Dreunende beats vormen de grenzen van Groningse jazz

Festival: Jazzmarathon. Met o.a.: Vernon Reid, Sophia Domancich Trio, Trio Jorrit Dijkstra en John Zorn's Masada. Gehoord: 15/10 Oosterpoort Groningen.

Op de slotavond van de jaarlijkse Jazzmarathon in Groningen, dit jaar verdeeld over drie dagen en bezocht door ruim 1700 mensen, vond een merkwaardig incident plaats. Dat merkwaardige lag niet zozeer aan de muziek die werd gemaakt als wel aan de heftige reacties die zij opriep. Bij opera-premières plegen bezoekers, als zij dat nodig vinden, luidkeels hun ongenoegen kenbaar maken; bij jazzconcerten, zeker tijdens festivals, pleegt men simpelweg op te staan en elders zijn heil te zoeken. Tijdens een van de hoofdacts, het My Science Project van de black-rock gitarist Vernon Reid, ontstond tumult. Reid, wiens zeer succesvolle (pop)groep Living Colour begin dit jaar uiteenviel, had naast een scratcher en een rapper, twee kuub elektronica meegebracht, waarmee hij een slordig gemetselde geluidsmuur optrok. Hij kwam al in een, naar het leek, ongeïnteresseerde (of gedrogeerde?) staat het podium op. Toen hij ook nog klaagde dat hij eigenlijk te weinig handen had om al zijn computerapparatuur te besturen en tegelijk behoorlijk gitaar te spelen, noemde iemand uit de zaal hem “hypocriet”. Terechter was geweest: “aansteller”, maar het punt was duidelijk. Reid vroeg om uitleg, luisterde maar half naar het antwoord en maakte zijn criticus tenslotte belachelijk. De rest van het publiek verzocht hem ondertussen met klem om zijn concert te vervolgen. Er werd nog wat gevloekt, op z'n Amerikaans en op z'n Gronings, en even later was het concert voorbij.

Het was een onsympathiek incident, maar wel een incident dat iets zegt over de grenzen die de hedendaagse jazz volgens sommigen heeft bereikt. Aan de laatste eis die je nog aan jazzmuziek zou kunnen stellen - dat er in groepsverband wordt geïmproviseerd - werd door Reid wel voldaan, maar op zo'n cynische, a-creatieve wijze dat je hoopte dat hij het zou laten. Als het in deze muziek alleen nog gaat om dreunende beats, waarvan de luisteraar de herkomst niet weet, is het misschien beter om de concertzaal in te wisselen voor een discotheek.

Met minder technologische rimram kan vaak interessantere muziek worden voortgebracht. Dat bewees het trio van de Franse pianiste Sophia Domancich. Geen dansbare grooves hier, maar fijnzinnige akoestische stukken, waarbij het gecomponeerde deel haast onmerkbaar overgaat in (gezamelijke) improvisatie. De leitmotieven, want van melodische thema's was geen sprake, waren van een Debussy-achtige dromerigheid. Vooral de geïntegreerde soli van Paul Rogers op zijn dubbelsnarige contrabas gaven het geheel de benodigde intensiteit. Domancich, van oorsprong klassiek opgeleid, weet in haar spel functioneel gebruik te maken van het vrije idioom dat in de loop der jaren is ontwikkeld, en dat levert een intelligente, ongekunstelde stijl op die lucht overlaat om te ademen.

Het Nederlands aandeel op de zondag bestond onder meer uit het Trio Jorrit Dijkstra, dat bezig is aan een tournee die voortvloeit uit de toekenning van de Podiumprijs 1995 aan Dijkstra. Deze altsaxofonist speelt in een 'ouderwetse' triobezetting aangenaam beschaafde liedjes met een hoge meefluitbaarheid, zonder oppervlakkig of voorspelbaar te worden.

Een van de belangrijkste gasten op deze editie van de Jazzmarathon was John Zorn, die dan ook met zijn kwartet Masada het festival mocht afsluiten. Zorn, berucht om zijn eclectische vormexperimenten, speelt met Masada unplugged. Masada's muziekkeuze bestaat niet uit de ultrakorte, nerveuze stukken (zoals bijvoorbeeld bekend van een van zijn andere groepen, Naked City) maar uit composities van normale lengte, zij het voorzien van allerlei ritmische wendingen, adequaat onderbouwd door drummer Joey Barron. Als solist is Zorn op zijn altsaxofoon onmiddellijk herkenbaar aan zijn plotselinge, hysterische gegil. Over Zorn kun je zo ongeveer alles beweren, en dat is ook gedaan, maar niet dat hij hypocriet is.

    • Viktor Frölke