Je kon het Christusverhaal krijgen zoals je wilde

Peter Delpeut (Vianen, 1956) was tot voor kort programmeur van het Nederlands Filmmuseum, regisseerde onder andere de compilatiefilms Lyrisch nitraat en The Forbidden Quest en is de samensteller van Cinema Perdu, de eerste 30 jaar van de film, 1895-1925: een 40-delige serie compilaties en bewerkingen van documentaires en fictiefilmpjes die Delpeut in het Filmmuseumarchief aantrof:

Cinema Perdu, elke zondag, Nederland 3.

“Wat me stoort is dat veel van de aan 100 jaar cinema gewijde programma's toch weer datgene vertonen wat in de boeken tot de officiële filmgeschiedenis is gecanoniseerd: Meliès, Griffith, Abel Gance. Maar vaudeville-filmpjes, bijvoorbeeld, zie je zelden, terwijl die destijds een essentieel onderdeel vormden van de bioscoopvoorstelling. Veel van wat niet te catalogiseren en te categoriseren valt, vind ik interessanter. Het is aardig om dat nu eens breed uit te meten. Cinema Perdu illustreert dat de filmgeschiedenis rijker en vreemder is dan we vaak denken. Wat ziet het grote televisiepubliek normaal gesproken van de vroege film? Slapstick en wat journaalbeelden over de Eerste Wereldoorlog. En de filmgekken zien nog wat van Griffith, maar dan houdt het op.

Toen ik voor het eerst in het archief van het Filmmuseum rondkeek, viel ik van de ene verbazing in de andere. Het materiaal bleek vaak moderner te zijn dan wat men nu pleegt te maken. In de fictiefilmpjes worden de verhalen bijvoorbeeld door middel van mise-en-scène en dieptescherpte verteld, niet met behulp van montage. En het documentaire-genre tot 1920 had een esthetiek die we nu nauwelijks meer kennen. De geschiedschrijvers weten er zich dan ook geen raad mee. Het is een puur registrerende vorm van filmen: men wilde vooral kíjken en de verwondering van dat kijken overbrengen. Uit het vroege materiaal spreekt nog een oprecht soort verbazing over de wereld: een typisch 19de-eeuwse fascinatie voor uitvindingen, beweging en reizen. Daarna is de cinema snel 20ste-eeuws geworden. De verbazing was verdwenen. Het is heel wonderlijk om nu te zien dat mijn grootmoeder het kennelijk fascinerend vond om vijf minuten naar een waterval te kijken of naar een bootje dat over de Ardèche vaart. Dat is tegenwoordig weer heel modern, maar in deze eeuw zijn we er vooral aan gewend geraakt om de wereld via beelden geïnterpreteerd voorgeschoteld te krijgen. Wij zijn documentaires gaan definiëren als films waarin een statement wordt overgebracht via een gemonteerd wereldbeeld.

Tussen 1895 en 1900 was de zogeheten phantom-ride het populairste filmgenre. Men zette een camera op een locomotief en: rijden maar. Zo'n filmpje reed dan eindeloos door de Pyreneeën. Later heeft men dat genre verder uitgebouwd door ook bootjes en auto's in te schakelen. En dan wordt vijftien jaar geleden Clemens Klopfenstein uitgeroepen tot de grootste experimentele filmer aller tijden omdat hij eindeloos vanaf een rijdende trein filmde! In veel opzichten is vóór 1925 alles al eens gedaan in de film. Tegenwoordig heeft de Duitse televisie een nachtprogramma waarin je drie, vier uur lang een autorit over de Duitse autobaan meemaakt. Daar kijken honderdduizend mensen naar. Wim Kayzer schijnt er ook graag naar te kijken. Dat soort fascinatie voor het zuivere beeld had men al in de eerste jaren van de film.

Cinema Perdu bevat enkele compilaties maar bestaat grotendeels uit lichte bewerkingen van bestaande films. We hebben ze gestroomlijnd voor een modern televisiepubliek, maar met behoud van de stijl uit de jaren tien en twintig. Anders dan de meeste andere filmmusea in de wereld is het Nederlands Filmmuseum niet bang voor het verschijnsel bewerken. Authentieke versies van films uit de vroege periode bestaan immers niet meer en hebben ook nooit bestaan. Ze kwamen zo'n beetje als ruw materiaal op de markt. Er werd vrijelijk in geknipt, door vertoners, distributeurs en zelfs door produktiemaatschappijen. Het leven van Christus kon je bestellen met drie, vijf of zeven wonderen. Je kon het krijgen zoals je het hebben wilde.

En grote produkties als Metropolis werden met vier of vijf camera's tegelijk gedraaid. Al die camera's stonden onder een andere hoek. Dat leverde dus vijf verschillende negatieven op, die voor verschillende werelddelen waren bestemd. Probeer dan maar eens de zogenaamde authentieke versie aan te wijzen. De tijd van de stomme film kende kortom een enorme wildgroei. Bovendien werd de filmervaring destijds sterk gekleurd door de live-muziek of de explicateur. Daarom is het niet zo'n zware historische ingreep om die films nu enigszins te bewerken. Wij pretenderen het niet beter te weten, we beseffen alleen dat die filmpjes nooit een 'originele versie' hebben gehad.

In het filmpje over Hawaii, dat aanstaande zondag wordt uitgezonden, zit een treinrit. We vonden het ritme van de opeenvolgende shots niet zo mooi. Het filmpje klopte ook niet met een bepaalde beschrijving ervan. Er was dus al eindeloos mee geknipt en geplakt. We hebben toen aan componist Joost Belinfante zowel het origineel als onze meer vloeiende hermontage voorgelegd. Met onze versie bleek hij beter uit de voeten te kunnen.

Ook in de toekomst zal ik veel met bestaand filmmateriaal blijven werken. Ik heb er mijn draai in gevonden, of ik het nou bewerk zoals in Cinema Perdu, of er een nieuwe, eigen film van maak, zoals in het geval van The Forbidden Quest. Als filmer vind ik de researchfase het leukst. Daarna zou het voor mij mogen ophouden. Het leuke van researchen is dat je nog kunt dromen. Maar als je die dromen vervolgens moet omzetten in materiële zaken, dan wordt het een stuk lastiger. Bestaand filmmateriaal kan echter niet meer tegensputteren. In die zin staan mijn films heel dicht bij de researchfase.

Wat ik maak is net zo afgeleid als alle andere kunst. Ik kan natuurlijk proberen om de zoveelste 'normale' Nederlandse speelfilm te maken over relatieproblemen in Amsterdam-Zuid. Maar ook dan heb je te maken met genre-wetten en met situaties die al eerder verteld zijn. Zo oorspronkelijk is dat allemaal niet. Ik ken geen authentieke kunst. Alle kunst komt neer op gerecyclede ideeën. Dat wordt meestal weggemoffeld, maar bij mij is de recycling heel zichtbaar.''