Bolkestein sprak en ambtenaar week af

Soms werkt een ambtenaar voor zijn minister, soms ook niet. Frits Bolkestein ervoer het in het najaar van 1982 als nieuwbakken staatssecretaris van buitenlandse handel aan den lijve. Nog geen maand op zijn post nam hij in Genève deel aan een ministersconferentie van de Gatt, de algemene overeenkomst inzake tarieven en wereldhandel. Die bijeenkomst werd gedomineerd door een discussie over opkomend protectionisme als gevolg van de heersende economische recessie en het luisterde daarbij nauw welke positie Nederland zou innemen.

De free trader Bolkestein opereerde gematigd tussen enerzijds het Franse uiterste van protectionisme en aan andere kant de Derde-Wereldlanden, die ieder protectionisme van de industrielanden bestreden. Om zover te komen keurde Bolkestein aan de vooravond van zijn eerste internationale optreden de ontwerp-tekst van zijn speechschrijvende ambtenaar af en schreef hij 's nachts een eigen verhaal. De ambtenaar was zeer ontstemd, maar de minister (die in het buitenland was) toonde zich beslist: “Ik ben hier de baas”, liet hij zijn ondergeschikte weten.

Maar in hoeverre was de minister voor buitenlandse handel nu echt de baas? Precies op de dag dat Bolkestein in Genève sprak, verscheen in deze krant op de opiniepagina een artikel van een ambtenaar van Buitenlandse Zaken, sectie ontwikkelingssamenwerking. Deze nam het vierkant op voor de belangen van de Derde-Wereldlanden en verwijderde zich daarmee royaal van de minister van de Kroon. En Bolkestein had het nakijken: hij kon slechts knarsetandend vaststellen dat zijn opstelling in eigen land werd ondergraven. Want die ambtenaar, het toenmalige hoofd van het bureau handelspolitieke zaken van de directie internationale organisdaties op Buitenlandse Zaken, viel nu eenmaal onder de ministeriële verantwoordelijkheid van de minister van Ontwikkelingssamenwerking, destijds Eegje Schoo.

De moraal van dit verhaal: ambtenaar vrijuit, minister ongelukkig. (KvdM)