'Ambities asielbeleid lagen te hoog'; Veenkamp: hectische tijden voorbij

RIJSWIJK, 16 OKT. De hectische tijden zijn voorbij. Definitief, zegt directeur Th. Veenkamp van het centraal orgaan opvang asielzoekers (COA). De periode waarin zijn medewerkers iedere week een nieuw opvangcentrum openden, is afgesloten. De belangrijkste reden hiervoor is de daling van het aantal asielzoekers.

Vorig jaar moest het COA onderdak bieden aan 52.000 vluchtelingen - mensen die onaangekondigd aan de grens verschijnen. Zo meldden zich eind oktober op een gewone maandag 500 asielzoekers aan de poorten van het COA. Dit jaar wordt het aantal asielzoekers geschat op 35.000.

De daling van het aantal asielzoekers werd mede ingezet door een scala aan maatregelen van regeringszijde. Het ministerie van justitie richtte twee aanmeldcentra in waar alle asielzoekers binnen 24 uur worden gescreend en stuurde asielzoekers met een beroep op nieuwe wetten terug als zij afkomstig waren uit 'veilige' landen of op doorreis deze landen hadden aangedaan.

De bedenkers en de uitvoerders van de nieuwe maatregelen is kritiek niet bespaard gebleven. Afgelopen jaar hebben onafhankelijke organen, hulpverleners, rechters, advocaten achter elkaar gewezen op de chaotische uitvoering van het asielbeleid. Daarbij wist het COA zich uit de schijnwerpers te manoevreren. Tegenwoordig krijgt de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) van het ministerie van justitie - onder meer verantwoordelijk voor de beslissingen over verblijfsvergunningen - regelmatig een veeg uit de pan.

Kritiek op het asielbeleid is niet uitzonderlijk, aldus Veenkamp. “Op geen enkel beleidsterrein wordt zo kritisch naar de uitgave van belastingcenten gekeken. Naar een gulden voor een asielzoeker wordt tien keer harder gekeken dan naar een gulden voor een straaljager.”

De Algemene Rekenkamer concludeerde onlangs dat het asielbeleid is vastgelopen. Onderschrijft u die conclusie?

“De Rekenkamer snijdt terecht veel problemen aan. Maar twee regels verder staat dan vaak: partijen zijn begonnen met de oplossing van het probleem. Belangrijker vind ik echter de toevoeging van de voorzitter van de Rekenkamer om de asielproblematiek eindelijk eens realistisch te benaderen.”

Dat realisme ontbrak?

“De verwachtingen waren te hoog gespannen, de ambities lagen te hoog. Langzamerhand raakt iedereen ervan doordrongen dat er voor de komst van grote aantallen asielzoekers naar ons land geen snelle oplossingen zijn. Snelle oplossingen zijn vaak kosmetische oplossingen gebleken. Dat doordringen van realisme is helaas niet spectaculair, maar wel noodzakelijk. De asielproblematiek is nu eenmaal een terrein waar je niet kunt scoren, daar moet je respect afdwingen.”

In Den Haag vormen asielzoekers juist bij uitstek een terrein waar politici scoren.

“Ja, maar je kunt op dit gebied alleen gezag afdwingen als je laat zien dat je het probleem der asielzoekers stap voor stap hanteerbaar maakt.”

Daarvoor is een uitvoeringsorganisatie als het COA toch afhankelijk van politici en wetgeving uit Den Haag?

“De opvang van asielzoekers kent ook andere problemen: de logistiek, de onvoorspelbare in- en uitstroom van vluchtelingen uit de opvangcentra, de gemengde gevoelens in de maatschappij. Indien wij falen, ontstaat onrust. Wij noemen dat de drie A's: angst, afgunst en anders. Je moet dergelijke gevoelens niet van een makkelijk etiket voorzien om er vervolgens geen rekening mee te hoeven houden. Natuurlijk hebben daarnaast Haagse maatregelen gezorgd voor een daling van het aantal asielzoekers dat naar Nederland komt. De periode dat we van voren niet wisten dat we van achteren leefden, is voorbij.”

Vervolgens zijn de schijnwerpers gedraaid van het COA naar de IND. Wat vindt u van de huidige kritiek?

“De Rekenkamer heeft aangegeven dat de asielproblematiek zo complex is dat iedereen zijn zwarte piet maar in zijn zak moet houden. Met het aantreden van het paarse kabinet is het COA overgegaan van het toenmalige ministerie van WVC naar Justitie. Het COA en de IND worstelen allebei met hetzelfde probleem: het onvoorspelbare aanbod van asielzoekers. Maar de samenwerking verloopt goed.”

Dat is opmerkelijk. Anderhalf jaar geleden, toen beide organisaties nog onder verschillende ministeries vielen, scholden de medewerkers elkaar de huid vol.

“Het was een hele slimme greep van het kabinet ons bij elkaar te brengen. Je krijgt dan één politieke baas en je kunt het die baas niet aandoen vechtend over straat te rollen.”

Leidt dit tot één organisatie voor toelating en opvang van asielzoekers?

“Nou nou, we zijn al heel blij met elkaar. Laten we nou niet direct aan de organisaties gaan morrelen. Dat is verspilling van energie.”

    • Yaël Vinckx