Straver op rand van ravijn door steun aan 'zijn' CID

DEN HAAG, 17 OKT. Hij staat onder collega's bekend als de vriendelijkste en beminnelijkste onder de 26 korpschefs. De onvoorwaardelijke en vaak emotionele steun die hoofdcommissaris Ries Straver (51) van politieregio Kennemerland gisteren tegenover de enquêtecommissie uitsprak aan het adres van zijn manschappen - die het verhoor massaal in de kantine van het Haarlemse hoofdbureau volgden - heeft dat beeld nog eens bevestigd.

Straver staat hartverwarmend pal voor zijn korps dat de afgelopen weken - inderdaad niet altijd even fijnzinnig - voor de enquêtecommissie door politie en justitie in Amsterdam en de Fiod is besmeurd. Maar de naakte feiten die gisteren over tafel gingen, pleitten bepaald niet in zijn voordeel.

De hoogste baas van de uitvinders van de IRT-methode - de agenten van zijn criminele inlichtingendienst (CID) Langendoen en Van Vondel - meende dat zijn korps “door voortdurend lekken” van politie-informatie is “gecriminaliseerd”. Dat alles diende maar één doel. De werkmethode van het in 1993 ontbonden IRT-politieteam wordt “zo zwart mogelijk afgeschilderd” om alsnog te rechtvaardigen dat 'Amsterdam' destijds terecht besloot dit eerste interregionale rechercheteam naar huis te sturen omdat zij op ongeoorloofde wijze werken.

Maar het vooral door Amsterdam geschetste “zwarte” beeld van de activiteiten van het IRT, werd door Straver op geen enkele manier inhoudelijk weersproken. Voor zover hij er de afgelopen maanden kennis van had genomen, bleek ook Straver op vrijwel alle punten afstand te nemen van het werk dat met name zijn CID de afgelopen twee jaar onder andere voor het IRT uitvoerde.

De Haarlemse korpschef vertelde bijvoorbeeld compleet verrast te zijn geweest toen hij begin dit jaar - anderhalf jaar na het opheffen van het oude IRT - hoorde dat zijn CID'ers in Rotterdam verder werkten met de methode waarbij een infiltrant door het op de markt brengen van drugs het vertrouwen probeert te winnen van een criminele organisatie. “Ik was laaiend”.

Dat Straver tot eind 1993 geen oog had voor “de barre werkelijkheid en de enorme vlucht die het CID-werk nam” is gelet op zijn achtergrond begrijpelijk. Straver is net als zijn collega's Nordholt (Amsterdam) en Wiarda (Utrecht) vooral een man geweest voor de wijkagenten. Hij koos “voor de veiligheid in de stad”. De prioriteiten die de minister en het parlement begin jaren negentig toekenden aan de bestrijding van de zware misdaad leidde niet tot een bijstelling van hun aandacht binnen het korps. Zo konden Langendoen en Van Vondel - in een een-tweetje met de eveneens binnen het openbaar ministerie geïsoleerd opererende CID-officieren van justitie - geheel eigengereid aan het rechercheren slaan. Met onthutsende gevolgen, zoals dag na dag duidelijker wordt.

Zo blijkt Van Vondel, hoewel hij na de IRT-affaire een particulier detectivebureau was begonnen, nog maanden daarna betrokken te zijn geweest bij verscheidene operaties van de Haarlemse CID. In de Rotterdamse operatie-Bever springt hij in de tweede helft van 1994 in als begeleider van de informant. En in de zaak van de sigarettensmokkel, waarvan Straver ook gisteren volhield dat het een onderzoek van de Fiod betrof, blijkt Van Vondel in het bezit te zijn geweest van documenten die op deze zaak betrekking hebben. Straver moest het bevestigen, maar verklaren kon hij het niet.

Dat zijn CID criminele infiltranten hun winsten liet behouden is Straver destijds nooit gebleken. Hij vindt het niettemin te verdedigen, omdat er volgens hem geen alternatieven zijn. Maar dat het 'koningskoppel' Langendoen & Van Vondel ook de aanschaf van auto's en telefoons met crimineel geld financierden, is volgens de Haarlemse politiechef onder geen beding goed te praten. En alweer moest Straver een pijnlijke bekentenis doen: “Ik hoorde er pas in augustus van dit jaar van.”

De kennis van de vele Haarlemse 'CID-trajecten' waarvan Straver verstoken bleef, is volgens hem te wijten aan het feit dat de CID-cultuur wordt gedomineerd door een straffe geheimhouding. Niettemin bekende hij gisteren aan de commissie dat hij begin dit jaar na nieuwe onthullingen over zijn CID tot een overplaatsing van de chef zou zijn overgegaan. Maar dat was niet meer nodig, zei Straver, want Langendoen was inmiddels al ergens anders werkzaam: een half jaar eerder was hij gepromoveerd tot tweede man van het kernteam in Haarlem dat het onderzoek naar de erven-Bruinsma heeft overgenomen.

Zelfs een van de weinige 'positieve' punten die Straver gisteren kon melden bleek een vervelende keerzijde te hebben. Anders dan de laatste weken is gesuggereerd, blijkt zijn korps betrokken te zijn geweest bij de import van 'slechts' 100.000 kilo soft drugs. Veel minder dan de 293.000 kilo die de Amsterdamse officier van justitie Teeven noemde. Maar daar staat tegenover dat W. Broer, lid van de Haarlemse korpsleiding, nog maar twee weken geleden stelde dat van deze import “hooguit” 50.000 kilo op de markt kwam. Helaas: Straver rekende voor dat zijn korps 70.000 kilo in het milieu liet verdwijnen.

En ten slotte moest Straver beamen dat er een zaak met zijn voormalige CID-chef open staat die zich op het grensvlak van belangenvermenging en nepotisme bevindt. Bekend is al geworden dat de 'dekladingen' van de vele drugscontainters die de Haarlemse CID invoerde gratis ter beschikking werden gesteld aan een Belgische limonadeproducent. Deze Belg is enkele jaren geleden een front store-achtige zusteronderneming in Zuid-Amerika begonnen, om de invoer van de sappen - die toch met de drugs meekwamen - zo gestroomlijnd mogelijk te laten verlopen.

Gisteren bleek dat Langendoen hierin een mooie kans had gezien een familielid te helpen. Zijn zus, die Spaans spreekt en “aan een nieuwe start in haar leven toe was”, zoals Straver het aandoenlijk verwoordde, bleek in Zuid-Amerika een baan bij de betreffende saphandelaar te hebben gekregen. Het was “verschrikkelijk onverstandig”, zei Straver, maar nog altijd was hij ervan overtuigd dat Langendoen “koosjer” is.

Uit het verhoor van Straver bleek dat hij zijn lot impliciet verbonden heeft aan het oordeel dat de rijksrecherche velt over het handelen van zijn CID. Dat oordeel kan nauwelijks anders dan vernietigend zijn. Door de topman van het OM, Docters van Leeuwen, is tegenover de verantwoordelijke Haarlemse justitie-functionarissen al geschermd met het “hakblok”. Eerder dit jaar heeft Straver het verzoek van staatssecretaris Kohnstamm afgewezen om Docters van Leeuwen als hoofd van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) op te volgen. Hij wilde zijn in de vuurlinie liggende korps niet in de steek laten. Na gisteren is duidelijk dat zijn solidariteit hem aan de rand van het ravijn heeft gebracht.