Nooit was de zee zo kaal

Marit Törnqvist: Klein verhaal over liefde. Uitg. Querido. Prijs ƒ 25,-

Mara en Esther de Rijk: Onderbroeken met stippels. Uitg. Lemniscaat. Prijs ƒ 22,50

Lucy Cousins: Za-za's babybroertje. Uitg. Leopold. Prijs ƒ 27,50

Wat we zien is niet zo veel en tamelijk raadselachtig: een meisje zittend op een paal midden in zee en boten met allerhande passagiers. Kotsende zeemannen, rood-wit-blauwe feestvierders, een toren van acrobaten, een zwarte man met een doodskist, een visser met een rek visjes, een Mexicaansig manspersoon in een bootje vol bananen en ananassen. Dan komt er een bootje als een huisje dat langzaam dichterbij komt in veelbelovend roze en weer wegvaart in steeds grijzer wordend blauw. Daarna is de wereld heel grijs geworden, de lucht, de zee, het gekromde meisje op haar paal. Wat is er gebeurd? We zouden het wel zelf kunnen verzinnen misschien, maar dat hoeft niet want er is een kort tekstje dat zegt dat er een man in deze boot zat. En: “De man lachte naar haar.” Daarna voer hij weg: “Wat werd de zee toen kaal! Nog nooit was de zee zo kaal geweest.”

Klein verhaal over liefde heet het eerste echt helemaal eigen boek van Marit Törnqvist, die we al kenden als illustrator van onder andere haar moeders boeken (Rita Törnqvist). Dit kleine verhaal is, zou ik zeggen, eerder een klein verhaal over verlangen dan een klein verhaal over liefde. Liefde is wat anders, bij liefde hoort nabijheid en iemand kennen, maar wie een huis voor twee gaat bouwen omdat zij een glimlach heeft opgevangen, die snakt naar een ander leven. En dat dit meisje snakt, zagen wij al aan het dromerig roze waarin de man met de glimlach naderbij kwam.

In een keer is het leven van het meisje op de paal van afwisselend, dor en doods geworden. Al die bootjes die langskomen met al die verschillende aanbiedingen en personages, ze laten haar nu onverschillig. Het moet wel heel erg zijn met de verliefdheid als men zelfs niet meer in wil gaan op iemand die uitnodigend glimlachend met een kopje thee en een gloeiende kachel komt langs varen - zoiets zou toch heel troostrijk kunen zijn. Dat ze geen zin heeft in de Pasja-achtige figuur met de baard en de verleiderslach die zichzelf wulps op een matras heeft uitgespreid valt weer wel te begrijpen: wie verliefd is op een man met een glimlach en een huisjesboot, laat zich niet troosten met dergelijke oosterse zwoelheid.

Het verlangen van het meisje kleurt de hele wereld. Eerst was er alles in, vreugde, verdriet, rijkdom, plezier, armoede - nu is er alleen nog maar een gemis. Het huisje voor twee dat het meisje op haar paal begint te bouwen is vormgegeven verlangen. “Maar hoe ze ook bouwde en bouwde, de man bleef aan de horizon. En het huis op de paal werd groter en groter en nog groter.” Uiteindelijk stort de boel in en drijft het meisje weg op een vlot. Naar de horizon. Naar wie weet.

De tekeningen van Marit Törnqvist zijn prachtig, subtiel van kleur, beweeglijk van verf, met een mooie mengeling van helderheid en vaagheid. De vanzelfsprekendheid waarmee het meisje op de paal woont, een manier van leven waar verder geen enkele inlichting over verstrekt wordt, is innemend en juist die kaalheid en het gebrek aan uitleg maken het boekje zo vol van betekenis. Het gaat op een onnadrukkelijke manier over het leven, over de vanzelfsprekendheid van de kindertijd en de eigen plek, het rozige verlangen van jeugd, de teleurstelling van de liefde, het op weg gaan het leven in zonder te weten hoe en waarheen. De enige vraag is of de tekst nodig was. Veel tekst is er sowieso niet, maar juist bij zo'n spaarzaam woordgebruik komt het erg op elk woord aan. Dan moeten die paar zinnen werkelijk heel bijzonder zijn, als poëzie. Maar zo sterk zijn ze niet, al zijn ze niet slecht. Het is geen groot bezwaar, want het boekje blijft uitnodigen om naar te kijken en bij te fantaseren.

De tekst is overigens een veel voorkomend probleem van het prentenboek. Er wordt vaak buitengemeen leuk en bijzonder getekend, maar lang niet altijd even geweldig geschreven. Neem Onderbroeken met stippen van Mara en Esther de Rijk. Heerlijke bomvolle, brutaal-fleurige tekeningen; stippels en taartjes, visjes, vorken, koekjes en mutsen rollen over de bladzijden en even denkt men verheugd een echt spetterend heerlijk prentenboek in handen te hebben. Maar jammer genoeg is dat niet het geval. De teksten zijn aardig maar heel lang en volkomen middelmatig en dat kunnen de tekeningen niet hebben. Want anders dan die van Marit Törnqvist hebben ze geen diepte, ze hebben alleen maar vrolijk oppervlak.

Misschien is het zo dat wie heel goed tekent vaak ook nog per se iets heel bijzonders wil schrijven. Terwijl soms tekeningen sterk genoeg zijn om door gewone, korte, niet overheersende tekst begeleid te worden. Zoals te zien in Lucy Cousins hartveroverende Za-za's baby broertje, waarin hoegenaamd niets bijzonders staat. Het verhaaltje dat er verteld wordt is ook niks nieuws (zebrakind krijgt zebrabroertje, is eerst jaloers, verzoent zich uiteindelijk) maar de tekeningen! Oh, wat zijn die leuk en hartveroverend (de minuscule baby! het lieve gezicht van Za-za!) - die hebben genoeg aan het allergewoonste ter begeleiding.

Marit Törnqvist mikt hoger met haar boek dan de andere twee, en ze is daarin ook geslaagd. Maar misschien zou een woordeloze liefde in dit geval toch beter geweest zijn.

    • Marjoleine de Vos