Orde op 'illegale' zaken in Amsterdam

Burgemeester Patijn van Amsterdam presenteerde deze week de nieuwe regels voor de verkoop van softdrugs. De ontvangst is gemengd. Dàt er een stelsel komt wordt algemeen toegejuicht maar de voorwaarden worden ook 'nodeloos rigide' genoemd.

AMSTERDAM, 14 OKT. De stad, zei burgemeester Patijn deze week bij de presentatie van de begroting van Amsterdam, “moet worden aangepakt”. De burgemeester houdt ervan zijn zaken op orde te hebben. Ook zijn 'illegale' zaken. Dat er verslaafde tippelhoeren rondlopen in zijn stad, soit, maar dan wel op een daartoe aangewezen en ingerichte plek. Dat mensen hasj willen kopen in Amsterdam, goed, maar dan wel in zaken die daarvoor een vergunning hebben. Patijn, vorig jaar aangetreden, heeft deze twee zaken - door vorige bestuurders voortdurend voor zich uit geschoven - onmiddellijk ter hand genomen. Nadat de gemeenteraad vorige week zijn voorstel voor een definitieve tippelzone heeft aangenomen, presenteerde hij deze week de nieuwe regels voor de verkoop van softdrugs.

De ontvangst is gemengd. Dat er een vergunningenstelsel wordt ingevoerd, wordt algemeen toegejuicht. “Daar pleiten wij al jaren voor”, zegt voorzitter M. Veling van de Bond voor Cannabis Detaillisten (BCD, 120 leden). “Dat hebben we jaren geleden al besloten”, zegt gemeenteraadslid A. Grewel (PvdA). Overigens gaat het niet om een 'vergunning softdrugs', zoals de alcoholvergunningen. Softdrugs blijven verboden in Nederland, regulering in Amsterdam blijft een vorm van het bestaande gedoogbeleid. De 'goede' uitbater krijgt een exploitatievergunning voor zijn coffeeshop en de goede verstaander (lees: de politie) moet maar begrijpen dat dat betekent dat hij er dus ook hasj mag verkopen.

Veel minder enthousiast is de ontvangst van de voorwaarden die Patijn aan de vergunning verbindt. Terwijl de horeca-sluitingstijden dit jaar zijn verruimd in Amsterdam en 'dagcafés' open mogen blijven tot één uur 's nachts, snackbars en 'avondcafés' tot drie uur, krijgt de coffeeshop de speciale sluitingstijd van twaalf uur 's avonds. Bovendien mag in een gelegenheid waar softdrugs worden verkocht, geen alcohol meer worden geschonken. Het betekent dat zo'n 100 van de 450 softdrugsverkopers moeten kiezen tussen het contract met hun bierbrouwer en de klandizie die een jointje komt roken.

'Nodeloos rigide', vindt Patijns partijgenoot Grewel. D66 en GroenLinks zijn dat met haar eens. De VVD is er nog niet helemaal uit. Dat de overlast van coffeeshops wordt aangepakt, vindt Grewel uitstekend, maar dat kan volgens haar nu ook met een beroep op de openbare orde. Er worden elk jaar tientallen horeca-gelegenheden dichtgetimmerd, hetzij omdat er in hard drugs werd gehandeld, hetzij omdat ze overlast veroorzaken. En dat zijn lang niet alleen coffeshops.

De politie, die het voorstel van Patijn toejuicht, kan niet meer zeggen dan dat coffeeshops 'een aandeel' hebben in de overlast in de stad. “De coffeeshop is gewoon de kop van Jut”, concludeert BCD-voorzitter Veling. Maar voor de politie wordt de handhaving makkelijker door het vergunningenstelsel, aldus een woordvoerder. Met de huidige regelgeving, die van gelegenheden waar geen alcohol wordt getapt geen enkel papier vraagt, moet een compleet 'horeca-interventieteam' invallen in een coffeeshop om wetsovertredingen te constateren. Straks kan de gewone surveillant in zijn eentje binnenstappen als het kwart over twaalf is en de boel sluiten.

Over de uitwerking van zijn vergunningen blijft Patijn vooralsnog vaag. Zijn voorstel om te verbieden dat eigenaren een coffeeshop in bepaalde straten niet inclusief vergunning mogen verkopen, zal een heel juridisch kunstwerk vereisen, want waarom mag het om de hoek dan wel? Allereerst gaat het erom een regel neer te leggen, is de redenering van het college van burgemeester en wethouders, dan zien we daarna hoe die uitwerkt. Het blijft gedoogbeleid.

Burgemeester Patijn presenteert nieuwe regels voor verkoop van softdrugs in Amsterdam