Xenakis' Oresteia in Veere bejubeld

Nieuwe Muziek Zeeland met Oresteia van Iannis Xenakis door Theatergroep Hollandia, Xenakis Ensemble, Koor Nieuwe Muziek en kinderkoor de Duinfluiters o.l.v. Huub Kerstens. Regie: Johan Simons, met Elsie de Brauw (actrice), Jannie Pranger (sopraan) en Johan Faber (slagwerk). Gezien: 14/10 Grote Kerk Veere.

Leden van het Koor Nieuwe Muziek deelden zaterdagavond in de Grote Kerk van Veere aan het Zeeuwse publiek, waaronder minister Jo Ritzen en leden van Gedeputeerde Staten, knisperende gouden plaatjes uit: drapeaux métalliques, zoals ze worden omschreven in de partituur van Xenakis' gelijknamige muziektheater naar Aischylos Oresteia. “Meng uw jubel met onze zang” inviteren Atheense vrouwen en kinderen, van wie sommige in Zeeuws kostuum gestoken en dat was beslist niet aan dovemansoren besteed, want nergens heeft Xenakis zo'n trouwe aanhang als juist in Zeeland, dankzij de niet aflatende inspanningen van het Festival Nieuwe Muziek.

Deze jubel in Oresteia geldt de verrassende ontknoping van een bloedige tragedie, waarin Erinyen veranderen in Eumeniden en Wraakgodinnen een metamorfose ondergaan in vergevingsgezinde Welwillenden, waarmee de spiraal van geweld en onverzadigbaar kwaad dan eindelijk wordt doorbroken. Het gegeven moet voor de Grieks-Franse verzetsstrijder Xenakis van meer dan historische betekenis zijn geweest en dat verklaart tevens waarom hij er sinds 1965 steeds weer op teruggreep in diverse vormgevingen en uitbreidingen.

Gejubel is ook op zijn plaats voor de vormgeving door Theatergroep Hollandia in deze ook uitzonderlijk fraaie ambiance, waarbij de gehele kale kerkruimte wordt bespeeld. Spectaculair zijn de plateaus - het koningspaar zit zes meter hoog. De indrukwekkendste stellage is die waarop Johan Faber de later door Xenakis toegevoegde slagwerksolo Rebonds vertolkt - een ouverture als één lange oorlogskreet.

Maar de verschijning daarop van Apollo viel tegen. Zijn mantel van zonnestralen zou ongetwijfeld beter zijn uitgekomen bij het gedempte licht elders in de kerk, wat naar ik aanneem vanwege de tv-uitzending niet kon worden gerealiseerd. Minder gelukkig was het op zichzelf respectabele idee om de gehele triologie aan het publiek te bieden, dus niet alleen de keuze die Xenakis daaruit had gemaakt. De lange lappen gesproken tekst maakten schrijnend duidelijk hoe bijzonder de kwaliteiten van Xenakis' muziek zijn.

Die kwaliteit berust niet op een complexe gelaagdheid, zoals doorgaans bij deze componist. Niet voor niets bleef de Oresteia één van zijn toegankelijkste partituren. Het bijzondere schuilt in een maximaal woekeren met de middelen in accenten, zoals van het kale, archaïsche werkende psalterion in de solo voor de zieneres Kassandra. Die werd indrukwekkend vertolkt door Jannie Pranger: muziek als een fontein van veretterd bloed.

Slechts op een enkel punt schoot men tekort. Het legatissimo dat Xenakis van de blazers eist, valt nauwelijks te realiseren, zeker niet door de hobo. Toen ik Xenakis daarover aan de tand voelde“ lachte hij: “Nu niet, maar wacht maar in de 21ste eeuw.” Xenakis wordt gefascineerd door de rituele kracht van het antieke theater, maar is en blijft in de eerste plaats futurist.

    • Ernst Vermeulen