Bedrijf betaalde smeergeld; Berlusconi voor rechter gedaagd wegens corruptie

ROME, 16 OKT. De Italiaanse oud-premier en mediamagnaat Silvio Berlusconi moet terecht staan op verdenking van corruptie. Hij ziet hierin geen reden om terug te treden als leider van de rechtse alliantie en blijft streven naar een nieuw premierschap.

Het proces tegen Berlusconi staat gepland voor 17 januari. Hij moet zich verdedigen tegen de beschuldiging dat hij op de hoogte was van de betalingen door vier onderdelen van zijn Fininvestgroep aan inspecteurs van de Guardia di Finanza, een soort fiscale recherche.

Behalve Berlusconi staan zijn broer Paolo, vier Fininvest-managers en vijf belastinginspecteurs terecht. Tegen Silvio Berlusconi loopt nog een vijftal andere zaken, maar dit is de eerste waarbij het tot een proces komt. Een Milanese rechter bepaalde zaterdag dat de smeergeldgroep op het Paleis van Justitie gegronde redenen heeft om Berlusconi voor het gerecht te dagen.

In een reeks verklaringen en interviews heeft Berlusconi meteen gereageeerd. Hij zei dat hij onschuldig is, dat er geen enkel concreet bewijs tegen hem is en dat hij het slachtoffer is van een poging van de smeergeldgroep op het Milanese Paleis van Justitie om hem onschadelijk te maken als politicus.

“Ik ben verontwaardigd”, zei Berlusconi zaterdag fel. “Dit bericht zal heel de wereld rondgaan. En iedere stap van het proces zal een lading modder over me uitstorten.”

Gisteren bestreed hij suggesties dat hij zou moeten aftreden als leider van de rechtse alliantie. “De leider ben ik, de kandidaat voor het premierschap ben ik. Volgende week zal ik het goed uitleggen aan mijn bondgenoten.” Op een suggestie dat, ook al zou hij de verkiezingen winnen, president Oscar Luigi Scalfaro nooit iemand tot formateur zou benoemen tegen wie een proces loopt wegens corruptie, antwoordde hij: “Dat zullen we wel eens zien. In dat geval zal ik tegen de burgers zeggen dat die de verkiezingen heeft gewonnen geen premier kan worden.”

Berlusconi heeft de voorzichtige steun gekregen van Gianfranco Fini, leider van de Nationale Alliantie, erfgenaam van de neo-fascisten. Binnen het Christelijk-Democratisch Centrum, een andere bondgenoot, wordt gepleit het probleem op te lossen door voorlopig geen verkiezingen te houden.