Hooglied

Wie weet er nog hoe de Bijbel ging? Je vraagt het je wel eens af, nu de kerken bijna leeg zijn en zelfs bisschop Gijsen het geseculariseerde vaderland de rug heeft toegekeerd. Hoeveel scholieren zouden de koningen van Israel nog kunnen opzeggen, het getal van het Beest noemen, of de vilten plakplaatjes van Mozes en Aäron uit elkaar houden?

Het boek der boeken aan de man brengen is een lastige klus geworden. In de jaren tachtig kon een eigentijdse prediker nog een eind komen met kruisraketten of Derde-wereldkoffie, maar die hebben hun beste tijd gehad. De apolitieke jaren negentig vragen een soft focus aanpak. De dichter en ex-priester Huub Oosterhuis heeft dat begrepen: voor een stampvolle zaal liet hij in Amsterdam het levensblije, erotische Hooglied voorlezen. Het biedt een eigentijds publiek “een stroom aan beelden” en “flitsen van herkenning”. De Bijbel is namelijk eeuwenlang misbruikt, vindt Oosterhuis, en zó kan het ook.

Geen wonder: Hooglied is altijd al keihard het lekkerste bijbelboek geweest. Dát laat zich nog eens voorlezen in de stad van kinky seksfeesten. Het is bovendien het meest geschikt om de sponsors aan te trekken die Oosterhuis nodig heeft om in zeven jaar de rest van de Bijbel te kunnen voorlezen. Want welke sponsor zou je krijgen als je begint met de zondeval, het verdrijven van de Kanaänieten of het stenigen van losbandige vrouwen? Saddam Hussein? De Hollandse Betonmaatschappij? Zullen we daar maar niet gewoon even langs zappen?

    • Sjoerd de Jong