Proces is dubbele bedreiging voor boze Berlusconi

ROME, 16 OKT. Dezelfde magistraten die de razendsnelle opkomst van het fenomeen Berlusconi in de Italiaanse politiek mogelijk hebben gemaakt, zijn nu zijn carrière als politicus ernstig aan het ondermijnen.

Berlusconi kon begin vorig jaar de politiek instappen omdat er een groot vacuüm bestond na het instorten van het oude politieke bestel. Hij beloofde vernieuwing, maar bracht voornamelijk chaos. Het proces dat op 17 januari begint, vormt een dubbele bedreiging voor hem. Het kan zijn korte verleden als politicus verder bezoedelen met nieuw materiaal voor de stelling dat Berlusconi ook als premier voornamelijk de belangen van zijn eigen bedrijf op het oog had. En het kan zijn politieke toekomst beperken.

Zijn bondgenoten houden zich op de vlakte, maar worden steeds onrustiger. Dit is immers niet de enige zaak tegen Berlusconi. Er loopt nog een vijftal andere onderzoeken, waarin Berlusconi wordt verdacht van financiële fraude en belastingontduiking. Niemand gelooft dat je verkiezingen kan winnen met een lijsttrekker die heen en weer moet pendelen tussen het beklaagdenbankje en de politieke podia.

Zijn trouwe bondgenoot Gianfranco Fini, van de Nationale Alliantie, houdt zich op de vlakte. Fini heeft de samenwerking met Berlusconi nodig om zijn partij met haar neo-fascistische verleden niet opnieuw te isoleren. Bovendien is onder Fini's partijgenoten een scenario populair waarin Fini en Berlusconi samen campagne voeren en winnen en dan Fini opwerpen als de kandidaat-premier.

Berlusconi heeft meer problemen met de bondgenoot aan zijn andere flank, het Christelijk-Democratisch Centrum (CCD). Veel CCD-politici willen van Berlusconi af. Zij hopen tijd te winnen voor hergroepering van het politieke centrum, dat vroeger zo effectief is bezet door de christen-democraten.

Deze week moet blijken hoe de kaarten liggen. Woensdag staat een debat gepland over minister van justitie Filippo Mancuso. De Democratische Partij van Links, de belangrijkste pilaar onder het zakenkabinet van premier Lamberto Dini, wil Mancuso tot aftreden dwingen omdat hij voortdurend inspecteurs stuurt naar de Milanese smeergeldgroep. Berlusconi verdedigt hem en dreigt tegen de begroting te stemmen als Mancuso weg moet. Dit kan leiden tot een politieke crisis.

Het proces moet meer duidelijkheid brengen over de stelling van Berlusconi dat alles een politiek komplot tegen hem is - overigens heeft hij de politieke kant van deze strafzaak zelf mogelijk gemaakt door geen duidelijke scheiding te leggen tussen zijn positie als politicus en als ondernemer/ mediamagnaat.

Volgens Berlusconi was het opgelegd pandoer dat het tot een proces zou komen. Het onderzoek is begonnen op 21 november, toen Berlusconi de justitie op bezoek kreeg terwijl hij in Napels een internationale conferentie over de georganiseerde misdaad voorzat. “Na al het kabaal van toen kan nu niet meer worden gezegd dat de justitie ongelijk had”, zei Berlusconi zaterdag. Hij heeft niet kunnen uitleggen waarom hij, als hij toch onschuldig is, het onderzoek op alle mogelijke manieren tegenwerkt.

In het proces gaat het om vier gevallen waarin dochterondernemingen van Fininvest geld hebben betaald aan de belastinginspecteurs van de Guardia di Finanza, in totaal bijna vierhonderdduizend gulden. Berlusconi zegt dat hij van niets wist en dat zijn bedrijf werd afgeperst.

Een van de redenen die rechter Paparella aanvoerde in zijn besluit tot een proces, is de organisatiestructuur van Fininvest. Salvatore Sciascia, de financiële topman, heeft verteld dat hij Paolo Berlusconi heeft ingelicht over speficieke betalingen. “Rekening houdend met het feit dat Paolo en Silvio broers zijn, dat Silvio Berlusconi de eigenaar is van Fininvest, en dat de episodes van corruptie zich over de jaren hebben herhaald, lijkt het vreemd dat Silvio Berlusconi er niets van zou hebben geweten”, schreef Paparella

Deze frase staat centraal in een boze schriftelijke reactie van de advocaten van Berlusconi. Zij schrijven dat kennelijk hun cliënt zijn onschuld moet bewijzen in plaats van dat de openbare aanklagers zijn schuld moeten bewijzen.

    • Marc Leijendekker