'Ik speel veel beter tegen volwassenen'

Toen ik vier was zag ik hoe mijn vader won van zijn vrienden. Ik wou dat hij mij ook de regels leerde. Schaken is een soort vechten. Niet in het echt, maar op het schaakbord. Je moet een aanval bedenken, dat is leuk. Ik ben serieus begonnen op mijn zevende. Nu speel ik bij de senioren voor het tweede team van Amstelveen in de tweede klasse KNSB.

Ik train twee keer per week en heb zaterdag wedstrijden. Ik schaak drie à vier uur per dag. Sinds kort heb ik ook een sterke schaakcomputer. Ik lees Schaaknieuws en Schakend Nederland. En op Teletekst keek ik iedere ochtend wat Anand en Kasparov hadden gedaan. Ik was voor Anand, want ik vind het niet goed van Kasparov dat hij een eigen bond heeft opgericht. En Anand is nog jong en Kasparov is al heel lang wereldkampioen.

Mijn doel is eerst om grootmeester te worden en daarna om het wereldkampioenschap te schaken. Maar ik weet niet of ik het zo lang volhoud als Kortsjnoi. Die is zestig of zo. Ik wil beroepsschaker worden. Als dat niet lukt, weet ik niet wat ik anders wil worden.

Bij het NK was er één die begon met zeven uit zeven, maar hij had nog niet tegen mij gespeeld. Toen won ik van hem. In de laatste ronde stond ik goed, maar bood ik remise aan. Als je kampioen kan worden, moet je geen risico nemen.

Ik speel het liefst scherpe openingen. Aanvallen is mijn sterkste punt, verdedigen doe ik liever niet. Ik speel beter tegen volwassenen dan tegen jeugd. Tegen sterke volwassenen probeer ik goed mijn best te doen en tegen jeugd kan dat wel eens mislopen. Maar het is vervelend als ze grote sigaren roken.

Deze week speel ik in Brazilië het jeugd-WK. Ik hoop het net zo goed of beter te doen dan bij het EK. Daar werd ik derde.

    • Remmelt Otten