Positie Turkse premier Tansu Çiller verzwakt

ANKARA, 14 OKT. Als de nieuwe Turkse minderheidsregering morgen in het parlement onvoldoende steun krijgt, worden mogelijk op 17 december al verkiezingen gehouden. Premier Tansu Çiller noemde gisteren deze datum in het geval de volksvertegenwoordiging haar laat vallen. Tot dusverre verzette zij zich tegen dusdanig vervroegde verkiezingen, omdat die haar economische programma en de totstandkoming van een douane-unie met de Europese Unie zouden kunnen schaden.

Çillers positie is er de laatste dagen niet sterker op geworden: donderdag stapten al vier afgevaardigden van haar conservatieve Partij van het Juiste Pad op; gisteren volgde de voormalige minister voor energie, Ersin Faralyali. Waarnemers zijn ervan overtuigd dat morgen bij de stemming nog meer afgevaardigden van Çillers partij zullen weigeren het vertrouwen in hun premier uit te spreken. Van de 428 parlementariërs zijn er nog 176 lid van de Partij van het Juiste Pad. Om te overleven heeft Çiller de steun nodig van de Democratisch Linkse Partij en van de ultra-rechtse Partij van Nationalistische Actie. Die van Democratisch Links, van oud-premier Bülent Ecevit, hangt echter af van een regeling van een drie weken oude staking in de publieke sector. (Reuter, AP)