Levensecht

De schaamteloosheid waarmee Anil Ramdas in zijn artikel 'De Generatie Levensecht' (Z, 7 oktober) tenenkrommende nonsens als waarheid presenteert, is werkelijk ongelooflijk. Dat Ramdas op basis van één populair liedje (“Het is een nacht” van Guus Meeuwis) een zogenaamde 'nieuwe generatie' wil afzetten tegen een alleen in media bestaande zogenaamde oudere 'nieuwe generatie' is zijn goed recht, hoewel het nergens op slaat, Generatie's zijn als horoscopen, soms vermakelijk, altijd onzinnig, altijd bedacht door de media. Dat Ramdas vervolgens 'Het is een nacht' vergelijkt met de boeken die Rob van Erkelens en ik inmiddels hebben geschreven is wederom zijn goed recht, al is het net zo bespottelijk als het vergelijken van een aantal boeken van Geerten Meijsing en A.F.Th. van der Heijden met één deuntje van André Rieu. Hierover kan ik me alleen maar vrolijk maken. Maar dat Ramdas overduidelijk mijn boeken niet heeft gelezen, neem ik hem veel kwalijker. De hoofdpersonen in hun (die van Van Erkelens en mij, RG) felrealistische, fysieke en rauwe verhalen liggen op bed en staren omhoog, bang om iets te ondernemen (...) Grinneken (sic) om Beavis and Butthead, luisteren naar hardrock, zich inspuiten met drugs, zich zo nu en dan inlaten met criminaliteit en zich overgeven aan grunge; een levensstijl tussen de muren van moedeloosheid, lusteloosheid en slechte smaak,” schrijft Ramdas zonder blikken of blozen. Ik word werkelijk niet goed. Ten eerste hebben de typeringen van deze hoofdpersoon niets te maken met de eventuele literaire kwaliteit van het werk (en daar gaat het toch om, lijkt mij), en ten tweede is dit het bewijs dat Ramdas mijn boeken niet heeft gelezen. Als er iets is dat de hoofdpersonen uit mijn boeken niet doen dan is het in bed liggen en omhóóg kijken, 'felrealistisch' en 'rauw' zijn mijn verhalen al helemaal niet, nergens wordt er 'gegrinnekt' om Beavis en Butthead, helemaal nergens luistert men naar hardrock, ook spuiten mijn hoofdpersonen geen drugs en nimmer laten zij zich in met criminaliteit (deden ze dat maar eens).

Vervolgens legt Ramdas mij een citaat in mijn mond dat hij waarschijnlijk uit de media heeft: “Ik ben niet gehandicapt, ik ben niet homoseksueel, ik ben nooit gemarteld, er is nooit incest met mij gepleegd. Ik heb een gelukkige jeugd gehad, dat is alles wat ik heb”, verzucht Ronald Giphart”, aldus Anil Ramdas. Welnu, dit verzucht ik helemaal niet, heb ik ook nooit verzucht, dit verzucht Fräser, een van de hoofdpersonen uit mijn roman Ik ook van jou. Dit doet Fräser aan het begin van dit boek, om er later op terug te komen dat hij tenminste nog liefde & literatuur heeft (liefderatuur, zoals hij het noemt). Wat zegt Ramdas als vervolg op mijn zogenaamde verzuchting? “Daarom geven zij (Van Erkelens en Giphart) toe aan sadisme, vandalisme en molest.” Dit staat er echt; sadisme, vandalisme en molest. Ik voel mij als een vader die voor zijn kinderen opkomt, maar ik pik niet dat er zo kwaadaardig, lasterlijk en dom over mijn boeken (en mij) geschreven wordt. Ik ook van jou gaat namelijk hoofdzakelijk over de sterke liefde van de hoofdpersoon voor het zichzelf geregeld met een scheermeisje verminkende meisje Reza. Zij automutileert omdat zij haar lichaam niet vindt lijken op het door de media opgedrongen ideale vrouwbeeld. Had Ramdas dit boek gelezen, had hij geweten dat het op z'n minst net zo levensecht was als het onbeduidende gerijmel waarover hij de loftrompet afsteekt. De maker van dat liedje had, volgens allesweter Ramdas, net als Van Erkelens en ik ook een gelukkige jeugd (leuk om dat eens van een ander te horen), maar bij Guus Meeuwis was dat juist een begin, inplaats van een eind.” “Hij had iets te veroveren,” schrijft Ramdas, “iets toe te eigenen, en dat is misschien wel het dramatische verschil met de grootstedelijke generatie van Van Erkelens en Giphart, die alles in de schoot geworpen kreeg.” Ja hoor, ik heb mijn drie boeken zo maar in de schoot geworpen gekregen, ik heb er niets voor hoeven te doen, ik heb nooit in ziekenhuis en horeca gewerkt om te kunnen schrijven en ik ervaar dat als een dramatisch verschil. Had ik maar één koddig meezingliedje geschreven, dan had ik tenminste iets veroverd.

Het dramatische verschil tussen echte denkers en Anil Ramdas is dat echte denkers kennis van zaken hebben, boeken lezen en nadenken.

Naschrift Anil Ramdas:

Ook het geheugen van de generatie van Giphart stelt niks voor. De Groene Amsterdammer heeft twee grote thema-nummers gewijd aan de generatie Nix, waaraan Giphart zelf een welwillende bijdrage heeft geleverd. In het nummer van 23-2-94 noteert Frank Verkuyl: “Ronald Giphart (1965) kreeg het verwijt dat hij over niets anders dan neuken kan schrijven. Desgevraagd geeft hij volmondig toe dat er voor hem als schrijver ook niet veel meer bestaat: “Ik ben niet gehandicapt, ik ben niet homoseksueel, ik ben nooit gemarteld, er is nooit incest met mij gepleegd. Ik heb een gelukkige jeugd gehad, dat is alles wat ik heb. Dus ging ik maar schrijven over seks en liefde. (...)In mijn boeken wordt gefeest, gereisd, ja, ik heb ook niets anders om over te schrijven. (...) Het thema van onze generatie is inertie, luiheid, een totaalgebrek aan betrokkenheid bij de rest van de wereld”.

Ik ben bang dat het opgewonden toontje van Giphart wel het een en ander uit mijn verhaal bevestigt.

    • Ronald Giphart