Hockeypubliek verplicht in beeld van tv-camera's; Hockeybond tevreden over verstandshuwelijk met Supersport

EINDHOVEN, 16 OKT. Voorafgaand aan de wedstrijd kreeg iedere bezoeker een oranje vlaggetje in de handen gedrukt. Intussen riep de speaker de aanwezigen aan weerszijden van het kunstgras luidkeels op tot geanimeerd enthousiasme. De beschilderde gezichten van de in het oranje en zwart gehulde ballenjongens en -meisjes deden de argeloze toeschouwer wellicht vermoeden dat het carnaval voortijdig was losgebarsten in het Brabantse land.

Oranje Zwart wilde gisteren goed voor de dag komen bij de seizoensopening van het eerste mannenteam tegen streekgenoot Den Bosch. Per slot van rekening verschijnt de hockeyclub uit Eindhoven niet iedere dag rechtstreeks op het televisiescherm. Als zo'n uitzonderlijke geval zich voordoet, moet de vereniging zich ook maar meteen van haar beste kant laten zien. En daarom stond gistermiddag even voor de klok van drie alles in het teken van de rechtstreekse uitzending vanaf het Gemeentelijk Sportpark aan de Aalsterweg in de weg.

De nationale hockeybond (KNHB) en Supersport hadden het terrein van de Eindhovense hoofdklasser uitverkoren voor de eerste van de wekelijks terugkerende cyclus live-wedstrijdverslagen en -interviews vanaf het complex van één van de twaalf clubs uit de hoogste afdeling. Aanvankelijk zou het duel tussen Kampong en Bloemendaal rechtstreeks uitgezonden worden, maar op het laatste moment viel de keuze op de Brabantse derby tussen Oranje Zwart en Den Bosch.

De KNHB streeft popularisering van het produkt hockey na en meent in Supersport een ideale partner gevonden te hebben om dat streven te verwezenlijken. 'Het doel heiligt de middelen', is de leidraad van het bondsbestuur uit Bunnik. Met dezelfde ideologie timmert de sportzender sinds een kleine twee maanden aan de weg. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd', is het commerciële oogmerk van de abonneezender. De FilmNet-kloon zendt als het even kan, omgeacht de nieuwswaarde, ieder sportevenement rechtstreeks uit. Het verstandshuwelijk dat de KNHB en Supersport deze zomer sloten kwam dan ook niet als een verrassing.

Het contract tussen beide partners heeft een looptijd van twee jaar. Volgens de bepalingen van de overeenkomst is de hockeybond degene die moet betalen voor de uitzendingen terwijl bij een gemiddelde voetbalwedstrijd uit de eredivisie de betalende partij Supersport heet. De kosten van het eerste seizoen - circa één ton - zijn voor rekening van de bond. In het tweede jaar worden de bezochte hoofdklasse-clubs geacht datzelfde bedrag gezamenlijk op te hoesten. “Dat vergt een omslag in het denken, meer niet. De clubs kunnen die kosten eenvoudig terugverdienen door bijvoorbeeld toegenomen clubsponsoring als gevolg van de rechtstreekse tv-uitzendingen”, aldus Michiel Reepmaker, lid van de sectie Tophockey van de bond.

Onderdeel van de overeenkomst is de voorwaarde dat iedere club in de eerste seizoenshelft minimaal één keer als gastheer optreedt van Supersport. Pas na de winterstop hebben journalistieke principes voorrang en wordt van week tot week beoordeeld welk hoofdklasseduel de meeste aandacht verdient. De voorschriften waar de clubs aan moeten voldoen, variëren van geuniformeerde ballenjongens en -meisjes tot de verplichting dat het publiek plaats moet nemen tegenover de twee vaste camera's. Reepmaker: “Want een veld zonder publiek oogt natuurlijk niet. De kijker haakt dan onmiddellijk af.”

De KNHB is meer dan tevreden over de samenwerking met Supersport. “Hockey is een onoverzichtelijke sport en dus moeilijk in beeld te brengen. Maar met twee vaste en één 'wandelende' camera lukt dat wel. Door de herhalingen en het deskundige commentaar wordt de sport bovendien begrijpelijker en dus toegankelijker voor de leek, die wel van sport houdt maar niet volledig op de hoogte is van de spelregels”, zegt Arjen Rahusen, adviseur van de KNHB en mede-verantwoordelijk voor de overeenkomst met de commerciële zender.

Rest een wens. Rahusen: “Een vaste camera in of op het doel zodat de kijker een overzichtelijk beeld krijgt van de spelsituatie bij een strafcorner bijvoorbeeld. Daarover gaan we deze week nog maar 'ns contact opnemen.”

    • Mark Hoogstad