Alles knerst in potsierlijke Carmen

Voorstelling: Carmen, musical naar Bizet, door ID Theater. Spelers: Janke Dekker, Joke de Kruijf, Mario van Dulmen, e.a. Muziek o.l.v. Peter van Hintum. Tekst: Han Römer. Vormgeving: Jan Aarntzen. Regie: Titus Tiel Groenestege. Gezien: 16/10 in de Stadsschouwburg, Amsterdam. Tournee t/m 30/4.

“De musical met passie,” heet Carmen op de affiches. Dat die passie geleend is van het warmbloedige verhaal van Prosper Mérimée en de tintelende muziek van George Bizet, staat er niet bij. Maar het wordt snel duidelijk, want wat er in de handeling ook door elkaar is gehusseld en weggesneden, en wat er ook aan kaalslag op de muziek is gepleegd - het gaat nog steeds over de Carmen uit de opera, en over het verwoestende liefdesspoor dat ze stervend achter zich laat. “Liefde laat zich niet zomaar temmen/zij is de roofvogel in het wild,” zingt ze nu.

Carmen is al eerder bewerkt en ook in andere omgevingen geplaatst. Zo lang de passie maar blijft oplaaien en de logica er niet onder lijdt, kan daar geen enkel bezwaar tegen bestaan. Zeker niet als in de zangteksten (van Han Römer) de lyriek bekwaam is gehandhaafd en de enscenering (door Titus Tiel Groenestege) aanleg voor energiek muziektheater verraadt.

Het wordt pas een potsierlijke vertoning als de intrige en de muziek niet passen bij de nieuwe vorm. Zoals in deze musical, een project van de nieuwe theatertak van het produktiebedrijf ID TV. Het negenkoppige ensemble, gehuld in een casual look, is geplaatst in een modieuze horeca-omgeving, waar Carmen en José kennelijk vaste klanten zijn, en waar Escamillo natuurlijk geen toreador meer is, maar aan het hoofd staat van een vaag aangeduide cocaïne-kraak. Alles knerst en knarst, want het is in dit milieu wel erg onwaarschijnlijk dat José en Escamillo met het mes in de aanslag om Carmen duelleren, dat José in de cel belandt (waarom eigenlijk?) en dat hij zijn vurige beminde later met een messteek om hals brengt. Het doet er ook niet toe; we hebben deze mensen niet eens leren kennen, dus waarom zouden we ons nog bekommeren om hun lot?

De grootste ingreep in het verhaal betreft de opwaardering van de rol van Micaela, die aan de zijlijn verdrietig commentaar levert en door haar voortdurende aanwezigheid op het schuldgevoel van José moet werken. En de grootste ingreep in de muziek is de symfonische rock die ervan is gemaakt, met gierende gitaren en Ekseption-achtig toetsenwerk. Zangtechnisch wordt hier intussen meer geëist dan voor een musical gebruikelijk - en wenselijk - is. Het mag nog een wonder heten, dat solisten en ensemble zich daar zo adequaat doorheen slaan.

Maar het is, wat mij betreft, vergeefse moeite. José (Mario van Dulmen) wordt gespeeld als een slapjanus, Carmen (Janke Dekker) meent sensualiteit te kunnen oproepen door telkens heur haar naar achteren te werpen en de onbedorven Micaela (Joke de Kruijf) is ondanks haar prominente présence niet meer dan een schim in een onduidelijke reeks van gebeurtenissen die wanhopig trachten dramatisch te zijn. Zo was de sterfscène tenslotte voor mij, onaangedaan door de intrige en murw gebeukt door de loodzware begeleiding, een hele opluchting.