Delirische Rambo-mannen leiden tot migraine

Holland Dance Festival, Den Haag. Voorstellingen: 1. Hurricane Mens' Solos. Choreografie, toneelbeeld, kostuums: Mark Sieczkarek; muziek: onder anderen Rachmaninov en Springsteen. Gezien: 10/10 Korzo.

2. Hotel door Unieke Zaken. Regie: Jan Langedijk; muziek: Raymond Scott. Gezien: 11/10 Korzo. Tournee t/m juni 1996.

3. Moving Landscape door Lanòmima Imperial. Choreografie: Juan Carlos García; muziek: Xavier Maristany, Joan Saura. Gezien: 11/10 Theater a/h Spui.

In The Art of Checking Ego, een onderdeel van het Holland Dance Festival, kreeg de Schotse choreograaf Mark Sieczkarek bijzondere aandacht met de absurdistische produktie Hurricane Mens' Solos. Sieczkarek was begin jaren tachtig verbonden aan het Scapino Ballet. Hij maakte er in 1982 zijn eerste choreografie Highland Fling. Even later maakte hij de overstap naar het gezelschap Penta. Daar was zijn laatste werk in 1985 Lucky Linda. In dat jaar vertrok hij naar het danstheater van Pina Bausch, maar begon in 1988 een carrière als free-lance choreograaf.

Een 'recycling-stuk' noemt Mark Sieczkarek Hurricane Mens' Solos, omdat in de drie delen de eenvoudige bewegingen (lopen, draven en poseren) uitwisselbaar zijn. Maar de dansen hebben meer gemeen dan dat. Het zijn bezweringrituelen om de angst te beheersen en de chaos van lichaam en geest onder controle te krijgen. De drie solisten gedragen zich daarbij als sjamanen die een duivel moeten uitbannen. In hun bizarre kostuums, gemaakt van kroonkurken, stukgesneden plastic flessen en houten voorwerpen, missen zij echter de relativering.

De eerste solo werd gedanst door Sieczkarek zelf. Op sitarmuziek van Shivkumar Sharma schrijdt hij op plateaulaarzen over een tapijt van geplette blikjes. Zijn vinger wijst daarbij onverbiddelijk naar de grond. Zo nu en dan geeft hij met een hamer een klap op de vloer en voert een charge uit met zijn staf. De tweede danser, Roberto Graiff, maakt met gesloten ogen roeibewegingen en steekt ernstig een plastic fles als scepter omhoog en zijwaarts op 'Streets of Philadelphia' van Bruce Springsteen. Rodolfo Leoni speelt in de laatste solo de pias. Hij is behangen met houten kralen, knijpers en lepels die het vibrerende lichaam begeleiden met hun geratel.

Mark Sieczkarek maakte voor het HDF-project Samenscholing (18 t/m 21/10 in Korzo) een nieuwe choreografie voor studenten van de Rotterdamse Dansacademie en de Opleiding voor Moderne Theaterdans, Amsterdam. Gelukkig voor het publiek dansen de studenten in dit programma ook werk van Jennifer Hanna en Colin Connor.

Unieke Zaken brengt voor kinderen vanaf 7 jaar de visueel aantrekkelijke voorstelling Hotel. Het is een dag uit het leven van een vader en drie dochters die in the middle of nowhere een hotel proberen draaiende te houden. Jan Langedijk had de eindregie. Hij maakte er puur variëté van, met slapstick-nummers en revuedansjes die worden afgewisseld met mime en spel. De mise-en-scène zit goed in elkaar. Er gebeurt van alles, zoals veel gedraaf en gegooi met linnen- en serviesgoed.

In de keuken loopt de situatie helemaal uit de hand, waarbij goed is gekeken naar de Swedish cook en de dancing vegetables uit een oude TV-kinderserie van Jim Henderson.

Peter Bolten maakt van de vader een overdreven engerd die zijn kinderen het leven zuur maakt tot zij in opstand komen. Bolten pakt ernorm uit, maar hij mist de timing en de finesse van bijvoorbeeld René van 't Hoff, acteur bij theatergroep Carrousel. Merel van Gaalen, Susanne Middelberg en Mirjam Morsch spelen met vaart en verve de dochters die zich verzetten tegen de tirannie van de vader. Hun karakters verschillen nogal. De oudste is een sloofje met gemene trekjes, de middelste is sloom en heeft een muis als vriendje. De jongste is het slimst en trekt zich nergens iets van aan. Met alle grappen en grollen heeft Hotel de ingrediënten om aan te slaan bij het jeugdige publiek.

Het gezelschap Lanòmima Imperial trad in 1991 voor het eerst in ons land op. De oprichter, de Catalaanse choreograaf Juan Carlos García, predikt modieuze anarchie in zijn theatrale dansstuk Moving Landscape (El Secreto del Asno Sabio). Zijn werk slingert tussen het delirium en de extase, ikzelf tussen misselijkheid en migraine door de verstikkende wierookdampen en de dreunende muziek van een vier man sterk orkest.

Alles in Moving Landscape is op het effect gemaakt. Het licht waaiert alleen aan en uit voor de mooie plaatjes. Ook het decor wappert en verschuift omdat het zo fraai oogt. De muzikanten wandelen langs het achterdoek of betreden het speelvlak om toeschouwer en dansers met hun opzwepende muziek tot razernij te brengen. Bij de laatste groep lukt dat.

De dansers gaan zich te buiten aan krachtige, maar ongecontroleerde bewegingen. De mannen zijn Rambo-achtige types, die met vertrokken gezichten en brandende ogen de zaal in turen. Steeds weer worden zij door de vrouwen besprongen, die zij zonder pardon geweldadig omhoog tillen of van zich af gooien. De dames vallen, veren weer op, lachen hysterisch, draaien een cirkeltje en gaan weer in gallop op de heren af. Het is net een wedstrijd waarin alleen telt hoe lang, hoe hard en hoe agressief de handeling zich voltrekt. Er wordt (onverstaanbaar) gesproken in verschillende talen en gegild door megafoons. Een enkeling hangt in elastieken die over het toneel reiken of aan een gordijn. Soms klinkt er een dreigend koor op de band en kijkt een groepje schuin naar boven alsof daar ergens een commando vandaan moet komen. Ik vond Moving Landscape een regelrechte marteling.