Çiller vormt mogelijk toch weer coalitiekabinet

ANKARA, 17 OKT. De demissionaire Turkse premier, Tansu Çiller, heeft gisteren verrassenderwijs een principe-overeenkomst gesloten met de Republikeinse Volkspartij (CHP) voor de vorming van een nieuwe regeringscoalitie. Dat gebeurde kort voordat Çiller het ontslag van haar minderheidsregering bij president Süleyman Demirel indiende.

De politieke toekomst van Çiller hing zondag aan een zijden draadje nadat haar minderheidsregering er niet in geslaagd was het vertrouwen van het parlement te krijgen. De conservatieve Partij van het Juiste Pad (PJP) kondigde vervolgens vervroegde parlementsverkiezingen op 24 december aan. Gisteren kwam Çiller evenwel opnieuw tot een vergelijk met de CHP, de coalitiepartner die op 20 september een breuk forceerde. Partijleider Deniz Baykal zei toen geen mogelijkheden meer te zien voor de sociaal-democraten om op een redelijke basis aan de bijna vier jaar oude regeringscoalitie deel te nemen. Baykal meent nu dat mevrouw Çiller ten goede is veranderd en dat ze de voorwaarden van de CHP heeft geaccepteerd die verder regeren mogelijk maken. Daartoe behoren redelijke salarisverhogingen voor de arbeiders in dienst van de noodlijdende staatsbedrijven - waarover al tien maanden lang wordt onderhandeld - en een hervorming van artikel 8 van de antiterreurwet op grond waarvan de vrijheid van meningsuiting in Turkije nu aanzienlijk is beperkt. Bovendien nam het hoofd van de politie in Istanbul, Necdet Menzir, gisteren zijn ontslag. Çiller weigerde aanvankelijk om hem, ondanks een uitdrukkelijk verzoek daartoe van de CHP, te ontslaan, nadat Menzir tijdens een emotionele uitval de voormalige sociaal-democratische minister van mensenrechten ervan had beschuldigd de Koerdische terreur te ondersteunen.

Of de conservatieve PJP en de sociaal-democratische CHP na bijna een maand de breuk in de coalitie kunnen lijmen, hangt af van president Demirel. Deze accepteerde gisteren het ontslag van de minderheidsregering van Çiller, maar hij machtigde haar vooralsnog niet om alsnog een poging te wagen om een regering te vormen. Demirel houdt zich aan de politieke traditie dat eerst ook de leiders van de andere politieke partijen worden geraagdpleegd. Gisteravond sprak hij al met Mesut Yilmaz van de Moederlandpartij, Necmettin Erbakan van de religieus-fundamentalistische Welvaartspartij en Baykal van de CHP.

De verwachting is dat Demirel tot morgen de tijd neemt om te beslissen of hij mevrouw Çiller een nieuwe gelegenheid biedt of dat nu de tweede grootste partij in het parlement, de Moederlandpartij, aan zet is. Yilmaz heeft al te kennen gegeven dat nu het Turkse parlement een zo duidelijk nee heeft laten klinken (191 tegen 230 stemmen) tegen een door mevrouw Çiller gevormde minderheidsregering, haar beurt voorbij is. Yilmaz is voorstander van een regering van brede samenstelling die parlementsverkiezingen in het voorjaar moet voorbereiden.

Erbakan wil dat die stembusslag zo snel mogelijk plaatsvindt en dat een overgangsregering in de tussentijd de zaken waarneemt in Turkije. De Democratisch Linkse Partij (DLP) van Bülent Ecevit en de ultra-rechtse Partij van Nationale Actie (PNA) van Alparslan Türkes steunen de pogingen van Çiller en Baykal om opnieuw tot een vergelijk te komen.

In een poging om ook de gelederen in haar eigen partij te sluiten, heeft mevrouw Çiller gisteren gedaan gekregen dat tien parlementariërs van haar partij die zondag ofwel tegen haar minderheidsregering stemden, ofwel niet aan de stemming deelnamen, uit de partij zijn gezet. Daaronder bevindt zich Hüsamettin Cindoruk, de voormalige voorzitter van het parlement, die al maandenlang verwoedde pogingen doet om Çiller van de troon te stoten.