Verzekeringskamer ziet toe op 800 mld

DEN HAAG, 16 OKT. De Russische revolutie heeft destijds geleid tot de oprichting van de Verzekeringskamer, de instelling die vandaag in het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie over het Vie d'Or-debâcle veel kritiek krijgt.

Een aantal Nederlandse verzekeringsmaatschappijen kwam in de jaren twintig in de financiële problemen als gevolg van grote verliezen op Russische beleggingen. Vijf jaar na de revolutie van 1917 werd de Wet op het levensverzekeringsbedrijf van kracht, en op basis daarvan werd in 1923 de Verzekeringskamer opgericht. Tot op de dag van vandaag is de essentie van het toen ingevoerde toezichtssysteem niet wezenlijk veranderd.

De Verzekeringskamer, De Nederlandsche Bank en de Stichting toezicht effectenverkeer zijn de drie toezichthouders in de financiële sector. De Verzekeringskamer “controleert en stuurt zodanig bij, in het belang van verzekerden en pensioengerechtigden” zo meldt de brochure Zicht op toezicht waarin de metafoor wordt gemaakt met de centrale verkeerstoren van een vliegveld. “Het toezicht van de Verzekeringskamer zorgt ervoor dat het pensioen- en verzekeringsverkeer in goede banen wordt geleid. (...) De Verzekeringskamer ziet erop toe dat deze regels en bepalingen ook worden nageleefd. Om te zorgen dat de verplichtingen tegenover de verzekerden te allen tijde kunnen worden nagekomen.”

Deze laatste zorg van de overheid is zo oud als het verzekeringsvak zelf. De eerste wetgeving op het vlak van de levensverzekering, een decreet van Napoleon uit 1809, zette de toon. De overheid had op dit terrein een taak te vervullen omdat “de aard van de instellingen (...) de leden geen enkel middel verschaft voor een effectief en reëel toezicht”. Burgers vertrouwen hun gelden toe “zonder enig middel om het gebruik ervan na te kunnen gaan of te verifiëren, geloof hechtend aan bijna altijd onwaar gebleken beloften”, zo meldt het decreet.

Met het motief dat de staat de verzekerde voor misbruik moest behoeden, ging de overheid in veel landen over tot een vèrreikend toezicht op het verzekeringsbedrijf. Premies, voorwaarden, de berekening van de verplichtingen, de beleggingen werden vaak tot in detail voorgeschreven en gecontroleerd. In Nederland sloeg men in de jaren twintig een andere weg in. In plaats van een zogeheten materieel toezicht op het verzekeringsbedrijf, koos de toezichthouder voor een normatief toezicht. Deze vorm van toezicht laat maatschappijen volledig vrij in het bedrijfsbeleid, mits zij voldoen aan wettelijke normen. Eén keer per jaar wordt gecontroleerd of de verzekeraar voldoet aan de financiële eisen voor verplichtingen en beleggingen. Sinds 1 juli 1994 hebben de landen van de Europese Unie voor deze vorm van toezicht gekozen; Groot-Brittannië en Nederland waren de enige twee landen die deze vorm van toezicht al kenden.

Na de Tweede Wereldoorlog werden de bevoegdheden van de Verzekeringskamer uitgebreid tot alle verzekeringen en pensioenen. Per 1 september 1992 is de Verzekeringskamer verzelfstandigd in de vorm van een privaatrechtelijke stichting; De Nederlandsche Bank en de Stichting toezicht effectenverkeer kenden al een privaatrechtelijke status. Het op afstand zetten van de overheid sloot aan bij de tijdgeest van privatisering. Volgens de toenmalige minister van Financiën Kok zou een verzelfstandige Verzekeringskamer over een “grote flexibiliteit en slagkracht” beschikken. De Verzekeringskamer moest kunnen concurreren op de krappe arbeidsmarkt van accountants en actuarissen. Deze beroepsgroepen meden de ambtenarenstatus bij de Verzekeringskamer.

Net als in de gezondheidszorg en de sociale zekerheids leidde de privatisering niet tot lagere kosten. De totale kosten stegen van 15,7 miljoen gulden in 1990 tot 21,8 miljoen gulden in 1994. De personeelskosten verdubbelden zich in die periode van 8,9 tot 17,2 miljoen gulden.

Ook na de verzelfstandiging blijft de overheid via regelgeving de omvang en inhoud van het toezicht bepalen. De benoeming van het stichtingsbestuur en van de raad van toezicht valt onder verantwoordelijkheid van de minister van financiën. Maar minister Zalm (financiën) wil meer greep krijgen op de Verzekeringskamer. Via een wetswijziging wil Zalm de mogelijkheid van een inlichtingenrecht en informatieplicht creëren. Ook wil Zalm meer informatie kunnen 'aftappen' van de drie financiële toezichthouders.

Op dit moment houdt de Verzekeringskamer toezicht op ruim 450 verzekeraars en ruim 1100 pensioenfondsen. In totaal beschikken deze instellingen over een vermogen van bijna 840.000.000.000 gulden; omgerekend ongeveer 56.000 gulden per Nederlander.

    • Cees Banning