Opeens is Amsterdam een stad vol aardige mensen, vindt politicus

“Maar nu de oplossingen”, smeekt de politicus. Hij heeft zojuist zijn twaalf tafelgenoten gevraagd naar hun ervaringen met het thema van de avond, 'onveiligheid', en kreeg een onthutsend eentonige opsomming ten antwoord: in elkaar geslagen, overvallen, beroofd, bedreigd, auto gestolen, fiets gestolen, ingebroken. Verdriet en woede, maar ook het heimelijke genoegen dit nu eindelijk eens te kunnen vertellen aan iemand die erover gáát, klonken in de verhalen door.

De fluisterende jongen die van zijn fiets werd gesleurd. De man die met een groepje vrienden een fietsendief wilde wegjagen en vervolgens een stuk betondraad onder zijn neus kreeg. De pronte vrouw die op de Dappermarkt staat - “Will met 'r grote bek”, zoals ze zichzelf introduceert - en voor geen junk bang is. Wat kon de politicus anders doen dan knikken en instemmen en daarna de volgende stadsbewoner het woord geven? Dit is niet zjn avond, maar de hunne.

Het stadsbestuur van Amsterdam organiseert deze weken zijn eigen samenscholingen, het 'gesprek met de stad - over oplossingen voor Amsterdamse problemen'. Opdat nooit meer iemand kan zeggen “de politiek luistert niet” en dat-ie dan nog gelijk heeft ook. De deemoed op het stadhuis is groot. In mei heeft 93 procent van de kiezers bij een referendum een belangrijk besluit van de gemeenteraad weggehoond en de schrik zit nog in de benen. Een stemverhouding uit het Oostblok van vijftien jaar geleden, volgens burgemeester Patijn. En daar waren samenscholingen verboden.

Een paar dagen na het stadsgesprek over veiligheid zit de burgemeester aan een van de vijftien ronde tafels om te praten over het thema 'verkeer en vervoer'. Ruim een uur duurt de tafelronde en de meeste tijd is Patijn met drukke gebaren aan het woord. Een lokale tv-zender zou hebben geconstateerd dat hij zijn tafelgenoten probeert te winnen voor de omstreden aanleg van een nieuwe metrolijn. Maar niemand aan zijn tafel heeft dat gevoel gehad. Ze hebben goed gepraat met hun burgemeester. Hij heeft geluisterd, klinkt het een beetje eerbiedig.

Een tafel verderop zit wethouder Bakker. Ook hij spreekt meer dan elk van zijn medeburgers, maar ook zij hebben niet het idee dat ze vooral publiek zijn geweest. Meneer De Boer heeft zijn schitterende idee over een nieuwe parkeerkaart kunnen ontvouwen en het echtpaar Van den Berg heeft kunnen uitleggen hoe absurd duur het openbaar vervoer nog altijd is ten opzichte van de auto. De tevredenheid is groot.

Voor de meeste politici is het even wennen. Ze waren gewend geraakt aan inspraakavonden en hoorzittingen. Voorspelbare monologen, met avond aan avond dezelfde spelers: wijkcentra, comités tot behoud, buurtverenigingen en levensbeschouwers. Voor de politici die voor zulke gelegenheden moeten aantreden, zijn het doorgaans verloren avonden op de automatische piloot. Altijd is het publiek tégen het voorstel dat ter tafel ligt. Uiteindelijk wordt dat meestal toch doorgevoerd, met een handvol kosmetische wijzigingen - het bestuur kiest nu eenmaal de oplossingen en de bevolking mag eens in de vier jaar het bestuur wegstemmen.

Deze stadsgesprekken zijn anders. Veel verrassender en verfrissend constructief. Sommige politici liepen handenwrijvend rond. Wat een aardige mensen wonen er in de stad! Nooit meer last van een referendum, dachten ze al. Alsof vijf luisteravonden met steeds 150 à 200 mensen de instemming van een paar honderdduizend kiezers kunnen afkopen. Het blijft ten slotte om de oplossingen gaan.

    • Bas Blokker