Supporter

Over Nick Hornby en zijn fameuze boek Fever pitch heb ik al eens eerder geschreven, maar zolang ik niet massaal wordt teruggefloten, kom ik er af en toe op terug. De leraar uit Cambridge is kennelijk een intellectueel, maar als supporter van Arsenal een groot kind. Hij realiseert zich dat wel, maar kan en wil dat grote kind blijven dat thuiswedstrijden op Highbury prefereert boven vrijwel alles in de wereld. In 1989 is hij maar in beperkte mate een volwassen man met een goede baan en verantwoordelijkheden. Hij kan zich niet langer verschuilen achter begrippen als 'jeugd' en daarbij behorende zonden. Hij schrijft dat voetbal nog steeds een tirannie over hem uitoefent. Zijn naaste familie en vrienden weten sinds lang dat bijeenkomsten als bruiloften, geboortefeesten en dergelijke pas kunnen worden vastgesteld nadat het thuiswedstrijdenlijstje van Arsenal is geconsulteerd. Met 's mans handicap wordt rekening gehouden en hij vindt dat ook logisch. “Indien ik in een gehandicaptenwagentje zou zitten dan zou niemand mij inviteren voor een bijeenkomst op de bovenste etage van een groot flatgebouw, dus doet men dat ook niet op een zaterdagmiddag in de winter.”

Maar er zijn altijd mensen die niet in voetbal en Arsenal geïnteresseerd zijn. Dus krijgt Hornby af en toe toch invitaties die hij onmogelijk kan aannemen. Hij realiseert zich best dat het argument dat Sheffield United op Highbury op bezoek komt geen overweldigende indruk op anderen zal maken. Probleem is ook dat sommige wedstrijden plotseling opduiken: over te spelen bekerwedstrijden die gelijk zijn geëindigd, matches die van de zaterdag naar de zondag zijn verschoven omdat ze zo nodig op de televisie moesten worden uitgezonden. Soms moet hij anderen pijn doen. Op de dag van Arsenal-Charlton Athletic was hij uitgenodigd voor een verjaardag van een goede vriend, samen met slechts vier anderen. Hij belde de jarige op, legde een en ander uit en hoopte op absolutie. Maar hij ontving het ellendigste antwoord dat hij had kunnen krijgen: “Je moet zelf maar uitmaken wat het zwaarste weegt. Ik zei zwakjes dat ik erover zou denken, maar beiden wisten we dat ik dat juist niet zou doen; ik wilde naar Arsenal en ontmaskerde mijzelf als een grote egoïst. Achteraf was ik trouwens blij dat ik was gegaan, want Paul Davis scoorde een van de mooiste goals uit zijn carrière: een duikende kopstoot na een sprint over vijftig meter.”

Hornby heeft ooit een wedstrijd gemist, maar toen zat hij op een congres aan het andere eind van de wereld. Ziekte kwam nog nooit storend tussenbeide. Griep of een verstuikte enkel hielden hem niet thuis. Als dat zo doorgaat, ziet hij zichzelf in het jaar 2025 op de divan liggen bij een ongelovige psychiater, die niet kan geloven dat Arsenal altijd eerst kwam in zijn leven. Zijn grote vrees is dat hij een keer echt moet verzuimen. Zijn broer, die een vaste baan heeft van negen tot vijf, zit ook altijd op de tribune, maar het is een kwestie van tijd of hij zal een keer verstek moeten laten gaan, omdat een bespreking op een woensdagavond een paar uur uitloopt. Hij zal dan tandenknarsend aan een lange tafel naar zijn memoblok zitten staren, terwijl Paul Merson van een vijandelijke verdediger gehakt maakt. Kan mij dat ook overkomen, vraagt Hornby zich af. “Mijn uitgever mag redelijkerwijze niet van mij eisen dat ik over dit soort Arsenal-neuroses schrijf en ten behoeve van zijn publiciteitscampagne een paar wedstrijden op Highbury mis. Hij moet begrijpen dat ik gestoord ben. Intussen ben ik geen sportjournalist. Evenmin ben ik een arts of een ondernemer, maar zeker geen sportjournalist. Was ik dat wel, dan zou ik moeten schrijven over Barcelona tegen Liverpool op een ogenblik waarop ik Arsenal op Highbury tegen Wimbledon zou willen zien.”

Nick Hornby, een kostelijke gek. Bovenal: een supporter van slechts die enkele club in dat ene stadion.