Saddam duldt geen tegenstem in zìjn Irak

Het enige oogmerk van het referendum gisteren in Irak was de wereld duidelijk te maken dat president Saddam Hussein niet van plan is op te stappen. Integendeel - of zijn halve gezin nu overloopt of niet: hij blijft.

'Ja, ja tegen Saddam', mochten schoolkinderen, vrouwen en de man in de straat voor de honderden buitenlandse genodigden en op de televisie zingen. 'Nee' werd zelfs niet gefluisterd. Volksstemmingen zijn in het Midden-Oosten alleen bedoeld om de mening van het gezag te onderstrepen, en een oppositioneel geluid wordt doorgaans slechts voor de vorm geduld. Maar in Saddams Irak is voor oppositie geen enkele plaats. In zijn hoogtijdagen niet, en nu het allemaal wat minder gaat al helemaal niet. Een kleine honderd procent van de kiezers staat dus achter hem.

Hoe vaak is in het Westen al niet gespeculeerd over de val van Saddam Hussein? Zo'n beetje sinds hij in 1979 na enkele jaren als sterke man achter de schermen besloot zich ook publiekelijk als president te presenteren. De oorlog tegen Iran zou hem noodlottig kunnen worden, werd gedacht, of anders wel het einde van die oorlog, wanneer al zijn soldaten werkloos naar huis zouden komen. Of dan toch zéker de verloren oorlog tegen de geallieerden om Koeweit.

Maar de shi'itische meerderheid van zijn bevolking kwam in de jaren tachtig niet in opstand tegen de oorlog tegen het eveneens shi'itische Iran, zoals wel was verwacht. En na die oorlog werden nauwelijks troepen gedemobiliseerd, want een groot leger was een niet weg te denken onderdeel van Saddams grootse plannen met Irak. Twee jaar later, in 1990, had Saddam zijn militairen ook hard nodig: eerst om Koeweit te bezetten, en na de verloren oorlog om de opstanden van shi'ieten in het zuiden en Koerden in het noorden neer te slaan.

Inmiddels heeft Saddam al weer vijf jaar van volledig handelsembargo overleefd. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties kondigde de sancties in 1990 af om Irak tot terugtrekking uit Koeweit te dwingen; de Verenigde Staten maken er sinds enkele jaren geen geheim van het embargo nu te gebruiken om Saddams regime te ondermijnen. En inderdaad: het gaat de Iraakse bevolking zichtbaar steeds slechter. Maar Saddam zit er nog, en laat zich met bloemen en gezang voor nog eens zeven jaar als president bevestigen.

Een aanzienlijk deel van de verklaring ligt - behalve in foutieve vooronderstellingen over de toestand in Irak - in de meedogenloze repressie die hij uitoefent. Rapporten van Amnesty International en andere mensenrechtenorganisaties laten wat dat betreft geen ruimte voor illusies. Zolang Saddam voldoende geld heeft om de trouw van zijn inlichtingen- en veiligheidsdiensten te kopen, is zijn positie praktisch onaantastbaar, want wie aan hem komt, is dood. En niemand weet hoe ver zijn kas nog strekt. De doorgaande bouw van paleizen en andere prestige-objecten geeft aan dat er voorlopig nog geld is. Zijn juichende en dansende onderdanen namen gisteren in elk geval geen risico.

Zelfs zijn schoonzoons, de een minister van defensie en verantwoordelijk voor het bewapeningsprogramma, de ander commandant van zijn lijfwacht, hebben het de afgelopen zomer niet aangedurfd met hem af te rekenen. Opererend in Saddams directe omgeving waren zij toch als weinig anderen daartoe in de gelegenheid. Maar zij vluchtten en lieten hem ongemoeid, hoewel zij vanuit het buitenland veel moeilijker aan zijn omverwerping kunnen werken. Het is dan ook de vraag of hun overlopen wel dat teken van dodelijke zwakte van het regime was dat het Westen ervan maakte. Eerder waren zij bevreesd voor hùn overleven in een concurrentieslag met Saddams twee zoons om de nog resterende inkomsten.

Daarnaast zijn diverse buurlanden met enige tegenzin voorstander van Saddams aanblijven zolang zijn omverwerping het uiteenvallen van Irak kan meebrengen. Burgeroorlog tussen de shi'itische, sunnitische en Koerdische delen van Irak zou onaangename consequenties hebben voor bijna alle landen in de regio, die elk hun eigen minderhedenproblemen hebben. Welke concurrent van Saddam is repressief genoeg om het land bijeen te houden? Dan maar liever Saddam zelf, althans zolang hij door de buitenwereld in toom wordt gehouden. Zijn aanblijven garandeert bovendien dat Irak voorlopig niet als olie-exporteur terugkeert, en de buren gespaard blijven voor een lager exportquotum en inzakkende olieprijzen bij een op zijn best al kwakkelende economie.

De Irakezen gaan nu weer gewoon aan het werk: ze proberen te overleven, gemangeld tussen de sancties van de buitenwereld en de repressie van het eigen bewind. Daarmee hebben ze het te druk om nog aan opstanden te denken, als ze dat al zouden overwegen. Zo zei een ambtenaar enige tijd geleden: “Als ik moet kiezen tussen laf leven en moedig sterven, kies ik het eerste.” Het ziet er niet naar uit dat hun situatie veel zal verbeteren als vroeger of later iemand op de ene of andere manier toch een eind maakt aan Saddams bewind. Chaos of voortgezette onderdrukking, er staat niet veel anders op het menu.

    • Carolien Roelants