Tories koesteren de schijn van eenheid

LONDEN, 14 OKT. Wie zegt dat de Britse Conservatieven na zestien jaar regeren geen fut meer in hun donder hebben? Wie zegt dat Labour de verkiezingsoverwinning niet meer kan ontgaan? In de Union Jack gewikkeld danste het partijcongres gisteren op de gedragen tonen van Land of Hope and Glory. Voor het eerst in drie jaar had de partij een schijn van eenheid weten te bewaren. Een spervuur van beleidsaankondigingen had de indruk van daadkracht gewekt.

Maar in een poging om het politiek initiatief te heroveren op de oppositie, die in de opiniepeilingen een riante voorsprong geniet, zag de regeringspartij kennelijk geen andere mogelijkheid dan naar rechts op te schuiven. Het gedesillusioneerde partijkader moest met gulle hand worden gevoerd. Die strategie dreigt de afstand van de Conservatieven tot het electoraat nog te vergroten. Zoals bij Labour de partij-activisten steeds militanter zijn dan Labour-stemmers, zo is bij de Conservatieven het partijkader altijd conservatiever dan de Tory-kiezers. Door de gedelegeerden royaal te geven waar ze om schreeuwden - lekker kankeren op Europa, meer recht en orde, weg met die buitenlandse uitkeringstrekkers - hebben de Conservatieven het politieke midden prijsgegegeven. Ze hadden Labour geen groter genoegen kunnen doen.

Labour heeft het afgelopen anderhalf jaar onder leiding van de nieuwe leider Tony Blair juist zo zijn best gedaan om dat middenterrein te annexeren. Nog vorige week op het partijcongres in Brighton presenteerde Labour zich als de enige ware partij van recht en orde, van de familie, van de lage belastingen, van het bedrijfsleven, van het patriottisme, de enige partij die werkelijk de belangen vertegenwoordigt van het overgrote deel van het volk.

Pag.5: Mannetjesputterij stuwt Conservatief moreel op

De Conservatieven hebben Labour steeds verweten dat de partij zich tooide met gestolen veren. Maar om zich te onderscheiden voelden ze zich deze week verplicht te tonen dat ze conservatiever zijn dan Labour. Met die defensieve aanpak hebben ze zich laten verleiden tot de oppositierol.

Ironisch genoeg gedroegen de Tories zich voor het eerst sinds 1991 weer als een partij die gelooft in zichzelf. Vice-premier Michael Heseltine had zijn geplaagde partijgenoten al woensdag opgeroepen om het defaitisme van zich af te werpen. De Conservatieven moesten eens ophouden zich te gedragen als het verslagen Britse leger bij Duinkerken, hield hij zijn gehoor voor. “Denk aan El-Alamein”, het Egyptische dorp waar Montgomery de Duitse troepen van Rommel tot staan bracht. “Dit partijcongres kan net zo'n keerpunt zijn.”

Gisteren maande premier Major het congres om vrijdag de dertiende oktober 1995 te noteren als de dag waarop de campagne is begonnen voor de vijfde Conservatieve verkiezingswinst op rij. Dinsdag zat hij er nog hoogst ongemakkelijk bij toen partijvoorzitter Brian Mawhinney hem in de openingstoespraak presenteerde als “geboren winnaar”: met afhangende schouders en verkrampte glimlach. Een boegbeeld van wanhoop. Maar gisteren toen hij het podium alleen had, manifesteerde hij zich als de strijdlustige staatsman waar het congres zo naar snakte. Ontspannen, spetterend van het zelfvertrouwen. Voor het eerst sinds de verkiezingen van 1992 staan er geen rivalen achter de coulissen om hem in de rug te treffen. Sinds de leiderschapsverkiezing van juli die hij overtuigend heeft gewonnen, is zijn positie niet meer in het geding.

In zijn slottoespraak lanceerde Major gisteren meer regeringsplannen dan al zijn kabinetscollega's samen in de drie voorgaande dagen. De veiligheidsdienst MI5 zal worden ingezet in de strijd tegen de georganiseerde misdaad. In het kader van de criminaliteitsbestrijding komen er 5.000 politieagenten en 10.000 surveillance-camera's bij. Staatsuitgaven zullen tot minder dan veertig procent van het bruto nationaal produkt worden teruggedrongen. Successierechten en vermogensaanwasbelasting worden verlaagd en zo mogelijk afgeschaft. Het pensioen van oorlogsveteranen met de hoogste onderscheidingen gaat van 100 tot 1300 pond per jaar omhoog.

De Conservatieven hadden de bijeenkomst tevoren al bestempeld als het meest baanbrekende congres van de laatste tien jaar. Te vaak al hadden de Tories het verwijt gekregen dat ze uitgeblust waren. Daarom had premier Major half september alle kabinetsleden het bevel gegeven om op het congres met ten minste twee aansprekende beleidsinitiatieven te komen. Minister van defensie Michael Portillo oogstte grote bijval met zijn populistische tirade tegen het defensiebeleid van boeman-Brussel. Ook het afschaffen van de bijstand voor asielzoekers veroorzaakte een golf van enthousiasme. Maar het meest uitzinnig reageerde het congres nog op de aankondiging van minister van binnenlandse zaken Michael Howard dat misdadigers voortaan twee keer zo zwaar worden gestraft. “Er zal een schokgolf door de criminele gemeenschap gaan.”

De aankondiging van Howard zorgde ook voor een schokgolf in de justitiële gemeenschap. Zijn plan om vervroegde vrijlating te schrappen en plegers van zware geweldsdelicten na twee keer levenslang te geven werd door juristen onmiddellijk verworpen als ongewenste bemoeienis van de staat met de rechterlijke macht. In een ongebruikelijk felle reactie zei Lord Taylor, één van de hoogste rechters van Groot-Brittannië, dat van zwaarder straffen geen enkele preventieve werking uitgaat, zoals Howard beweerde. Hij verklaarde dat de overheid beter de pakkans kan proberen te verhogen, want die is in Groot-Brittannië door bezuinigingen op de politie bijzonder laag.

Ook op de anti-Brussel hetze van Portillo werd in binnen- en buitenland met afgrijzen en verbijstering gereageerd. Jacques Santer, de president van de Europese Commissie, liet weten dat hij zo'n exploitatie van anti-Europese gevoelens “jammerlijk” en “grotesk” vond. Ook Edwina Currie, één van de toonaangevende Eurosceptici in het Lagerhuis, noemde de toespraak van Portillo “onnozel en misleidend”. “Om te suggereren dat het Verenigd Koninkrijk op militair gebied volstrekt autonoom opereert, is onzinnig en dat is het al vijftig jaar.” Zelfs John Redwood, die zich sinds zijn mislukte leiderschapsstrijd tegen Major opwerpt als woordvoerder van de rechtervleugel binnen de Conservatieven, veroordeelde Portillo's “opruiende” taal.

IJzervreterij en mannetjesputterij hebben deze week het geschonden moreel van het Conservatieve kader tot ongekende hoogten opgestuwd. Tegelijkertijd hebben ze de teloorgang van de Tories als partij van het midden versneld.

    • Dick Wittenberg