Arrestaties in Pakistan na coupplannen radicale islamieten

NEW DELHI, 16 OKT. In Pakistan zijn, naar pas dit weekeinde is gebleken, eind vorige maand enkele hoge legerofficieren met islamitisch-fundamentalistische sympathieën gearresteerd op verdenking van samenzwering. Premier Benazir Bhutto bevestigde zaterdagavond berichten van deze strekking maar wilde, in afwachting van een onderzoek, geen nadere bijzonderheden geven.

Pakistaanse kranten meldden onder verwijzing naar militaire bronnen dat het in totaal om tussen de dertig en veertig officieren ging. Een van hen is naar verluidt generaal Zahirul Islam Abbasi, die als militair attaché in New Delhi al eens eerder in het nieuws was. De Indiërs verklaarden hem tot persona non grata omdat hij zich van vertrouwelijke Indiase documenten zou hebben proberen meester te maken.

De gearresteerde officieren zouden samen met enkele fundamentalistische partijen hebben willen proberen om Bhutto's regering omver te werpen en de opperbevelhebber van het leger te arresteren.

Het is algemeen bekend dat er al geruime tijd rivaliteit bestaat tussen een meer seculiere stroming binnen de machtige strijdkrachten en een groep van radicaal islamitische officieren. Die laatsten hebben altijd een invloedrijke groep gevormd sinds de heerschappij van generaal Zia Ul Haq, die Pakistan van 1977 tot zijn dood bij een mysterieus vliegtuigongeluk in 1988 met harde hand regeerde. Zia stond zeer sympathiek tegenover de fudamentalisten. Vooral binnen de geheime dienst ISI geven ze naar verluidt nog altijd de toon aan.

De arrestaties hebben tot bezorgdheid geleid bij radicaal-islamitische politici. “Is dit misschien het begin van een internationale samenzwering om officieren uit het leger te werken die zich laten inspireren door de geest van de islam”, vroeg Qazi Hussain Ahmad, leider van de fundamentalistische partij Jamaat-i-Islami, zich in een verklaring af. Hij sprak de vrees uit dat het Pakistaanse leger evenals in Egypte en Algerije zou kunnen worden ingezet tegen radicaal-islamitische elementen.

In het fundamentalistische kamp bestaat weinig sympathie voor premier Bhutto, die wordt gezien als te pro-Westers. Bhutto heeft op haar beurt weinig op met de fundamentalisten. Ze kan zich echter niet veroorloven om hen te negeren, want ondanks hun geringe zeteltal in het parlement vormen ze een machtige lobby in Pakistan.

Het is wel bijna zeker dat Bhutto en de legertop een gevoelige zaak als de arrestatie van hoge officieren met elkaar vooraf hadden kortgesloten. De strijdkrachten spelen in Pakistan een cruciale rol. Zonder hun instemming kan geen regering lang overleven, zoals premier Bhutto halverwege haar eerste termijn in 1990 moest ondervinden. Onder druk van de militairen moest zij toen het veld ruimen.

    • Floris van Straaten