De 45 Best Verzorgde Boeken in het Stedelijk Museum; Juwelen om te voelen en te lezen

De Best Verzorgde Boeken, 1994. T/m 12 nov. Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat, Amsterdam. Ma t/m zo 11-17u. Catalogus ƒ 34,50.

Ook al liggen ze vol boeken, het zijn geen leestafels die langs de wanden staan op de grote overloop van het Stedelijk Museum. Voor de duur van de expositie van de Best Verzorgde Boeken van vorig jaar, een jaarlijks initiatief van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse boek (CPNB), zijn dit vooral kijk- en voeltafels. In vitrines liggen de boeken als waren het insekten, met gespreide vleugels en geknakte rug; op de tafels liggen ze aan de ketting, maar in levenden lijve. Pas als je zoveel boeken bij elkaar ziet waaraan veel zorg is besteed - het zijn er dit jaar 45, waarvan 5 hors concours - realiseer je je wat een tactiele bezigheid de grafische vormgeving en boekverzorging eigenlijk is.

Het lijkt of de bijzonderste projecten van vorig jaar tevens de kleinschaligste zijn, waarin de obsessie en toewijding van één persoon de toon zetten en de sfeer bepalen. Binnen die categorie vallen ook mijn persoonlijke top vier van dit jaar. Bovenaan staat 'Tulipa', het enige fotoboek dat dit jaar is bekroond en een juweeltje van grafische vormgeving, oude en nieuwe fotografie en drukkunst. De eerste helft is gevuld met 'autochromen' uit begin deze eeuw van L. Blok, de tweede helft met hedendaagse opnames door Jasper Wiedeman - allemaal van tulpen - met ertussen een kort verhaal van Maria Heiden. Ontwerper is Willem van Zoetendaal, die het ook zelf heeft uitgegeven. Alles aan dit boekje, het eerste deel van een reeks, is even mooi en zorgvuldig.

Heel anders, maar net zo leuk, is 'Twaalf maal om lekker van te worden', een klein kookboek dat Véro Crickx in 1992 als afstudeerproject maakte en in 1993, nadat zij haar eigen bedrijf 'Sirene' had opgericht, als relatiegeschenk heeft uitgegeven. Inderdaad bevat het recepten, maar daarnaast herbergen de uitklappende bladzijden korte teksten en amusante knutselcollages van de ingrediënten - het plezier van het maken van zowel het boek als de gerechten straalt ervan af. Zelfs de doos waarin het boek is verpakt, is in dezelfde geest ontworpen.

Nog twee andere boeken zijn hoogstparticuliere projecten: de biografie 'Essay RG' van Kuifje-tekenaar Hergé dat H. van Opstal zowel schreef als vormgaf, en 'Teige Animator', over de Tsjechische ontwerper Karel Teige onder redactie van Koosje Sierman. 'Essay RG' is een groot, dik boek met mooi papier, veel kleurenillustraties en liefst twee leeslinten. 'Teige Animator' laat zien dat er veel mogelijk is met een laag budget in combinatie met vindingrijke typografie (in de sfeer van Teige's werk uit de jaren twintig en dertig), papier in verschillende formaten en een paar nietjes.

Prominent aanwezig, met ieder vier bekroningen, zijn de ontwerpsters Irma Boom en Tessa van der Waals. Het werk van Irma Boom valt op door een fantasie en een diversiteit die soms aan wispelturigheid grenzen. Ze laat haar gedachten niet alleen over het binnenwerk gaan, maar over de hele verschijningsvorm van het boek: zo is de publikatie bij de expositie van Ange Leccia een kunstig vouwwerk van kleurenfoto's, terwijl die bij The Spine van Stichting De Appel uit een stapel aan elkaar geknoopte losse katerns bestaat. Maar dan is het boekje over het werk van beeldend kunstenaar Tomas Rajlich weer fragiel en ingetogen, met tussen tekst en beeld tere halftransparante velletjes die het geheel een bijna etherisch aanzien geven.

Heeft het iets te betekenen, dat het dit jaar vooral de kleine, min of meer perifere projecten van individuen zijn die je bijblijven? De jury was bij monde van voorzitter Ootje Oxenaar, ontwerper van diverse beroemde bankbiljetten, nogal kritisch. Men zag veel modieuze koketterie en saai automatisme voorbijkomen - bijvoorbeeld het klakkeloos gebruik van 'ecologisch' mat papier - evenals veel 'computer-diarree'. Hij vraagt zich af of de stapels boeken die de jury ter beoordeling werden voorgelegd, het aanzien van Nederland in dit vakgebied rechtvaardigen. “Er is behoefte aan meer persoonlijke authenticiteit, originaliteit en nieuwe impulsen.”

Onder de 45 die dan toch 'de beste' zijn is de stroming van de extravagante, soms onleesbare vormgeving duidelijk in de minderheid - al zegt dat wellicht meer over de smaak van de jury dan over wat er op dit gebied in Nederland wordt gemaakt. Een van de weinige exponenten ervan (hors concours) is 'Riverine Architecture', een door Uitgeverij 010 gepubliceerd verslag van een workshop van de Rotterdamse academie van bouwkunst. Het is een kakofonie van beelden, kleuren en letters zonder kennelijke samenhang, maar als presentatie van een bijzonder project heeft het boek onmiskenbaar kracht en présence. Dit is een van de inzendingen die je niet alleen moet zien, maar ook voelen: de grote houtsnede-achtige letters zijn op een omslag van ruw schilderslinnen gezeefdrukt.

Het andere uiterste (ook met een mooi reliëf op de omslag trouwens) is 'Zilvertype corps 15', een uitgave van de correspondentie tussen ontwerper S. de Roos en PTT-topman J. van Royen en een voorbeeld van klassieke typografie en boekverzorging. “Een heel sympathiek boek”, zoals de jury schrijft “hoewel bijna neigend naar over-heiligheid”. De ontwerper is André Cremer, die pas in 1993 aan de Rietveld afstudeerde en nu ook de catalogus bij deze tentoonstelling mocht maken. Het is een erg keurig en tamelijk saai werkje geworden. Dit kan de jury nou toch ook weer niet bedoeld hebben.

    • Tracy Metz