'Olie-embargo heeft bijdrage geleverd aan einde apartheid'

AMSTERDAM, 17 OKT. Het olie-embargo tegen Zuid-Afrika heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de opheffing van de apartheid. Dat is de mening van de voorzitter van het Zuidafrikaanse parlement, Frene Ginwala. Zij sprak gisteren op het symposium dat het Shipping Research Bureau (SRB) in Amsterdam had georganiseerd ter gelegenheid van de presentatie van het boek Embargo. Apartheid's oil secrets revealed, dat is samengesteld door twee onderzoekers van het SRB, Richard Hengeveld en Jaap Rodenburg.

Het SRB controleerde van 1980 tot 1993 de naleving van het olie-embargo tegen Zuid-Afrika. Dat was in 1979 ingesteld door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, die echter - anders dan de VN-Veiligheidsraad - niet machtsmiddelen kan inzetten om het af te dwingen. In die periode traceerde het bureau 865 schepen die ondanks het embargo toch olie afleverden in Zuid-Afrika. De voorzitter van het SRB, Cor Groenendijk, schatte gisteren dat dit vijftig tot zestig procent was van de totale oliestroom naar het land.

In het boek wordt een beeld geschetst van de geheime olieleveranties en van de methodes waarmee het SRB de 'overtredingen' aan het licht bracht. De Zuidafrikaanse president, Nelson Mandela, schreef het voorwoord. “Het importeren van ruwe olie was van vitaal belang voor het overleven van de apartheid”, aldus de president. “Het olie-embargo was daarom een van de belangrijkste sancties tegen het apartheidsregime.”

Economische sancties zijn de afgelopen jaren een steeds vaker gebruikt drukmiddel geworden in de internationale politiek. Vanaf de oprichting van de Verenigde Naties in 1945 tot augustus 1990 stelde de VN-Veiligheidsraad slechts twee maal collectieve sancties in, namelijk tegen zuidelijk Rhodesië en Zuid-Afrika (embargo op de levering van wapens). Op 1 januari 1994 waren er echter al acht door de Veiligheidsraad opgelegde embargo's van kracht, onder andere tegen Servië, Irak, Libië en Haïti. Over de effecten van het gebruik van dit 'vreedzame wapen' is nog maar weinig bekend.

Frene Ginwala wees er in haar betoog op dat de olie-boycot tegen Zuid-Afrika niet alleen de blanke regering trof, maar ook het arme, zwarte bevolkingsdeel. Zij wees er echter op dat de bevolking, anders dan bijvoorbeeld in het geval van Irak, zelf om sancties had gevraagd, opdat de apartheid eerder zou worden afgeschaft. Volgens Ginwala mogen economische sancties alleen worden gebruikt in combinatie met politieke of diplomatieke drukmiddelen.

De hoogleraar mensenrechten aan de Rijksuniversiteit Utrecht, Peter Baehr, en de volkenrechtexpert Nico Schrijver, die werkt bij het Institute of Social Studies in Den Haag, deelden haar mening. Zij onderstreepten dat boycots en embargo's ook schade toebrengen aan landen waartegen zij niet zijn gericht. “Het is makkelijk voor een embargo te zijn als je zelf niet afhankelijk bent van het geboycotte produkt”, aldus Baehr.

Schrijver ging op de juridische aspecten van economische sancties. Hij onderstreepte dat de Veiligheidsraad als enige orgaan van de VN het recht heeft de lidstaten te verplichten tot embargo's en boycots. Daarbij wees hij erop dat de mogelijkheid tot het nemen van economische sancties oorspronkelijk was geschapen om de internationale vrede te handhaven - een van de taken van de Veiligheidsraad - maar tegenwoordig steeds vaker dient als middel om het gedrag van een land te beïnvloeden. Schrijver pleitte ervoor dat de VN meer mogelijkheden krijgt om de naleving van economische sancties te controleren en stelde voor in VN-verband commissies in te stellen die werken zoals het inmiddels opgeheven Shipping Research Bureau.

    • Claudia Kammer