Van Mierlo versterkt positie van mensenrecht op ministerie

UTRECHT, 16 OKT. Minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) wil een directoraat-generaal instellen voor mensenrechten. De nieuwe afdeling moet het algemene beleid op dit gebied ontwikkelen en coördineren. Dat verklaarde Van Mierlo zaterdag op een bijeenkomst van zijn partij in Utrecht.

De minister heeft onlangs kritiek gekregen op de geringe aandacht die hij in zijn Herijkingsnota zou hebben besteed aan de mensenrechten. Van Mierlo bestrijdt dat dit zo is.

Toch overweegt hij de rechten van de mens meer aandacht te geven in de organisatie van zijn departement. De nieuwe directie zou een coördinerende rol moeten spelen tussen de “regionale” afdelingen die zich in de nieuwe opzet gaan bezighouden met het buitenland-beleid in de diverse delen van de wereld. Van Mierlo zei dat het niet de bedoeling is dat de directie mensenrechten het beleid op dit gebied drastisch omgooit.

De D66-leider relativeerde de rol die Nederland kan spelen bij de naleving van de mensenrechten in landen als Indonesië en Turkije. Kritici vinden dat Van Mierlo tijdens recente bezoeken aan Jakarta en Ankara deze kwestie onvoldoende heeft aangekaart. “Er dreigt een doodgevaarlijke trend te ontstaan: schendingen mogen als ze maar bespreekbaar blijven. Je krijgt het beschamende gevoel van een zekere opluchting, als je het maar aan de orde stelt. Alsof het daarmee allemaal ineens minder erg is”.

Volgens Van Mierlo kan het telkens opvoeren van de mensenrechten in gesprekken met buitenlandse collega's ook een zekere “afstomping” teweegbrengen. “We moeten oppassen dat de wal het schip niet keert. Dat het een soort tijdverdrijf wordt omdat het nou eenmaal hoort bij het diplomatieke verkeer.”

De minister verwacht geen grote meningsverschillen tussen hem en zijn collega's in het kabinet bij de zeggenschap over de verdeling van het geld dat omgaat in het buitenland-beleid. Bij de herijking is besloten de uitgaven daarvoor in één pot te stoppen.

De Tweede Kamer, die Van Mierlo's nota binnenkort behandelt, vindt dat niet duidelijk is welke minister straks verantwoordelijk is voor bepaalde uitgaven, met name in de ontwikkelingshulp. Van Mierlo zei zaterdag dat voor hem een zwaardere, coördinerende taak is weggelegd. De minister van buitenlandse zaken bepaalt - in overleg met zijn collega's - hoe in grote trekken het geld wordt verdeeld. Maar de afzonderlijke bewindslieden blijven aanspreekbaar op de besteding van het geld. “Dat zal wel leiden tot een zekere herschikking van de ministeriële verantwoordelijkheid”, aldus Van Mierlo.