Moderne graalzoekers

Harrison Ford wil maar niet op gang komen. Kermend verdwijnt de videoband keer op keer in de recorder, alleen maar om er even later met een blikken gekletter weer uit tevoorschijn te komen. Geen film vanavond in het Al-Anbat Hotel, dat is duidelijk.

Jammer, want hier om de hoek werden de opnamen gemaakt voor die film, Indiana Jones and the Last Crusade. Na een uitputtende speurtocht weet Harrison Ford in de bijbelse ruïnestad Petra de hand te leggen op de Heilige Graal, in tegenstelling tot een paar onfortuinlijke nazi's, die eerst het nakijken hebben en dan door de toorn Gods van de aardbodem worden weggevaagd.

De rotsstad Petra, uitgehakt in het gebergte van Zuidwest-Jordanië, was vanaf ongeveer 300 voor Christus de hoofdstad van de Nabateeërs. Zij beheersten de karavaanroutes in het gebied, en werden daar rijk van. Maar door een Romeinse bezetting, het omleggen van karavaanroutes en een serie aardbevingen raakte de stad in het slop. Na de kruistochten werd niets meer van Petra vernomen. Pas in 1812 werd de stad herontdekt door de Zwitser Johann Ludwig Burckhardt, een gewiekste reiziger die zich voordeed als vrome bedevaartganger - het graf van de oudtestamentische Aäron moet in de buurt liggen - en zo van de argwanende bedoeïenen die zich er hadden genesteld toegang wist te krijgen tot de ruïnes. Zijn exotische verslag viel thuis in goede aarde; het 'rood-rose Petra' werd bijgeschreven op het romantische verlanglijstje van de Victoriaanse Oriënt-gangers, met een rechte lijn naar het Hollywood van Harrison Ford anderhalve eeuw later.

De cameraploeg van regisseur Steven Spielberg is inmiddels alweer vertrokken, nu rijden de toeristenbussen weer voor. Duitsers, Nederlanders, Amerikanen en Italianen - allemaal op zoek naar de Heilige Graal van het wereldtoerisme: een exotische vijf-sterren-attractie mèt restaurant en filmhistorie. Want de film werd natuurlijk een doorslaand succes, en dat restaurant staat er. Honderdtwintig Italianen kunnen er op een doordeweekse vakantiedag een luidruchtig buffet gebruiken en de lof van hun eigen Romeinse ruïnes zingen.

Burckhardt zou in Petra tegenwoordig waarschijnlijk nog verbaasder rondkijken dan in 1812, maar het meest zijn de tijden toch veranderd voor de bedoeïenen. Nu ze de twintigste eeuw hebben toegelaten, moeten ze zelf het veld ruimen. Eerst werden ze vanuit hun grotwoningen op last van de overheid verscheept naar een echt dorp aan de andere kant van het gebergte. Zo lopen ze de toeristen minder voor de voeten en zijn ze bovendien makkelijker te controleren - ook bedoeïenen moeten naar school in het moderne Jordanië.

Ze mochten nog wel de toeristen tegen betaling te paard door de Siq leiden, de nauwe kloof die tussen de bergwanden door naar Petra voert. Maar ook dat is sinds kort verleden tijd. Zodra ze namelijk op het gebruikelijke geriatrische sukkeldrafje een met foto-apparatuur behangen Europeaan in de stad hadden afgeleverd, stoven de bedoeïenen ouderwets in galop terug om de volgende te halen - met als gevolg stoffige koppen en hartkloppingen bij de kwieke senioren die de vijfhonderd meter wel even gratis te voet zouden afleggen. “Bovendien lag er altijd shit in de kloof, ook niet prettig voor de mensen”, zegt de gids van een Jordaans reisbureau. De route te paard is nu op last van de autoriteiten ingekort tot de ingang van de Siq.

En er ligt nog meer schaalvergroting en regulering in het verschiet voor de vergeten stad. In het nabije toeristenoord Wadi Musa liggen de fundamenten klaar van een boulevard met sterrenhotels en restaurants. Het vredesakkoord met Israel en de rust in de regio bieden hernieuwde kansen voor het massa-toerisme. “Onze koning, hij is klein, maar ook erg slim”, grijnst de Jordaanse gids. De toegangsprijs van Petra is de afgelopen twee jaar bijna vertienvoudigd tot ongeveer vijftig gulden per persoon.

Het heeft alles mooie gevolgen voor de plaatselijke werkgelegenheid, dat wel. Tussen de graftombes is al één nieuw beroep ontstaan; een papierprikker sjokt achter de colonnes toeristen aan om kauwgomwikkels en lege chipszakjes te verzamelen.

De Jordaanse overheid wil het aantal Graalzoekers nu beperken tot ten hoogste duizend per dag, werd onlangs gemeld. Duizend klimmers, klauteraars en grabbelaars per dag... Hoe snel slijt een Heilige Graal?

Het is maar goed dat we niet meer in de toorn Gods geloven.

    • Sjoerd de Jong