ELENI VLACHOU; Invloedrijke courantière

ATHENE, 16 OKT. Eleni Vlachou, de grand old lady van de Griekse journalistiek, is zaterdag op 85-jarige leeftijd overleden. De laatste jaren leidde zij een teruggetrokken bestaan, na de verkoop van haar dagblad Kathimerini (de Dagelijkse).

In 1951 nam zij de leiding van deze conservatieve krant over van haar vader George. Haar kolom op de voorpagina, getekend met een simpele E, werd een begrip. Aanvankelijk driemaal per week, beperkte ze zich later tot de zondagen, die voor tienduizenden niet volledig waren zonder haar scherpe, geestige, soms snibbige stukjes.

Tegenstanders beschuldigden haar ervan achter de schermen een onevenredig grote invloed op de Griekse politiek uit te oefenen, onder meer bij het 'pushen' van politici, vooral doordat zij ten paleize kind aan huis zou zijn. In een vraaggesprek enige jaren geleden heeft zij dit een sprookje genoemd, in het bijzonder wat haar vermeende invloed op de in Griekenland impopulaire koningin Frederika betrof. Zij onthulde dat zij zich de wrevel van de koningin op de hals had gehaald door niet te voldoen aan haar wens, haar de hand te kussen.

In de jaren zestig redigeerde zij naast het ochtendblad Kathimerini ook een middagblad, Mesimvrini, dat in die vorm na de junta niet meer is teruggekomen. Het roept nog altijd de nostalgie van de kenners op doordat dit niveau van afstand en objectiviteit sindsdien niet meer is gehaald in de Griekse pers.

Legendarisch werd zij na de staatsgreep van 21 april 1967, de dag waarop zij de gevleugelde woorden sprak: “Van wie zijn die tanks? Van ons?” Vanaf de eerste dag weigerde zij haar kranten te laten verschijnen, tot ergernis van de kolonels die zoiets juist van de conservatieve Kathimerini niet hadden verwacht. “Mijn stilte werd mijn stem”, heeft zij later gezegd. Op de verlaten burelen van haar krant ontving en informeerde zij buitenlandse bezoekers, totdat de kolonels haar huisarrest oplegden, waaruit zij op avontuurlijke wijze vermomd wist te ontsnappen. In Londen zette zij de strijd tegen de junta voort, onder meer met haar weekblad Hellenic Review en haar vermakelijke en voor de kolonels moordende boekje 'House Arrest'.

Na de val van de dictatuur in 1974 nam zij voor enkele jaren zitting in het parlement voor de regerende Conservatieve partij van Karamanlis, maar dit werk lag haar niet. “Je kunt niet kwijt wat je werkelijk denkt.” Velen stelde zij teleur door al haar krachten te richten op de voortzetting van de Kathimerini in plaats van de Mesimvrini. Haar grote grief werd dat de Grieken geen ochtendbladen meer bleken te lezen.

In 1989 verkocht zij het noodlijdende dagblad aan de bankier George Koskotás, die kort daarop als oplichter werd ontmaskerd. Ze heeft altijd volgehouden dat zij dit niet heeft kunnen vermoeden, en dat “die aardige man met vijf kinderen” juist zo'n goede indruk op haar had gemaakt. “Misschien doen alle oplichters dat wel”, zei ze in het vraaggesprek van enkele jaren geleden, waarin ze tevens onthulde rond te lopen met plannen voor een totaal nieuwe krant, “zonder grote letters op de voorpagina”. Het is er niet meer van gekomen.