Radio Filharmonisch Orkest

Netherlands Radio Philharmonic: 50 Years Anniversary Edition (4 cd's RCA 74321 308892)

Het Radio Filharmonisch Orkest bestaat vijftig jaar. Alle reden voor een feestje, want in die halve eeuw heeft het orkest zich ontwikkeld tot een van de beste van Nederland. Maar het is de vraag waarom het orkest dit moet vieren met zo'n bij elkaar geraapt zooitje muziek op vier cd's.

In de toelichting beschrijft Ronald Vermeulen de 'rijke' geschiedenis van het orkest. Hij vertelt dat er maar liefst twee meter flinterdunne velletjes papier zijn waarop alle programma's beschreven staan. En omdat het een radio-orkest is, vonden bijna al die uitvoeringen hun weerslag in archiefkasten vol uitstekende geluidsbanden met daarop 'duizenden uren' muziek.

Dat het dus moeilijk kiezen zou worden viel te verwachten. Maar wat moet je met slechts één deeltje uit de Tweede symfonie van Mendelssohn (Edo de Waart, 1991), een intermezzo van drie minuten uit Pagliacci van Leoncavallo (Paul van Kempen, 1951) en het derde deel van de Symfonie in d-klein van Franck (Stokowski, 1970). Wie wil er na het fraaie, uiterst traag en ingehouden gezongen eerste deel van Ein deutsches Requiem van Brahms (door Albert van Raalte, de eerste dirigent van het orkest, in een opname uit 1949, de oudste van deze box) onmiddellijk worden geconfronteerd met een flitsende Getemde Feeks van Johan Wagenaar (Haitink, 1959)?

Misschien vonden samenstellers Ben van Dijk en Harry van Meurs het onmogelijk om te kiezen. Maar waarom hebben ze dan ten minste niet de muziek weg gelaten die toch al op cd verkrijgbaar is. De beroemde opname van het Derde hoboconcert van Bruno Maderna onder leiding van de componist zelf (Han de Vries als solist, 1973) is een paar jaar geleden op een cd gezet samen met de beide andere. Ook de Derde symfonie van Otto Ketting (deel 2 en 3) is bij BVHaast verkrijgbaar. En de Mahler-symfonieën (delen uit de Tweede en de Zesde) met de huidige chef-dirigent Edo de Waart werden nog maar een paar maanden geleden uitgebracht.

Het ziet ernaar uit dat het Radio Filharmonisch Orkest vooral zichzelf een cadeautje heeft willen geven, en dat de muziek zelf daaraan ondergeschikt is gemaakt. Want bewijzen hoe goed het orkest is (bijna alle fragmenten doen dat inderdaad), hoeft men na vijftig jaar echt niet meer.

    • Paul Luttikhuis