TREKPOT-SOEP UIT PALEMBANG

Werd er tijdens het aan koningin Beatrix aangeboden diner in Jakarta gerookte zalm, thee uit de trekpot, een stukje ossehaas, broccoli, babyworteltjes, rijst, mimosasalade en mango toe geserveerd? Naar aanleiding van het stukje “Het geheim van Soestdijk en Rijswijk” schreef Rob van Albada een ingezonden brief waarin hij een aantal dingen veronderstelde.

Zo zou ik tijdens mijn speurtocht naar het raadselachtige gerecht/woord 'tekwan' op het menu geen woordenboeken geraadpleegd hebben. In het Indonesisch-Nederlands Kramers woordenboek, 5e druk, 1966, sluitte ik wel degelijk op het door Van Albada genoemde woord 'leko (tekoean)', dat trekpot betekent. Ik vroeg me af of 'trekpot' misschien bouillon zou kunnen betekenen. Uiteindelijk heeft ons woord 'pot' ook meerdere betekenissen. En een kopje bouillon tussen vis en vlees zou zo gek nog niet zijn. Helaas gaf ook de Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1921) geen uitsluitsel en in de degelijke kookboeken van onder andere Sri Owen, Yan-Kit So en Beb Vuyk was tekwan of iets dat er op leek onvindbaar. Van Albada oppert dat koningin Beatrix tussen zalm en vlees misschien wel thee geserveerd kreeg... Opnieuw de Nederlandse Ambassade in Jakarta gebeld en gevraagd of men aan de ambassadeur, die uiteraard tot de genodigden behoorde, zou willen vragen wat hij tussen zalm en vlees te eten kreeg. Het antwoord bleek heel simpel. Tekwan is een soep uit Palembang, met stukjes kip, champignons en mihoen. En wat het voor Islamieten verboden varkensvlees in het van oorsprong Chinese gerecht kekian betreft: in de Indonesische keuken wordt deze vleessoort als het om religieuze redenen noodzakelijk is in talrijke gerechten door kippe-, lams- of rundvlees vervangen.

Vandaag een recept voor een zeer royale trekpotsoep:

Tekwan en kekian in een pan

1 liter kippebouillon

200 gram kipgehakt

200 gram gekookte gepelde garnalen

125 gram mihoen

250 gram champignons

1 theelepel geraspte gemberwortel

1 teen knoflook

1 ei

sambal oelek

zout

Trek bouillon van een soepkip en verschillende groenten en kruiden als ui, wortel, prei, peterselie, selderij, laurierblad. Laat de gezeefde bouillon koud worden. Ontvet de bouillon. Hak de garnalen fijn. Meng garnalen, kipgehakt, ei, gemberwortel en knoflook uit de knijper door elkaar. Voeg eventueel een beetje bloem toe. Maak van dit mengsel soepballetjes. Breng de bouillon aan de kook en doe de mihoen en de in plakjes gesneden champignons in de soep en tenslotte de balletjes. Als de ballen boven komen drijven is het vlees gaar en de soep klaar. Breng de soep op smaak met zout en een beetje sambal oelek.

    • Anne Scheepmaker