Nietzsche op muziek in Utrecht

Concert door Radio Kamerorkest o.l.v. Peter Eötvös, met Lieuwe Visser (spreekstem) en Ellen Corver (piano). Werken van Furrer, Andriessen en Ligeti. Gehoord: 13/10 Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht.

'Bizet's Carmen is een muziek die niet zweet, zowel beminnelijk als boosaardig klinkt en met raffinement is gecomponeerd,' aldus de filosoof Friedrich Nietzsche, die aanvankelijk een verstokt Wagneriaan was. Maar is die ommezwaai wel zo spectaculair? Wie de kritieken op de première van Bizet's populairste werk bestudeert, schrikt van het onbegrip: geen melodieën, niet eens thema's, stemmen overwoekerd door instrumenten, verward, ongenaakbaar en geleerddoenerig. De boosdoener van dit alles: Wagner. Dat is minder absurd dan het lijkt, want wie goed luistert hoort inderdaad in de orkestbehandeling de nodige invloed van Wagner.

Een van Louis Andriessens meest intrigerende, streng conceptuele composities die gisteravond op het openingsconcert van de serie 'De Grote Oversteek' in Muziekcentrum Vredenburg werden gespeeld, is zonder enige twijfel Nietzsche Redet uit 1989, geschreven voor het Schönberg Ensemble, maar nu op de lessenaars bij het Radio Kamerorkest. Het concept berust op de 22 klinkerfonemen in het Duits, die bij Andriessen corresponderen met evenveel akkoorden die in diverse toonhoogten zijn geplaatst, afhankelijk van de melodie. Maar ondanks die verscheidenheid klinkt zijn compositie monolitisch streng en op een enkele uitzondering na is het gehele ensemble in de weer, over zweet gesproken. Vond Nietzsche de Carmen zowel lichtvoetig als kwaadaardig, Andriessen's Nietzsche-verslag is fanatiek absurdistisch, zij het met een wel degelijk 'gewoon' spanning verwekkend slot. Op de eerste uitvoering viel indertijd veel aan te merken (niets te verstaan), nu was de balans beter maar nog steeds niet ideaal. Het wachten is op een betere derde uitvoering.

Andriessens muziek werd omlijst door een typische jaren zestig-partituur van de Zwitser Beat Furrer, een instrumentaal fragment uit zijn opera Narcissus uit 1993 en door het langzamerhand populair te noemen Pianoconcert van György Ligeti. Dit alles werd prachtig gespeeld, zelfs zo fraai dat ik meer genoten heb van de uitvoering dan van genoemd Narcissus-fragment zelf. In het Pianoconcert viel mij op hoe goed de ongewone klanken in het langzame tweede deel geïntregeerd waren in het geheel. Eötvös was er niet op uit om de muziek te verbijzonderen zoals gewoonlijk, maar benaderde Ligeti klassiek-evenwichtig, als een muziek die niet transpireert, zoals Nietzsche gezegd zou hebben.

    • Ernst Vermeulen