Nigeria begint schoonmaak in de mafiose banksector

LAGOS, 17 OKT. Wie wil er een bank kopen? Later deze maand veilt de Centrale Bank van Nigeria zeventien banken. De regering sloot deze banken twee maanden geleden en tien andere vorig jaar. De corruptie en de recessie hadden de banken te gronde gericht. De reiniging van het banksysteem lijkt begonnen, nog dertig andere banken zijn in moeilijkheden.

Nigeria telde tien jaar geleden ongeveer veertig banken. Vier jaar later waren dat er 120. De toenmalige generaal Babangida stelde in 1988 de banksector open voor de geldbaronnen. “De banksector werd één grote bonanza”, legt een bankier in Lagos uit. “De meeste banken waren eigendom van lui van twijfelachtig karakter. Achter iedere bank zat doorgaans een generaal uit het militaire regime of een ambtenaar van de Centrale Bank. Het waren mafioso.” Vijfenzestig van deze bankiers zitten inmiddels achter de tralies.

Het geheim achter de goudmijn die de banksector was, is simpel. De Centrale Bank verkocht wekenlijks harde valuta tegen de officiële koers aan de zogenaamde forexbanken, die deze vervolgens met vele honderden procenten winst doorverkochten op de vrije markt. “De banken deden dit illegaal, maar het was voor iedereen een open geheim”, vertelt een bankier. “Hoge ambtenaren van de Centrale Bank werkten mee en ontvingen hun aandeel.”

De eigenaars van de banken richtten veelal fictieve bedrijven op om zo voor deze ondernemingen het maximale aan harde valuta te mogen kopen van de Centrale Bank. Zij kenden zichzelf leningen toe voor de bouw van villa's, de aanschaf van dure automobielen en reisjes naar Europa. “Steeds meer mensen in het banksysteem gingen plunderen”, vervolgt de bankier, “waarna het systeem in 1993 ineenstortte. De banken konden hun onderlinge leningen niet meer nakomen, ze konden hun spaarders niet meer uitbetalen, het vertrouwen in het banksysteem was verdwenen. De Micky-Mousebanken gingen één voor één ten onder.”

Het drama rond de banken geeft een indicatie voor de rest van de Nigeriaanse economie. Nigeria heeft de naam een van de meest corrupte staten van Afrika te zijn, weinig Nigerianen zullen dat bestrijden. Het gaat om hoge bedragen. Een onderzoek vorig jaar ingesteld door de huidige militaire president, generaal Sani Abacha, onthulde dat in zes jaar de uitgave van 12 miljard dollar overheidsgelden niet kon worden verantwoord. Een aanzienlijk deel van dit bedrag moet verdwenen zijn in privé zakken. Deze corruptie had plaats gedurende het regime van generaal Babangida (1985-1993), waar Abacha deel van uitmaakte. Babangida had de naam een ruimhartig financieel beleid te voeren voor een grote groep belangenbehartigers om zich heen.

Het vruchtbare Nigeria is rijk aan olie en gas - ruim 90 procent van de export is olie - en telt rond de honderd miljoen inwoners. Er zal dus altijd veel geld in omloop zijn en het land zal een aantrekkelijke markt blijven voor buitenlandse investeerders. De gouden tijden van de oilboom in de jaren zeventig - toen een vat olie meer dan het dubbele opbracht van nu - zijn echter allang voorbij. De recessie, politieke instabiliteit en het zwenkende economische beleid schrikken de investeerders in vrijwel alle sectoren behalve de olie af. Het land heeft een schuldenlast van meer dan dertig miljard dollar.

Bij de presentatie van de begroting begin vorig jaar herintroduceerde de regering strikte regels voor het geldverkeer, zoals een kunstmatige wisselkoers. Daarmee werd het door Babangida toch al halfhartig uitgevoerde IMF-beleid overboord gegooid. De ommezwaai van 180 graden veroorzaakte verwarring en uiterst negatieve reacties van de zakenwereld.

In de regeringsplannen dit jaar wordt het beleid opnieuw gewijzigd ten gunste van de vrije markt, investeerders noemen de beleidswijziging positief maar reageren afwachtend. Er wordt de laatste jaren vermoedelijk meer gedesinvesteerd in Nigeria dan geïnvesteerd. In de farmaceutische industrie trokken de afgelopen twee jaar enkele bedrijven zich terug als Sterling Health Oversees, Wellcome en Glaxo, in de financiële sector Standard Chartered, Barclays en American Expess en onder de automobielbedrijven Volkswagen.

De produktie in de industriële sector ligt rond de 25 tot 30 procent van de capaciteit. “We moesten vorig jaar 23 procent van onze werknemers ontslaan”, vertelt de manager van een groot internationaal levensmiddelenbedrijf. Hassan Adamu, voorzitter van de Manufacturers Association of Nigeria, verzuchte eerder dit jaar dat “we in onze sector hard op weg zijn naar de rand van de afgrond”. “In 1994 moesten 270 van de leden van mijn organisatie hun bedrijven sluiten.” De cementproduktie liep dit jaar 25 procent terug. Zelfs de produktie van 's lands grootste bierbedrijf nam dit jaar voor het eerst twintig procent af.

Jarenlang investeerde de overheid niet in de infrastructuur, Nigeria begint een vervallen indruk te maken. De kwaliteit van sociale sectoren en andere overheidsdiensten steekt ongunstig af bij menig arm Afrikaans land dat niet jaarlijks kolossale bedragen aan olie-inkomsten onvangt. Eén op de vijf kinderen sterft vóór het vijfde jaar, een hoger percentage dan in andere ontwikkelingslanden. De helft van de bevolking is analfabeet en steeds minder kinderen gaan naar school. In de ziekenhuizen heersen tekorten aan medicijnen en op de scholen en universiteiten moeten leerlingen het veelal stellen zonder water, elektriciteit en schoolboeken.

Stakingen, zoals vorige maand in de onderwijssector en bij vuilnisophalers in Lagos, zijn aan de orde van de dag. De gewelddadige misdaad neemt niet alleen in de metropool Lagos maar in alle steden snel toe door de sociale crisis. De inflatie van rond de honderd procent op jaarbasis maakt voor de meeste Nigerianen van het leven een strijd. Het inkomen per hoofd van de bevolking daalde sinds 1980 van boven de duizend dollar tot driehonderd dollar. Een arbeider verdient gemiddeld veertig gulden per maand. De middenklasse die tijdens de oilboom ontstond, wordt weggevaagd door de economische crisis. Nigeria, de reus van Afrika, het land dat twintig jaar geleden de leiding van het continent op zich had willen nemen, leningen verstrekte en ontwikkelingsprojecten begon in Afrikaanse broederlanden, dat Nigeria is door verkwisting en wanbeleid de schande van Afrika geworden.

    • Koert Lindijer