredeshandhavings-plan kent echter nu al ernstige ingebouwde beperkingen. De regering-Clinton zal haar militairen naar huis willen halen vóór de presidentsverkiezingen in november volgend jaar. Een vooraf vastgestelde datum voor de terugtrekking van de vredestroepen is daarom begrijpelijk, maar niet gunstig voor de operatie. Anders dan gedwongen pacificatie is vredehandhaving een subtiele aangelegenheid die geen snel optreden toelaat. Zo iets kost nu eenmaal tijd. Bekendmaking van een einddatum legt een extra druk op de uitvoering van de vredesoperatie en de bereidheid van de conflictpartijen. Een overhaast, voorbarig vertrek van de vredesmacht zou van het ene moment op het andere maanden van moeizame arbeid te niet kunnen doen. De deelnemende landen zullen daarnaast angstvallig om de hete brij van de 'taakverschuiving' heen blijven draaien - de oncontroleerbare verbreding van vredestaken tot buiten de grenzen van de beschikbare middelen - een kwaal die UNPROFOR voortdurend parten speelde. En ten derde nadert de winter op de Balkan, wat op alle betrokkenen een zware wissel zal trekken.

Gesteld dat een effectieve samenwerking tussen NAVO en Rusland mogelijk is, welke eisen zouden er dan precies aan de controletroepen worden gesteld? Wat zouden hun taken zijn, en hoe zouden ze die moeten vervullen? En waar zouden de plannenmakers op dit moment mee bezig moeten zijn?

Er moet eerst nog enig theoretisch voorwerk worden verricht. Vredeshandhaving is geen strikt militaire activiteit. Het is een onderdeel van een samenhangend diplomatiek, economisch en humanitair streven. Militaire controle-operaties in Bosnië dienen dus als aanvulling op een breed scala aan andere activiteiten, waarbij eendrachtig aan de verwezenlijking van één einddoel wordt gewerkt. Zo zouden alle vredesactiviteiten moeten plaatshebben binnen een algemeen kader van herontwikkeling en humanitaire hulp. De economische en sociale reconstructie van Bosnië door de Europese Unie is van vitaal belang voor een effectief herstel.

Wat zouden de soldaten van de controle-strijdmacht nu eigenlijk te doen krijgen? Eén ding staat vast: hun taken zullen veel verder reiken dan het patrouilleren langs bestandslinies. De militaire activiteiten zijn als volgt in te delen:

Demobilisatie. De mate waarin milities betrokken zijn bij de oorlog in Bosnië maakt een zekere demobilisatie noodzakelijk. Als burgergemeenschappen onderdak kunnen blijven bieden aan ongeregelde gewapende benden, zal het vredesproces schipbreuk lijden. Het bijeenbrengen, ontwapenen en terugbrengen in de samenleving van ex-strijders is subtiel werk en vereist vaardigheid en tact, en de inzet van troepen van het hoogste echelon.

Humanitaire hulp. De vredesmacht zal goed in staat zijn om de hulporganisaties te assisteren bij het naar huis brengen of verzorgen van vluchtelingen en het verstrekken van primaire voorzieningen - met name water, voedsel, brandstof, onderdak en medische verzorging. Op langere termijn kunnen genietroepen helpen bij de wederopbouw van openbare voorzieningen.

Militaire assistentie. Goedgetrainde militairen kunnen op allerlei manieren goede diensten bewijzen. Het lokaliseren en opruimen van mijnen kunnen zij zelf doen, naast het instrueren en uitrusten van anderen voor dat werk. Ook het heropleiden van veiligheidstroepen is zo'n taak, zij het in de Bosnische context een tamelijk heikele. Vooral de Amerikanen zijn erop gebrand de moslim-onderdelen van de Bosnische veiligheidstroepen opnieuw te trainen. Dat is begrijpelijk, gezien de kwetsbaarheid van de moslims als de Servische en Kroatische delen van het nieuwe Bosnië kiezen voor aansluiting bij de overeenkomstige republieken. Maar er worden ook wijze hoofden geschud bij het vooruitzicht dat de Amerikanen dergelijke militaire hulp gaan verlenen, om redenen die ik hieronder zal toelichten.

Want daar zit hem de kneep. In het algemeen vereist de uitvoering van de hierboven beschreven taken een aanzienlijke medewerking van de plaatselijke bevolking. Samenwerking zal geboden zijn, en niet dwang. De uitvoering van het Bosnische vredesakkoord zal dus eerder een kwestie zijn van verzoening dan van brute kracht. Van winnaars of verliezers kan geen sprake zijn: voor de begrippen zege en nederlaag is geen plaats in het vocabulaire van de vredesmacht.

Nu zijn samenwerking, instemming en verzoening niet het soort operationele criteria die men normaal gesproken associeert met machtsuitoefening door NAVO-strijdkrachten. Voorheen hing de politieke geloofwaardigheid van de verdragsorganisatie altijd af van haar vermogen oorlog te voeren. De vredestaak in Bosnië vraagt qualitate qua een radicale cultuuromslag, in de eerste plaats in het denken van de NAVO-generaals. De hoofdcriteria van een vredestaak vereisen immers een algehele neutraliteit, die op gespannen voet staat met Amerika's plan om Bosnische moslims te trainen en uit te rusten. Ze vereisen strikte controle op het gebruik van geweld, wat uitspraken over een flexibel, lean and mean, vredesleger ontmaskert als misplaatste macho-taal. Ze vereisen openheid. Ze vereisen respect voor de belangen van de vroegere oorlogvoerende partijen en de gemeenschappen waaruit die voortkomen. Kortom, ze vereisen een consequente toepassing van de beginselen van de vredeshandhaving. De NAVO zal dus een geheel andere rol moeten spelen dan bij eerdere pacificatie-operaties. Deze radicaal andere aanpak zal voor zowel de NAVO als voor Rusland grotendeels onbekend terrein zijn, dat vooraf zorgvuldig dient te worden verkend.

Heeft dit nieuwe denken eenmaal ingang gevonden, dan kunnen militaire bevelhebbers en plannenmakers gepaste voorrang verlenen aan de weinig tastbare maar niettemin belangrijkste technieken van vredeshandhaving. Per slot van rekening is het de perceptie van de bevolking waar het bij de uitvoering van een vredesakkoord om gaat. Wanneer men zich dit uitgangspunt eigen maakt, worden de in hoge mate psychologische technieken van onderhandelen, bemiddelen en verzoenen, van communicatie, burgerzaken, gemeenschapsbetrekkingen en voorlichting, ineens van accessoires tot primair gereedschap.

De NAVO, Rusland en de andere betrokken partners moeten zich nu over deze kwesties gaan buigen. Daarvoor zijn intellectuele durf en verbeeldingskracht nodig. Als het operationele concept van de vredesmacht straks niet is gebaseerd op een juist begrip van wat vredeshandhaving inhoudt en vereist, is het initatief gedoemd te mislukken. En als dat gebeurt, kunnen de gevolgen wel eens buitengewoon onverkwikkelijk zijn.