Op naar het voorjaar

DE ZEKERHEID VAN het najaarsoverleg is dat het altijd gevolgd wordt door een voorjaarsoverleg. Zo draait de carrousel van de overlegeconomie ook onder het sociaal-liberale kabinet gewoon door.

De halfjaarlijkse ontmoeting tussen een zware delegatie uit het kabinet met de sociale partners heeft een steeds gewoner karakter gekregen. Dat is een goed teken. In het verleden werden er rondom het centraal overleg veel verwachtingen gewekt. Alles draaide om de vraag of er een centraal akkoord tot stand zou komen. Inmiddels zijn alle bij het overleg betrokken partijen tot de overtuiging gekomen dat - althans op dit moment - overkoepelende afspraken weinig effect sorteren. Het gaat om de richting en daarover zijn de vertegenwoordigers van de werkgevers, de werknemers en het kabinet tamelijk eensgezind.

De gezamenlijke verklaring die de centrale werkgevers- en werknemersorganisaties vorige week publiceerden was tekenend voor de huidige stemming. Zij bevestigden een “verantwoorde loonkostenontwikkeling” na te streven en spraken daarnaast met het oog op de werkgelegenheid de intentie uit zich tijdens het arbeidsvoorwaardenoverleg sterk te maken voor het verder creëren van lagere loonschalen in de CAO's. Met deze verklaring wilden de vakbonden en werkgeversorganisaties voorkomen dat het kabinet serieus werk zou maken van het eerder geuite dreigement CAO's op onderdelen niet meer algemeen verbindend te verklaren.

GETUIGE DE UITKOMST van het overleg van gisteren zijn de sociale partners hierin wonderwel geslaagd. Minister Melkert van sociale zaken en werkgelegenheid heeft de CAO-partijen opnieuw respijt gegeven. Het is allereerst aan henzelf iets te doen aan het verschil van gemiddeld 15 procent tussen het minimumloon en de laagste CAO-schalen. Op dat punt is het afgelopen CAO-seizoen zeker het een en ander gebeurd. In veel CAO's zijn nieuwe, lagere loonschalen opgenomen. Maar dit zegt nog weinig over het aantal mensen dat hierdoor aan het werk is gekomen. Daarvoor is meer dynamiek nodig. Dynamiek die juist op gespannen voet staat met de gesloten arbeidsmarkt die de organisaties van werkgevers en werknemers met behulp van de algemeen-verbindendverklaring keer op keer in stand weten te houden.