Records nu al gebroken op veiling in Baden-Baden

De familie van Maximilian markgraaf van Baden veilt de inboedel van het kasteel: een legioen van spullen - van prullaria tot kostbare kunstwerken - komt onder de hamer.

Veiling iedere dag tot 21 okt om 10u en 15u in Neues Schloss, Baden-Baden, Duitsland

BADEN-BADEN, 17 OKT. Voor de eerste zij-ingang van het al decennia totaal verlaten Neues Schloss van de markgraaf van Baden-Baden mag niemand parkeren. Gehaast lopen mensen naar de vijftig meter hoger gelegen hoofdingang. Hier houdt veilinghuis Sotheby's de grootste veiling uit zijn geschiedenis: 25.000 stukken die al tientallen jaren opgeslagen liggen in de 260 vertrekken van het Neues Schloss. Van schitterende tot door generaties wormen aangevreten, wrakkige meubels, van kristal en glaswerk tot schilderijen van oude meesters en prullaria, van brede wandkleden tot oude uurwerken. Er is een legioen van soms foeilelijke porseleinen beesten, mooi gevatte, goed bewaarde maar ook wel dof-barstige spiegels, serviezen uit Meissen en van gewone pottenbakkers, draagkoetsen, zilver, wapens en ga zo maar door.

Kortom: wat een grote oude, uit de twaalfde eeuw stammende Duitse adellijke familie in de loop van de laatste drie eeuwen bijeenkocht, kreeg of toeviel. Of in bewaring nam toen de adel in 1918 in Duitsland, na het vertrek van de laatste keizer formeel werd afgeschaft, in financiële problemen raakte en op grote schaal kastelen en inboedels verspeelde.

De Frankfurter Allgemeine Zeitung omschreef het fikse aandeel 'aristo-junk' in de nu te veilen mammoetcollectie te Baden-Baden beschaafd als genealogie-Memorabilia. Een teleurgesteld naar zijn land terugkerende Amerikaanse belangstellende zei het kernachtiger, maar toch met begrip: “One man's trash is another man's treasure”.

De familie van Maximilian markgraaf van Baden (62), die een neef is van de Britse kroonprins en zelf in Slot Salem aan de Bodensee woont, is als eigenaar van landerijen, bossen en machinefabrieken weliswaar niet armlastig, maar heeft door economische tegenwind toch een schuld van 264 miljoen mark opgelopen. Dus moesten snel een aantal landerijen en fabrieken en echt alles uit het Neues Schloss worden verkocht, concludeerde zijn nieuwe financiële manager vorig jaar.

Graaf Max, wiens vrouw Valerie een achterkleindochter van de laatste Oostenrijkse keizer Franz Josef en keizerin Elisabeth (Sisi) is, had het slot met inhoud liefst in één hand willen laten. Hij wilde de opgestapelde collectie voor 80 miljoen mark en het verwaarloosde slot voor nog eens 20 miljoen overdoen aan de deelstaat Baden-Württemberg. Maar die wordt geregeerd door een coalitie van CDU, die ja zei, en SPD, die nee zei.

Daarom riep de markgraaf Sotheby's afgelopen zomer te hulp. Zijn verre neef Christoph graaf Douglas is daarvan in Duitsland chef en eerste veilingmeester. Vervolgens bleek, vorige maand, de regionale regering in Stuttgart alsnog bereid om voor 45,5 miljoen mark enkele dure stukken uit het al klaargemaakte veilingpakket te kopen. Zoals vijf beroemde altaarpanelen van Bernhard Strigel, wegens 'hun bijzondere betekenis voor Baden-Württemberg', voor het Landesmuseum te Karlsruhe (12 miljoen mark).

Overigens zijn de mooiste stukken de eerste veilingdagen al direct weggegaan, vaak voor zeer hoge prijzen, wonderlijk veel hoger dan de lage en lokkende bedragen die - dat blijkt heel slim geweest - in de catalogus zijn gezet. De voorzichtig op 30 miljoen mark geraamde opbrengst was zodoende na twee dagen al overschreden. Waarmee ook het Duitse record dat Sotheby's twee jaar geleden vestigde met de verkoop van een deel van het bezit van de jonge weduwe Gloria von Turn und Taxis (30 miljoen mark) meteen gebroken was.

Spectaculaire voorbeelden uit de eerste dagen van Sotheby's veiling in Baden-Baden? Een uit 1750 daterende Franse ivoren schoorsteenklok (Louis XV) met olifant en fluitmuziek, ingezet op 150.000 tot 200.000 mark, ging op de eerste dag weg voor 483.000 mark. Een even oud Zuidduits schaak- en spellenbord, ingezet op 15 tot 25.000 mark, bracht 322.000 mark op. Een Zweedse ovale guéridon- of theetafel van Georg Haupt, ooit gemaakt voor koning Gustav III, ingezet op 200.000 tot 300.000, kreeg de volgende dag voor anderhalf miljoen mark een nieuwe eigenaar (naar verluidt: de huidige Zweedse koning).

Intussen, een goede week later, staat de teller op ruim 65 miljoen. De mensen die zich nu naar de biedersregistratie haasten, en verder naar de broeierige veilingtent op het slotplein zijn veelal gewone 'kleine kopers'. Zij komen af op de ruim 8.000 voorwerpen die op duizend mark of minder worden ingezet.

Waarom komen zij? Is het nostalgie naar verdwenen vorstelijke tijden, behoefte een eigen 'deel' Duitse geschiedenis thuis aan de muur te hangen, op zondag koffie te drinken uit een kopje dat de keizerin ooit ook aan de mond moet hebben gehad? Is het de grote aandacht die de veiling via knap p.r.-werk van Sotheby's in de media kreeg, de verhalen over de 19 vrachtwagens die nodig waren om de catalogus-cassettes naar München te vervoeren?

Die kleine bieders krijgen er, als de zoveelste veilingdag om tien uur 's morgens eenmaal is begonnen, behoorlijk van langs. De Zwitserse veilingmeesteres Irene Stoll hakt er direct stevig in. “Wat, u biedt al niet meer?, maar dit is uw laatste kans”, roept zij tegen nerveuze bieders die even aarzelen of zij voor een op 800 mark ingezet kunstwerk werkelijk nog boven de 5.000 DM zullen gaan. Kinderen lachen, gezinshoofden haken af of bieden verder. Tot zij net, of net niet, een kunstwerkje voor tien of meer keren inzetwaarde hebben bemachtigd. Zo gaat het nu eenmaal op deze veiling: als je 'gisteren' wilt kopen om morgen gelukkig te zijn, kun je vandaag op blaren komen te zitten.