LA PASSIONE OVER Het Napolitaanse lied

La Passione: Kleine Zaal Concertgebouw Amsterdam 23/10 20.15u. Res. 020-6718345.

“Wat ons trekt in het Napolitaanse lied is de directheid, de passie, de romantische lyriek. De melodieën zijn welluidend en zangerig en in tekst en beeldspraak drukken de Latijnen zich mooier uit dan wij, vooral als het om de liefde gaat. Napolitaanse muziek kan ook ingetogen zijn, maar dan is het de ingetogenheid van een smeulend vuur, dat elk moment kan oplaaien.”

Tenor Vincent de Lange (34) en bariton Jan Paul van Spaendonck (39) vormen samen het duo La Passione. Ze zingen Napolitaanse liederen en begeleiden zichzelf op cello en gitaar. Beiden studeerden af aan het Utrechts conservatorium, De Lange als cellist, Van Spaendonck als zanger. “Maar we ontmoetten elkaar pas later bij een auditie. Toen ontdekten we dat we onafhankelijk van elkaar een passie hadden opgevat voor dit repertoire.”

xpHet duo bestaat nu bijna vier jaar. Van Spaendonck zingt daarnaast veel in oratoria, De Lange is tevens dirigent van het Weesper Trekvaart Mannenkoor. Vooral vrouwen zouden zwijmelen bij de optredens van de twee, al claimt De Lange dat hij ook eens vierhonderd mannen van een bandenfabriek tot tranen toe heeft geroerd. Op 21 oktober proberen zij dat voor de eerste keer in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw.

“Van alles wat we doen vinden we La Passione het leukst. Hiermee willen we doorbreken. We zingen nu twee tot drie keer per week op koffieconcerten, feesten en partijen. We hebben onder andere gespeeld bij het slotdiner van de Pompeï-tentoonstelling en op de bruiloft van de zuster van Jaap van Zweden. Jaap is een enorme fan van ons.

“Ook 'De Drie Tenoren' zingen deze liederen, maar zij helpen ze met hun bombast juist om zeep, vinden we. Wij houden van de èchte Napolitaanse volkszangers, zoals Roberto Murolo en Claudio Villa. Hun zang zit tussen volksmuziek en charmezingen in. Ze imponeren niet zozeer met hun stem zoals operazangers doen, maar ze charmeren ermee. Willy Alberti had veel van zo'n authentieke tenore Napolitano, hij had ook dat basale zanggevoel, die passie en dat hart op de tong. Wat Alberti deed was misschien een tikje ordinair, maar hij is wel belangrijk geweest voor het Napolitaanse lied. Hij heeft het in Nederland populair gemaakt.

“Wij brengen een combinatie van kamermuziek en authentieke volksmuziek. We zijn steeds op zoek naar oude, nostalgische bladmuziek. Daaraan geven we een eigen interpretatie. We componeren ook zelf liederen. En de operacomponist Kerry Woodward uit Wales heeft een prachtig drieluik voor ons geschreven op een tekst van de jonggestorven Italiaanse dichter Sergio Corazzini: Desolazione del povero poeta sentimentale. Dat staat op de cd die we hebben uitgebracht en we zingen het ook in het Concertgebouw.

“De cello geeft een bijzonder tintje aan onze arrangementen. De cello is geen geëigend instrument voor Napolitaanse liederen. Van oorsprong worden ze door gitaar of mandoline begeleid. Bij het zingen gaan we uit van het klassieke belcanto, maar permitteren ons wat meer vrijheid: onze zang is lichter, intiemer, meer parlando. We pretenderen geen Napolitaanse zangers te zijn. Als je hen gaat nadoen krijg je een volksmuziekgroepje en dat willen we niet. We blijven klassiek geschoolde musici, maar we zijn meer 'van de straat' dan klassieke musici. We houden ons bezig met het publiek, maken oogcontact. Misschien is dat het wel, in combinatie met de sensitieve lyriek en de hartstocht van de liederen, wat vrouwen zo aanspreekt.”

    • Gerda Telgenhof