Moderne tijd staat ook in Oostenrijk voor de deur

WENEN, 14 OKT. Gaat het Oostenrijkse politieke landschap binnenkort dramatisch veranderen? Nu de door kanselier Vranitzky zonder enige inspiratie geleide coalitie van sociaal-democraten en Volkspartei-conservatieven uiteen is gespat, is de kans daarop verre van denkbeeldig. Een jaar geleden gaven de kiezers bij parlementsverkiezingen al aan dat zij bezig waren hun traditionele stemgedrag af te werpen. Een nieuwe partij, het Liberales Forum, kreeg zes procent van de stemmen, de Groenen wonnen iets en vooral de rechts populistische Freiheitlichen van Jörg Haider klommen steil omhoog naar 23 procent, niet ver meer van de 28 en 35 procent die de verliezende coalitiepartijen SPÖ en ÖVP wisten te behalen.

De twee grote partijen, die al sinds de Tweede Wereldoorlog binnenskamers de staatszaken naar beider genoegen bedisselen, konden elkaar na deze uitslag weer in de armen vallen, want ondanks hun laagterecords in stemmental hadden zij samen weer de absolute meerderheid en was er geen werkbaar alternatief. Maar bij komende vervroegde verkiezingen kan de bal heel anders rollen. Als er vorige week verkiezingen waren gehouden zouden, volgens net gepubliceerden peilingen van het instituut ISMA, de Freiheitlichen tussen de 26 en 28 procent van de stemmen hebben gehaald, de ÖVP tussen de 27 en 29 en de SPÖ slechts 29 à 31. Drie min of meer even sterke politieke krachten zouden het veld dan beheersen en een coalitie tussen de Volkspartei, waarvan de nieuwe leider Wolfgang Schüssel op dit moment de populairste politicus van het land is, en de partij van Haider wordt dan meer dan een theoretische mogelijkheid.

Met zo'n perspectief in het achterhoofd moet Schüssel trouwens de begrotingsonderhandelingen hebben laten mislukken die deze week tot het uiteenvallen van de coalitie leidden. Schüssel had al eerder dit jaar laten weten dat hij een coalitie met de rechtse populist niet, zoals zijn voorganger Busek, op den duur uitsloot. Zijn rigoureus vasthouden aan structurele hervormingen om het begrotingstekort terug te brengen naar de al eerder als 'aanvaardbaar' bestempelde vijftien miljard gulden, zijn gehamer op voor de SPÖ onverteerbare brokken zoals verlaging van de sociale uitkeringen en beëindiging van de regelingen bij (vaak extreem) vroege pensioneringen en daarnaast zijn onwrikbaar verwerpen van hogere belastingen voor verdieners van hogere inkomens konden maar één doel hebben: een kabinetscrisis met als gevolg nieuwe verkiezingen.

De uitkomst van een gang naar de stembus is uiteraard onzeker. De kans dat Haiders partij met meer stemmen uit de bus komt dan de ÖVP bestaat. Een bondskanselier Haider is dan niet uitgesloten. Haider zelf zegt te pas en te onpas dat hij in 1998 denkt de regering te gaan leiden, maar bezwaar tegen vervroeging van zijn scenario zal hij niet hebben. Zijn beleidsvoornemens in dat geval zijn ook al bekend. Hij wil de begroting door een nationale consensus laten hervormen, de immigratie stoppen, familiehereniging met al in Oostenrijk wonende allochtonen afschaffen (de Europese conventie voor de rechten van de mens mag dan zonder Oostenrijk voortbestaan) en alsnog een betere behandeling van Oostenrijk in de Europese Unie bedingen.

Zover is het nog niet en heel wat Oostenrijkers zijn huiverig bij de gedachte dat Haider kanselier zou worden. Zijn persoonlijke populariteit neemt wel steeds toe, maar toch geeft maar 34 procent aan over hem een goede mening te hebben (tegen 63 voor Vranitzky en 73 voor Schüssel). Behalve voor de 'onverbeterlijken' is ook voor velen Haiders entourage verontrustend. Zoals Hans Henning Scharsach in zijn boek Haiders Clan net weer gedetailleerd heeft uiteengezet, wemelt het in Haiders kamp van de neo-nazi's, ultrarechtse vreemdelingenhaters en de nazitijd nostalgisch herdenkende figuren. Ook al distantieert Haider zich geregeld van het Derde Rijk, hij zorgt er met eenzelfde regelmaat voor dat zijn beweging open staat voor de steun van deze kringen.

De huidige kabinetscrisis toont ten slotte vooral aan dat de Oostenrijkse sociaal-democratie in een diepe crisis verkeert. De SPÖ heeft op vier jaar na steeds geregeerd sinds de Tweede Wereldoorlog. Uit haar gelederen kwam 25 jaar lang de bondskanselier, twaalf jaar lang had de partij een absolute meerderheid. Nu dreigt haar stemmental onder de dertig procent te dalen. Haar partijleider, Franz Vranitzky, een fatsoenlijke maar fantasieloze bankier, heeft steeds meer kiezers van deze meest succesvolle partij uit Oostenrijks geschiedenis vervreemd. Deze kiezers hebben er genoeg van dat de heren en dames die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de partij vette privileges krijgen en nog altijd ondergebracht worden in hoog gedoteerde, weinig vermoeiende betrekkingen. Elke keer dat Haider de SPÖ en Vranitzky persoonlijk hierover aanvalt gedraagt de kanselier zich als de vermoorde onschuld.

Bovendien heeft de SPÖ structurele problemen. Jonge ambtenaren, intellectuelen, werkende vrouwen stemmen steeds meer op de door zeer competente en modern optredende vrouwen geleide jonge partijen Liberales Forum en de Groenen. De traditionele SPÖ -kiezers: de arbeiders die zich zorgen maken over hun banen en de minder bedeelden die de vreemdelingenstroom vrezen, stappen over op Jörg Haider.

Oostenrijk gaat door dit alles veranderen. Als het niet bij de komende stembusgang gaat gebeuren dan bij de daarop volgende. De moderne tijd, die buiten de deur kon worden gehouden zolang de Koude Oorlog het land dwong tot een unieke tussenpositie en het mogelijk maakte een economisch beleid te voeren dat van handjeklap, overheidsinmenging en subsidies aan elkaar hing, staat ook in Wenen voor de deur.

    • André Spoor