Zwijgplicht vrijmetselaren weegt steeds minder

De vrijmetselaren van Nederland houden komende weken open dagen, maar wie denkt dat zij hun 'geheim' prijsgeven, komt bedrogen uit. En wie komt “voor een snelle carrière” is ook al aan het verkeerde adres.

Artikel 461 Verboden Toegang staat aan het begin van een lange inrit aan de Brediusweg in Bussum. Het blauwe bordje conflicteert met het provisorische houten bord langs de kant van de weg, met daarop de mededeling dat de vrijmetselaren uit het Gooi open huis houden en belangstellenden van harte welkom zijn.

“Dat bordje Verboden Toegang staat er omdat het wettelijk moet. Niet om mensen weg te houden. Integendeel”, zegt Peter Tholen (51) die voor gastheer speelt van het Open Huis. Hij draagt op zijn revers een speldje met passer en winkelhaak, de traditionele symbolen van de vrijmetselarij. “Normaal heb ik dat niet op”, zegt Tholen die in het gewone leven een druk bestaan als wijnhandelaar leidt. “Ik houd de dag dat we samenkomen bewust vrij. Het is een rustpunt in mijn leven. Vroeger was ik een driftkikker, maar hier ondervind ik warmte, respons, geen vijandigheid. Men is er niet op uit om je te slachten. Ik ben een ander mens geworden. Ik heb leren luisteren.”

Tholen heeft een speciale public-relationstraining gevolgd, samen met andere 'broeders', gegeven door 'broeders' die de expertise hadden. Niet om zieltjes te winnen, maar om mensen beter te kunnen voorlichten over de vrijmetselarij. Dat was hard nodig, legt Tholen uit, want over de vrijmetselarij doen de wildste verhalen de ronde: van chique mannenclubs die uit zijn op macht en elkaar in de maatschappij de baantjes toeschuiven tot clubs waar je iemand moet doden in opdracht van de loge. “Voor een snelle carrière ben je hier aan het verkeerde adres.”

Bezoekers die het logegebouw binnenstappen krijgen van vrijmetselaren een rondleiding en kunnen boven in een kamertje, naast de tempel, over de maçonnieke broederschap twee videobanden bekijken, die zo nu en dan ondersteund worden met muziek van Mozart. “De levenshouding van vrijmetselaren maakt mij nieuwsgierig”, zegt een Bussumse vrouw, even in de vijftig, die op aanraden van een kennis een kijkje komt nemen. “Mijn man is lid van de Rotary. Ik zelf ben gevraagd voor de 'Inner Wheel', maar ik vond die vrouwen te oud.” Ze wil binnenkort naar een voorlichtingsavond over de 'Orde der Weefsters', de vrouwelijke pendant van de vrijmetselaren.

De vrijmetselarij (Engels Freemasonry, Frans maçonnerie) is volgens eigen zeggen ontstaan in de tijd van de kathedralenbouw. Metselaren, steenhouwers, loodgieters en timmerlieden woonden en werkten in bouwhutten of loodsen ('lodges') naast de in aanbouw zijnde kathedraal. Ze vormden een soort gildensysteem en leerling, gezel en meester waren gebonden aan een geheimhoudingsplicht. De abt, die opdracht gaf tot de bouw, gold als grootmeester en zorgde onder meer voor de salarissen. Om fraude tegen te gaan, moesten bouwlieden een speciaal wachtwoord geven bij de uitbetaling van hun loon. God, voor wie het bouwwerk bestemd was, werd beschouwd als de 'Opperbouwmeester van het Heelal'.

Aan de kathedralenbouw kwam op een gegeven moment een einde en zo werden in de loges ook 'mannen van goede naam' opgenomen. Gereedschappen en gebruiken van de werklieden werden geleidelijk tot symbolen en 'ritualen', handelingen die worden verricht tijdens besloten plechtigheden van de vrijmetselaren. In 1717 ontstond in Londen de eerste Grootloge, de Grand Lodge, die nu nog door de meeste vrijmetselaren als een soort Vaticaan wordt beschouwd. Vanuit Engeland verspreidde de maçonnerie, die sterk werd beïnvloed door ideeën uit de Oudheid, gnostiek, kabbalistiek en de Verlichting, zich over de rest van de wereld. Op dit moment zijn er naar schatting zes miljoen vrijmetselaren. In 1734 kwam in Den Haag de eerste vrijmetselaarsloge bijeen.

Nederland telt 145 loges met 6.500 leden die zijn aangesloten bij de 'Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden'. De leden van deze orde zijn allen mannen. Voor de vrouwen werd in 1947 de 'Orde Vita Feminea Textura' gesticht, die 425 leden telt. Analoog aan de drie graden leerling, gezel en meester werd bij de vrouwelijke orde de graden spinster, weefster en ontwerpster ingesteld. Verder heeft Nederland nog andere orden die door 'Londen' niet zijn erkend, omdat mannen en vrouwen in gemengde loges bijeenkomen. Zij worden daarom de 'irregulieren' genoemd.

De 'regulieren' worden op hun beurt door de gemengde metselaren 'masculienen' genoemd. De 'Internationale Orde der Gemengde Vrijmetselarij Le Droit Humain', waarvan de Grootloge in Parijs is gevestigd, telt in Nederland 500 leden (22 loges). Daaruit ontstond in 1919 het gemengde 'Nederlands Verbond van Vrijmetselaren' dat vijftig leden heeft, verdeeld over twee loges. In de jaren zestig splitste zich van 'Le Droit Humain' nog een groep af, die verder ging als de 'Nederlandse Grootloge der Gemengde Vrijmetselarij' en met zes loges over de honderd leden telt.

“Zoals je verschillende kerkgenootschappen hebt, zo heb je ook verschillende richtingen binnen de vrijmetselarij”, zegt P. Baron van der Feltz (53), Grootmeester van het gemengde Verbond van Vrijmetselaren en voorzittend meester van de Haagse loge Rakoczy. Volgens Van der Feltz is de verstandhouding tussen de verschillende orden goed. “We komen bij elkaar op bezoek. Er is onderling geen haat en nijd.” Van de Feltz heeft daar een verklaring voor: “Vrijmetselaren zijn tolerant tegenover andersdenkenden, niet-dogmatisch en vrijzinnig-libertair. We maken geen onderscheid tussen ras, geloof, politieke overtuiging of sekse. Daarom begrijp ik niet dat de masculienen nog steeds vrouwen uitsluiten.”

Voor Van der Feltz is vrijmetselarij verre van een gezelligheids- of serviceclub. “Je moet werken aan jezelf. De ontwikkeling van het individu staat centraal. De mens is een ruwe steen en door die te bewerken, werk je aan de gemeenschap, de mensheid en de opbouw van de geestelijke tempel.”

Volgens Van der Feltz zijn de vrijmetselaren in Nederland - “ook de masculienen” - zeer integer. “Het zijn zoekers en denkers. Mensen die zich niet neerleggen bij de vanzelfsprekendheden van alledag en zichzelf nog vragen stellen. Alles wat je doet, moet in de haak zijn. Je staat haaks, rechtop, om een loodlijn voor te stellen, om te symboliseren dat jouw lichaam een afbeelding is van je geest en getuigt van de haaksheid van je handelingen”, zegt hij cryptisch, “maar ik heb al te veel gezegd.”

Maar wanneer is iets in de haak? “Dat is moeilijk te zeggen”, zegt de groot-commandeur van de gemengde orde 'Le Droit Humain', R.J. van Lunsen-Bijleveld (75), die afkomstig is uit een maçonniek nest, zoals ze dat zelf noemt. “Vijftig jaar geleden was samenwonen en homoseksualiteit nog taboe, misschien is over vijftig jaar autorijden niet meer in de haak.” Volgens Van Lunsen moeten vrijmetselaren van onbesproken gedrag zijn, anders worden ze geroyeerd. “Iemand als Willy Claes zou, als hij lid zou zijn, het bij ons erg moeilijk krijgen.”

Van Lunsen betreurt het dat begin jaren tachtig de aan de Italiaanse mafia gelieerde 'P-2 loge' een smet heeft geworpen op het blazoen van de vrijmetselarij. “Echte vrijmetselarij is dat beslist niet. Wij voeren geen geheime agenda's. In openbare bibliotheken kun je alles over ons vinden. Maar het gaat er om dat je de dingen beleeft, ondergaat.”

Filosoof Fons Elders (59), hoogleraar levensbeschouwing aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht, is zelf geen vrijmetselaar, maar kan wel begrip opbrengen voor de maçonnieke zwijgplicht. “Nucleaire kennis gooi je ook niet zo maar op straat, maar in wezen is vrijmetselarij niet zo geheim. Ze behoort tot de heidens-humanistische, spirituele traditie en heeft daardoor veel te lijden gehad onder kerkelijke dogma's en politiek-totalitaire ideologieën. Dus moest men wel in het verborgene werken.”

Volgens Elders slaagt de vrijmetselarij erin om kennis met ervaring te combineren. “In zoverre is de ontwikkeling van de vrijmetselarij indicatief voor de processen die zich deze eeuw in onze cultuur hebben afgespeeld. Het verlies van normen en waarden, het gebrek aan respect en de milieucrisis tonen het failliet van ons politiek-technologisch handelen. Je ziet in deze tijd dat individuen op zoek gaan naar de innerlijke ervaring, het 'Ken Uzelve' als voorwaarde om de wereld te leren kennen. Dat vind je ook bij de vrijmetselarij en daar is niets mis mee”, aldus Elders.

Dat de vrijmetselaren, ondanks hun zwijgplicht, steeds minder te verbergen hebben blijkt ook uit hun voornemen om begin volgend jaar een cultureel maçonniek centrum in Den Haag te openen, toegankelijk voor geïnteresseerden. Kunstvoorwerpen, veelal met een rituele achtergrond, prenten, bijous, schootsvellen en de 30.000 boeken uit de ordebibliotheek zijn dan te bezichtigen. Er lijkt steeds minder reden te bestaan, zo die er al was, voor een odium van de vrijmetselarij. En als er sprake is van macht, dan ligt die in de ontkenning ervan.

Profielen:

Oscar de Waard (49), editor van tv-programma's, is 'meester' van de Hilversumse loge Wolfgang Amadeus Mozart:

“Ik ben van nature een zoekende en vroeg mijzelf: wie ben ik en wat moet ik op deze aarde? Wat mij aantrok in de Vrijmetselarij is dat het oud en beproefd is, dus werd ik lid. Natuurlijk zijn er off-the-records in de mannenloge, maar er is vertrouwen. Mannen onderling hebben geen imponeergedrag. Dat vind ik prettig. Je kunt je kwetsbaar opstellen. Het is meer dan geestelijk bijtanken. Het maakt je bewust van de plaats die je inneemt in de samenleving. Je krijgt geen antwoorden op je vragen, maar doordat je met anderen in contact komt, kun je je eigen ideeën toetsen aan die van de ander. Maar je bent en blijft verantwoordelijk voor de keuzes die je in je leven maakt.”

Liesbeth Jansen-van Aalderen (65), voormalig verpleegster, is 'weefster' in de Orde Vita Feminea Textura in Bilthoven:

“Ik was doopsgezind, maar vond niet wat ik zocht. Mijn man was vrijmetselaar en ik wilde heel graag de tempel bezoeken, maar dat kon niet. Toen hoorde ik dat er ook een orde der weefsters was. Ik voel mij beslist geen verlengstuk van mannen. Vrouwen zijn gelijkwaardig aan mannen, maar ze zijn niet gelijk. De natuur heeft ons anders geweven, de cultuur heeft ons anders gevormd. Ook bij ons gaat het om het Ken Uzelve. Dat proces verloopt niet door het bewerken van de ruwe steen, maar door het spinnen van de gave draad uit ruwe wol. Mijn grootmoeder zei altijd: elke dag een draadje maakt een hemdsmouw in een jaar. Of zoals de Chinezen zeggen: iedere weg begint met de eerste stap.”

Henk Jan Beunk (60), directeur van een geneesmiddelenbedrijf, is 'meester' van de volgende week te installeren loge Herrezen Land in Almere:

“Ik ben erfelijk belast. Mijn vader was vrijmetselaar. Dat was ook de reden waarom ik er heel lang over heb gedaan om lid te worden. Ik wilde die beslissing zelfstandig nemen. Mijn vrouw zit niet bij de weefsters, maar bij de vijf V's, de Vereniging van Vrouwen van Vrijmetselaren, een gezelligheidsclub. De Vrijmetselarij is voor mij een leerschool voor het leven. Zij stelt mij in staat mij te verdiepen en te verrijken. Door mijn werk moet ik soms beslissingen nemen die mensen treffen. Soms raakt mij dat diep en kom ik in conflict met mijzelf. In de loge kun je je verhaal kwijt, maar het is geen biechtclubje. Je bent nooit klaar met je probleem.”

    • Heiko Jessayan