Premier Tansu Çiller verliest vertrouwen Turks parlement

ANKARA, 16 OKT. De Partij van het Juiste Pad (PJP) van premier Tansu Çiller dient morgen een wetsvoorstel bij het Turkse parlement in voor vervroegde algemene verkiezingen op 24 december. De partij besloot tot deze stap nadat de minderheidsregering van Çiller gisteren met 230 tegen 191 stemmen niet het vertrouwen kreeg van het parlement. De verwachting is dat president Süleyman Demirel, die zijn bezoek aan de Verenigde Staten vanmorgen opschortte, de komende dagen bovendien de leiders van de grootste partijen consulteert om te onderzoeken of er alsnog een regering valt te vormen in Turkije. Daarvoor komt de conservatief-liberale Moederlandpartij van Mesut Yilmaz, als de tweede grootste partij, voor in aanmerking, maar het wordt eveneens niet uitgesloten geacht dat Demirel iemand anders dan Çiller uit de PJP die opdracht zal verstrekken. De oud-voorzitter van het Turkse parlement en politiek rivaal van Çiller, Hüsamettin Cindoruk, staat al weken in de startblokken om een regering van nationale eenheid te vormen die Turkije moet voorbereiden op parlementsverkiezingen in het voorjaar. Cindoruk staat politiek dicht bij de Turkse president.

De nederlaag gisteren van Çiller in het parlement was groter dan verwacht. Dat was vooral het gevolg van het uitblijven van een nieuwe arbeidsovereenkomst met de arbeiders in dienst van de noodlijdende staatsbedrijven, die gisteren in Ankara massaal de straat op gingen om het parlement ervan te weerhouden de vertrouwensstem te geven aan de minderheidsregering van Çiller. Zij eisen vele procenten meer loonsverhoging dan de Turkse premier hen - daartoe kort gehouden door het Internationale Monetaire Fonds - wenst te geven. De Democratisch Linkse Partij (DLP) van de sociaal-democraat Bülent Ecevit trok daardoor zijn steun aan de minderheidsregering in. Bovendien kampt Ciller met een rebellie in haar partij; enkele parlementariërs stapten de afgelopen week uit de partij, terwijl zeven anderen gisteren hun vertrouwen aan haar minderheidsregering onthielden. Çiller werd buiten haar eigen partij om slechts gesteund door de ultra-rechtse Partij van Nationale Actie (PNA) van Aparslan Turkes, vijf onafhankelijke parlementariërs en vier afgevaardigden van twee kleine conservatieve partijen. Na de voor haar vernederende uitslag in het parlement liep Çiller, de in Amerika opgeleide hoogleraar in de economie die in juni 1993 de eerste vrouwelijke premier werd in Turkije, met opgeheven hoofd naar het spreekgestoelte. “We hebben een rein geweten”, aldus een glimlachende premier. “We hebben de nationale interesses niet ondergeschikt gemaakt aan die van onszelf.” Ze doelde daarmee op het feit dat de PJP, simpelweg om de regeringstoelen te blijven bezetten, niet had toegegegeven aan de druk van de al sinds midden september stakende arbeiders in dienst van de staatsbedrijven. Çiller maakte bovendien duidelijk dat er in Turkije geen regering komt zonder haar PJP, de grootste partij in het parlement. “We maken ons nu op voor snelle verkiezingen.” Na beraad met haar partij werd de datum op 24 december gezet.

De vraag is of een dergelijk wetsvoorstel door het parlement komt. Niemand in Turkije, uiteindelijk ook de PJP niet, is er op gebrand dat nog dit jaar de gang naar de stembus wordt gemaakt, die procedureel in oktober van het volgend jaar moet plaatsvinden. Iedereen is het er over eens dat de kieswet, die de grootste partij momenteel een onevenredig voordeel biedt wat betreft de zetelverdeling in het parlement, eerst gewijzigd moet worden. Bovendien is de kiesgerechtigde leeftijd in de zomer, als onderdeel van de hervorming van de grondwet, naar 18 jaar verlaagd. De wetgeving daartoe is evenwel nog niet gereed. Een ander probleem is dat er nog ampel tijd is voor de op stapel staande douane-unie met Brussel. Een belangrijke voorwaarde van het Europarlement, dat midden december over de kwestie stemt, is dat voor die tijd tenminste artikel 8 uit de anti-terreurwet wordt geschrapt, op grond waarvan de vrijheid van meningsuiting nu aanzienlijk wordt beperkt in Turkije. Dit artikel wordt vooral gebruikt om degenen die het Koerdische vraagstuk in Turkije ter discussie stellen, het zwijgen op te leggen en achter de tralies op te bergen.

    • Froukje Santing