Diogenes geeft wanorde maar geen verklaring

Onder de noemer 'de Nieuwe Wanorde' beschouwt Diogenes het moderne wereldtoneel. Na de Koude Oorlog heerst slechts verwarring, aldus de makers, een toestand die 'traditioneel' ruimte biedt aan genieën als idioten. En de tweede groep lijkt tot dusver de overhand te hebben.

In het drieluik van gisteren regeerde inderdaad de idiotie. Met Kroatië als voorbeeld van wanorde, China als voorbeeld van een versteende oude orde en tussenin de krijgshistoricus Martin van Creveld, die de oorlog als moeder van alle dingen beschouwt en de nieuwe Middeleeuwen ziet naderen zonder dat te betreuren. De staat, al eeuwen verantwoordelijk voor de oorlogsvoering, wordt vermorzeld tussen multinationale instanties als de EG en de VN enerzijds en multionaltionals en terroristische organisaties anderzijds. Een achteruitgang is dat niet, aldus Van Creveld: in naam van de staat zijn in deze eeuw immers 200 miljoen mensen over de kling gejaagd. “De twintigste eeuw heeft geen recht andere eeuwen barbaars te noemen.”

Als we afstevenen op een nieuwe feodalisme, is Kroatië een nogal anachronistisch fenomeen. Hier zijn we juist getuige van de geboorte van een ouderwetse natiestaat. Voor de redelijke westerling is Kroatië bij uitstek een land dat in handen is van malloten, zoals de van eigen grootsheid opgezwollen dokter Franjo Tudjman, die zijn daden steeds in het licht der eeuwigheid ziet, of de radicale pizzabakker Susak.

Kern van het deel over Kroatië is de misère van een Servische vrouw in de Krajina, die heeft besloten dat ze voortaan Kroatisch is om in haar huis te mogen blijven wonen. Tegenover de radeloosheid van de verliezer staat de grimmige tevredenheid van de winnaar, een Kroatische man die terugkeert naar het dorp waaruit hij in 1991 door de Krajina-Serviërs werden verdreven. “Eindelijk baas in eigen huis”, zegt de man voor een woning waarvan alleen de buitenmuren overeind staan. Waarna hij oreert dat Kroaten eigenlijk Ariërs zijn en Serviërs Slaven, dat het Kroatisch “voor negentig procent” verschilt van het Servisch en dat Serviërs zijn te herkennen aan punthoofden, spitse neuzen en kleine monden. Een Kroatische intellectueel biedt enig tegenwicht tegen deze nationalistische fantasie.

Het is niet moeilijk de Kroatische waanzin in beelden te vatten. Zo zijn we getuige van vendelgezwaai op het fort van Knin en van een modeshow op housemuziek voor frontsoldaten, waarbij de modellen als entr'acte 'Blut und Boden' poëzie voordragen. Wie wel eens met Kroaten praat, weet hoe onverwacht rede plaatsmaakt voor slogans en irrationaliteit als de oorlog ter sprake komt. Absurd misschien, maar waarschijnlijk voldeed de geestesgesteldheid van onze voorvaderen in de tachtigjarige oorlog ook niet geheel aan de toets der redelijkheid.

Diogenes brengt zijn items zonder commentaar, maar wel met vette effecten: interviews worden doorspekt met videoclips vol Kroatische marsmuziek, oorlogsgraven, dood en destructie. De mini-documentaires zijn dramatisch, suggestief en lijmen de kijker aan de beeldbuis vast: op dat punt staat Diogenes in Nederland op eenzame hoogte. De aanpak kent ook nadelen. Het programma registreert, maar verklaart weinig, doet geen poging ordening aan te brengen in 'De Nieuwe Wanorde'. Na een aflevering als deze rest de kijker weinig anders dan te constateren dat het toch een raar zootje is op de wereld en dat de gekken de kliniek hebben overgenomen.

Wie er ook nog wat van wil begrijpen, moet later op de avond maar naar de BBC-serie 'de Dood van Joegoslavië' kijken, een zeer nauwkeurige reconstructie van het conflict op de Balkan. Daar durft men ook nog de illusie te koesteren dat het allemaal te verklaren is.