'Fransen houden vooroordeel drugs'

MARNE-LA-VALLÉE/DEN HAAG, 16 OKT. Minister Sorgdrager (justitie) heeft in een gesprek met haar Franse collega Toubon geconstateerd dat de Franse houding ten opzichte van het Nederlandse drugsbeleid nog steeds berust op “vooroordeel”. De beide bewindslieden zijn niet nader tot elkaar gekomen.

Tijdens de informele raad van Europese ministers van justitie op de Canarische eilanden heeft Sorgdrager Toubon zaterdag op diens verzoek nog eens geprobeerd het drugsbeleid uit te leggen. De dag erna, in de marge van een groot gaullistisch partijcongres op het terrein van Euro Disney bij Parijs, zag Toubon de kans op Frankrijks medewerking aan het Verdrag van Schengen nog niet positiever in. “Ik ben niet gerustgesteld, en evenmin ongeruster geworden. Mijn Nederlandse collega, mevrouw Sorgdrager, heeft me verzekerd dat Den Haag zich aan alle geldende internationale verdragen wil houden. Dat is een nuttig aanknopingspunt. Verder is het niet aan ons verlangens ten aanzien van het Nederlandse drugsbeleid te formuleren, wij zijn geen substituut voor de Nederlandse regering.”

Toubon zei gisteren desgevraagd dat hij de drugsnota van de Nederlandse regering kende uit de krant, de Franse vertaling had hij nog niet gelezen. Hij had zich de inhoud daarvan laten uitleggen door Sorgdrager. Hoewel Toubon geen specifieke eisen aan Nederland stelde, was het zijns inziens duidelijk “dat er te veel drugs worden gebruikt en verhandeld. Met dat laatste hebben wij te maken: de helft van alle drugs in Frankrijk komt uit Nederland.”

Volgens Sorgdrager blijkt uit het gesprek dat de Franse houding er nog steeds één is van “één en al vooroordeel”. Dat geldt volgens haar niet alleen voor het gevoerde drugsbeleid, maar ook voor delen van de Nederlandse wetgeving op dit terrein. Sorgdrager zal hiervan een compacte vertaling laten maken en deze opsturen naar haar Franse collega. Overigens bevatte het informele onderhoud op de Canarische eilanden volgens haar “absoluut geen stekeligheden” van de zijde van Toubon.

De Franse minister kon geen datum noemen waarop hij en zijn collega van binnenlandse zaken, Debré, een bezoek aan Nederland zouden brengen om de praktijk van het Nederlandse drugsbeleid met eigen ogen te zien. De al enige tijd aangekondigde reis wacht op de uitkomst van het dinerbezoek dat premier Kok aan president Chirac zal brengen op 26 oktober. Toubon was intussen niet op eigen gelegenheid naar een echte coffeeshop gaan kijken, “noch als minister, noch als gebruiker”.