Een gespleten natie

DE MARS VAN Martin Luther King naar Washington, in 1963, stond in het teken van de droom van de 'smeltkroes', van een Amerika waarin huidskleur geen factor van betekenis meer zou zijn. De Mars der Zwarte Mannen gisteren was een bevestiging van het multiculturele Amerika dat inmiddels is ontstaan en waarin de kenmerken van de verschillende rassen juist geprononceerder zijn geworden. De organisator van deze mars, de leider van de Nation of Islam, Louis Farrakhan, heeft een reputatie gebouwd op uitbarstingen van haat jegens andere groepen en op een notoir antisemitisme. Gebruikmakend van de oerwet dat vijandbeelden bij uitstek de groepssolidariteit bevorderen, probeert Farrakhan de zwarte Amerikanen onder zijn banier te brengen. Gemeten naar de opkomst gisteren mogen zijn pogingen geslaagd worden genoemd.

Overigens verraste Farrakhan in zijn lange rede blank Amerika. Geen haatcampagne dit keer, geen beroep op de laagste instincten van zijn gehoor, maar een oproep tot inkeer en boetedoening. De zwarte man werd neergezet als ten minste medeverantwoordelijk voor het tragische lot waarin hijzelf en zijn gemeenschap verkeert. De bende-oorlogen tussen zwarte jongeren, de desolate toestand van de zwarte ongehuwde moeders in de getto's dienden de zwarte man tot inkeer te brengen en tot het besef dat, als hij zijn bestemming niet volgde, de zwarte gemeenschap in Amerika tot de ondergang was gedoemd. Ten diepste een zeer Amerikaans betoog: inclusief de belofte dat als de wil er maar is, de mogelijkheden onbegrensd zijn.

DE MARS der zwarte mannen toont de feilen van de multiculturele samenleving. President Clinton sprak gisteren Kings gedachtengoed aan in een bezwering van de racistische grondtonen van de Nation of Islam. De president wordt geconfronteerd met de uitwassen en de beperkingen van de politiek van 'affirmative action', van positieve discriminatie, die nu zo'n dertig jaar lang de Amerikaanse samenleving hebben gevormd. De permanente uitdeling van privileges aan minderheden heeft de Amerikaanse natie gespleten in plaats van verenigd - zoals de bedoeling was. Bovendien heeft zij binnen de minderheden tot de vorming van elites geleid die al profiterend van de bij wet voorgeschreven voorrechten de eigen gemeenschap verweesd achter zich hebben gelaten.

Farrakhan komt op voor de achterblijvers, voor de desperado's die buiten de zegeningen van de positieve discriminatie zijn gebleven. Zijn oproep tot bezinning zou ook de gevestigde politiek moeten aanspreken, omdat de uit de burgerrechtenbeweging van de jaren zestig voortgekomen aanpak van het rassenvraagstuk niet meer toereikend en dus aan herziening toe is. De man staat met zijn extreme uitspraken de boodschap in de weg, maar dat doet niets af aan de betekenis van die boodschap. Het is aan de Amerikaanse politiek om er een antwoord op te formuleren.