Ontwikkeling gaat zoals Ben Gurion die in 1957 zag; Basis gelegd voor Palestijnse staat

TEL AVIV, 14 OKT. Een paar jaar geleden kocht een kennis een stukje grond in Oranit, een groeiende nederzetting nauwelijks een kilometer ten oosten van het grote Israelisch-Arabische dorp Kfar Kassem. Hij bouwde er een eenvoudig huis, legde met liefde een tropische tuin aan en vertroetelde zijn parkieten en kanaries. Op zo'n twintig kilometer van Tel Aviv voelde hij zich de koning te rijk omdat hij met de bescheiden middelen waarover hij beschikte een paradijsje schiep dat dichter bij deze metropool ver buiten zijn financieel bereik zou liggen.

Aan zijn toekomst in Oranit twijfelde hij geen moment. Hij was er zeker van dat zijn huis aan de goede (Israelische) kant van de 'groene lijn' (de oude bestandslijn met Jordanië) stond, en hij dus net geen kolonist was. En als mocht blijken dat hij de kaart verkeerd had gelezen en zijn huis toch in bezet gebied had gebouwd, maakte hij zich ook geen zorgen omdat het hem ondenkbaar leek dat Oranit uiteindelijk niet door Israel zou worden geannexeerd.

Maar sedert de ondertekening in Washington van het vervolg-akkoord over autonomie is hij zenuwachtig: “Waarom heeft de regering-Rabin er niet voor gezorgd dat Oranit bij Israel is getrokken?” Zijn vrouw is in paniek. Ze is doodsbang voor de Palestijnse politie, die ook in de buurt van Oranit zal komen. Ze hoort Palestijnse arbeiders al in de straten van Oranit de huizen van de Israeliërs verdelen. “Die villa is voor mij, die daar voor Ahmed.”

Als Edward Said, een gezaghebbende Palestijnse intellectueel in de VS, de stemming in Oranit had kunnen peilen zou hij er misschien vanaf hebben gezien in het Egyptische blad Al-Ahram (4 oktober, Engelse editie) het door Yasser Arafat getekende akkoord aan flarden te schrijven. Hij beschuldigt de Palestijnse leider ervan in Taba en Washington voor Israelische dictaten door de knieën te zijn gegaan. “Geen overeenkomst was beter dan deze. Arafat en zijn mensen heersen onder Israelisch bevel over een koninkrijk van illusies”, schrijft hij.

Said ridiculiseert Arafats aanvaarding van de opsplitsing van de Westelijke Jordaanoever in kantons, met Israel in volledige controle over de wegen en de veiligheid. “Ik geef er de voorkeur aan die kantons bantoestans te noemen”, schrijft hij. Volgens zijn analyse is er een de facto situatie ontstaan die Israel in de gelegenheid stelt het grootste deel van de Westelijke Jordaanoever blijvend te controleren. “Arafat heeft van zijn onderdrukkers een hypotheek op de toekomst van zijn volk opgenomen”, valt hij fel uit.

Maar zo kijkt de nationalistische oppositie in Israel beslist niet aan tegen het vervolg-autonomie-akkoord. Met meer gevoel voor de dynamiek van het Israelisch-Palestijnse vredesproces dan Edward Said aan de dag legt, is Likud-leider Binyamin Netanyahu van oordeel dat op 28 september in Washington door premier Rabin en PLO-leider Arafat de basis is gelegd voor de stichting van een Palestijnse staat. Zeven jaar voor de Zesdaagse oorlog in juni 1967 was Israels eerste premier, David Ben Gurion, er al van overtuigd dat het twee generaties later zover zou zijn. Uri Avneri, een Israelische publicist en strijder van het eerste uur voor de rechten van de Palestijnen herinnerde er deze week in Ma'ariv aan dat hij in 1957 al met anderen een manifest opstelde waarin werd gepleit voor Israelische steun aan de stichting van een Palestijnse staat naast Israel (op rekening van Jordanië). Toen David Ben Gurion dit manifest zag zei hij volgens Avneri: “Jullie hebben gelijk, maar het is te vroeg. Het zal nog twee generaties duren.” Na 1967 was David Ben Gurion, ook tijdens een onderhoud met mij, fel gekant tegen de annexatie van de Westelijke Jordaanoever, die volgens hem het joodse en democratische karakter van de staat Israel in gevaar zou brengen.

Analyse van het akkoord van Washington, anderhalve generatie na Ben Gurions voorspelling, wijst er op dat de geschiedenis de koers van de stichting van een Palestijnse staat naast Israel is ingeslagen. Een blik op de kaarten, die de Israelische parlementariërs tot hun woede pas een paar uur voor de stemming in de Knesset te zien kregen, versterkt die indruk. De kaart van de Westelijke Jordaanoever kan op twee manieren worden bekeken. Op de eerste kaart liggen de 140 Israelische nederzettingen zodanig verspreid dat het lijkt alsof dit gebied voor altijd voor de Palestijnen verloren is. Maar dat is niet de kaart die aan het akkoord van Washington is toegevoegd. Dat is de gekleurde kaart van de gebieden die binnenkort onder Palestijns bestuur komen. Bruin voor de grote Palestijnse steden die op de strategisch belangrijke bergrug van Jenin tot Hebron onder volledige Palestijnse controle komen, en grote gele vlekken waar Arafat ook de scepter gaat zwaaien.

Voor de uiteindelijke territoriale status van de Westelijke Jordaanoever zijn de kleine gele vlekjes vlak bij de Israelische grens belangrijk. Dat zijn Palestijnse barricades die in de toekomst, als over de definitieve status van de Westelijke Jordaanoever moet worden onderhandeld (te beginnen in mei 1996), Israelische annexatie diep in het gebied vrijwel onmogelijk maakt.

In het dorp Shuweika, iets ten noorden van Tulkarem, tegenover de badplaats Natanya, komt nu al een Palestijnse politiepost. Dorpen als Famala, Kibya en Budrus liggen ook tegenover Israelische plaatsen bij de 'groene lijn'. “De vraag hoe Israel eventueel denkt gebieden te kunnen annexeren waar de PLO volledige territoriale controle krijgt over staatsgrond en politie heeft is moeilijk te beantwoorden”, schreef dr. Dor Gold, van het Jaffee-instituut voor strategische studies van de Universiteit van Tel Aviv en adviseur van Likud in de Jerusalem Post. En wat is de toekomst van de grote nederzettingenstad Ariel in het hart van Samaria? Omsingeld door Palestijnse dorpen in handen van Arafat. Omkering van zaken dus, want nog niet zo lang geleden 'omsingelden' in het politieke woordgebruik joodse nederzettingen Palestijnse steden en dorpen op de Westelijke Jordaanoever.

Leiders van Likud, de grootste oppositiepartij, zien in dat er iets onomkeerbaars aan de gang is en hebben deze week besloten zich te concentreren op de 'strijd om Jeruzalem'. Zij hebben ook heel goed gehoord dat Rabin het niet meer over 'groot-Jeruzalem' heeft maar over 'Jeruzalem plus'.

Tot hun schrik zijn de grenzen van de gemeente Jeruzalem niet op de kaart van het in Washington getekende akkoord met de Palestijnen aangegeven. Ibrahim Kare'en, een invloedrijke Palestijnse journalist in Oost-Jeruzalem, zei “gelukkig te zijn dat groot-Jeruzalem (tot Jericho, voorbij Betlehem) dood is en Jeruzalem (het Israelische en ex-Jordaanse deel samen) op de kaart in feite niet veel groter is dan het ooit was, ingeklemd tussen Ramallah in het noorden en Betlehem in het zuiden”. De grote gele Palestijnse vlekken die op de kaart van Betlehem naar het oosten buigen en daarna westwaarts raken bijna Oost-Jeruzalem. De Palestijnen hebben in Washington een bijna vloeiende territoriale verbinding van Hebron gekregen naar wat zij hun toekomstige hoofdstad noemen. Slechts op twee plaatsen zitten er witte vlekken tussen, waar Israel het nog volledig voor het zeggen heeft. Gold komt dan ook tot de conclusie dat de PLO via de onder haar controle vallende gebieden toegang kan krijgen tot de oude stad van Jeruzalem vanuit het oosten, waar geen joodse woonwijken zijn verrezen om Jeruzalem tegen Palestijnse aanspraken te beschermen.

Het akkoord van Washington is bovendien een 'levende' overeenkomst. Het heeft door de nog te houden Palestijnse verkiezingen, verdere Israelische terugtrekkingen en te houden onderhandelingen over de uiteindelijke oplossing van de territoriale status van de Westelijke Jordaanoever, zijn eigen ingebouwde dynamiek. De kiem van een Palestijnse staat zit niet alleen in de woordkeus van het akkoord en de voortdurende onderstreping van 'het beschouwen van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook als een territoriale eenheid waarvan de integriteit en status zal worden gehandhaafd', maar ook in de structuur van het aanstaande Palestijnse zelfbestuur, met een president, regering en parlement, ook al worden daarvoor andere termen gebruikt. Dertigduizend Palestijnse politieagenten, van wie binnen enkele maanden 12.000 op de Westelijke Jordaanoever, vormen voor de kolonisten het gezicht van het succes van de Palestijnse revolutie, dat door Edward Said en anderen zo fel is gekritiseerd.

    • Salomon Bouman