'Ik kwam de afgelopen jaren geen meter dichterbij'

De twijfelaar heeft een beslissing genomen. Frans Maassen (30) stopt aan het eind van dit seizoen met fietsen. Zondag reed hij zijn laatste WK. Na vier rondjes hield hij het voor gezien in Colombia. “Ik wist vorige week al dat het niks zou worden. Veels te zwaar parcours voor mij.”

DUITAMA, 14 OKT. Een wielrenner met de ziel onder zijn arm. Een miljonair die bij de pakken neerzit. Een trainingsdier dat zich realiseert nooit meer bij de top te zullen horen. Daar zit hij, de verslagene. De fiets staat symbolisch op gepaste afstand. De renner zelf tuurt met die melancholische blik de verte in. Waar denkt hij aan? Aan Ittersum? Aan al die mooie jaren die achteraf te weinig hebben opgeleverd?

“Als ik merk dat ik niet meer kan winnen, stop ik met de wielersport.” De opmerking van Frans Maassen dateert van 1993. Hij had een vooruitziende blik. Op 28-jarige leeftijd besefte hij dat er meer is dan brood op de plank. Twee jaar later is hij niet van mening veranderd. “De aardigheid is er af. Ik krijg klap op klap. Mijn vader raadde me aan om door te gaan voor het geld. Ik kan nog een aardig salaris verdienen bij Raas. Maar mijn stelling luidt: liever negen jaar je best doen dan het tiende jaar je kloten afvegen. Ik kan dat gemakkelijk zeggen omdat ik genoeg heb verdiend.”

Samen met Erik Breukink en Eddy Bouwmans behoort Maassen tot een lichting die de vriendelijkheid zelve is. Ze hebben hart voor de medemens, maar ze lijken niet hard genoeg voor het wielervak. Bondscoach Gerrie Knetemann sprak vorige week van een generatie denkers. “Maassen is Maassen. Die kun je niet meer veranderen. En toch heb ik er waardering voor dat hij naar Colombia is gekomen. Dat getuigt van een positieve instelling.”

De woorden van Knetemann sluiten aardig aan bij het beeld dat Maassen de laatste negen jaar heeft opgeroepen. Altijd is hij zijn ploegleider Jan Raas trouw gebleven. Ook al kon hij bij een buitenlandse formatie meer verdienen. Maar Maassen was bang dat hij in den vreemde de Limburgse geborgenheid zou missen. Hij piekerde over de medische begeleiding in Italië. Kon dat wel allemaal goed gaan met die preparaten? En over de vermeende dopingpraktijken zal hij zich nooit uitlaten. “Je moet je eigen nest niet bevuilen.”

Als kind blonk de Limburger uit op het voetbalveld. Zijn wielertalenten kwamen pas later aan het licht. Hij wilde rechten studeren, maar een profcarrière lag in het verschiet. Op de fiets viel hij op door zijn fraaie stijl. Hij heeft veel gewonnen, maar niet die klassiekers waar hij van gedroomd had. De Amstel Goldrace (1991) telt nu eenmaal minder zwaar dan de Ronde van Vlaanderen. In de Belgische klassieker eindigde hij in 1993 op de tweede plaats. Het was een eervolle nederlaag die pas later een negatieve lading kreeg. Achteraf bezien was het zijn laatste kans op een grote prijs.

“Als je een klassieker wint, vergeet je alle ontberingen”, vertelde hij tegen Sport International. Hij hield van trainen. Samen met zijn neef en wereldkampioen op de mountainbike Bart Brentjens heeft Maassen heel wat Limburgs asfalt onder de wielen gevoeld. De laatste jaren trainde hij steeds harder, steeds intensiever. Maar geholpen heeft het allemaal niet. “Ik weet niet of ik nu minder hard rijd dan een tijdje terug. Een ding is zeker, de rest is allemaal harder gaan rijden. Wat ik 's winters ook uithaalde, ik kwam geen meter dichterbij.”

De eerste gedachte om de fiets definitief in de schuur te zetten, kreeg hij aan het begin van dit seizoen. In de Ruta del Sol merkte hij dat alle moeite, alle extra trainingsuren, voor niks waren geweest. Hij wilde dolgraag zijn zwakke prestaties van 1994 ongedaan maken. “Ik won in dat jaar de Ronde van Luxemburg, maar voor de rest was het niet veel soeps. Mede door een aantal blessures. Het jaar daarvoor ging het volgens de journalisten ook matig, maar toen voelde ik me veel sterker. Dit jaar moest de ommekeer worden. Ik werd daarentegen overal naar huis gereden. Als ik terugkijk heb ik in februari de knoop voor mezelf doorgehakt.”

“Ik kan heel slecht tegen m'n verlies. Je wilt zo graag, ook tegenover je omgeving. Mijn ouders en mijn schoonouders vinden het ook klote als je er constant wordt afgreden. Aandacht kan leuk zijn maar als het slecht met je gaat, gaat het zich tegen je keren. Ik heb de laatste jaren de kick van het winnen gemist. Dat is heel frustrerend geweest. Dat je een tijdrit rijdt en denkt dat je gewonnen hebt en dan blijkt dat je tiende bent geworden.”

Zijn ploegbaas heeft de terugval van Maassen wel eens geweten aan een gebrekkige instelling, maar die woorden heeft hij nadien nadrukkelijk tegengesproken. Raas kreeg meer en meer respect voor de inspanningen van zijn gewezen kopman. “Als ik het een iemand gun, dan is het Frans”, sprak hij dit jaar regelmatig uit.

Maassen heeft weinig vijanden in het peloton. “Toch kan ik best een klootzak zijn. Als ze mij iets flikken, zijn ze nog niet van me af. Dan krijg ik iets gemeens in me. M'n vrouw heeft zich wel eens afgevraagd waarom ik nooit een klap voor m'n hoofd heb gekregen. Blijkbaar lok ik dat uit.”

Drie jaar geleden liet hij zich in de Volkskrant filosofisch uit. “Het is een rare wereld. Soms denk ik, ik moet weg. Maar ik weet dat ik niet zonder zou kunnen.” De logische vraag luidt welke dingen hij vooral zal missen. “Het masseren is heerlijk. En het eten. Ik heb een aanleg om dik te worden en zal daar toch meer op moeten gaan letten. Je zou het misschien niet zeggen, maar ik heb een veel hoger vetpercentage dan die andere jongens.”

Over de dingen die hij helemaal niet zal missen, moet Maassen iets langer nadenken. “De angst voor valpartijen. Dat werd steeds erger, sinds ik vorig jaar een paar keer zwaar ben gevallen. En met regen fietsen, daar had ik een verschrikkelijke hekel aan. Terwijl ik juist mijn beste resultaten behaalde in de regen. Daarom heb ik het altijd kunnen accepteren. Maar ik vond er geen pest aan.”

Het geld vergoedde altijd veel. Maassen zegt nog steeds niet te begrijpen waarom hij altijd zo'n hoog salaris heeft ontvangen. Dat een premier minder verdient dan een subtopper bij het wielrennen, dat wil er bij hem niet in. Hij voelt zich bevoorrecht vergeleken met de generatie renners na hem, die met minder geld genoegen zal moeten nemen. Ook al kunnen ze misschien wel veel harder trappen.

Raas kan nog een keer uitkomst bieden, als hij Maassen zoals beloofd gaat benaderen om zich met de jeugdopleiding bezig te houden. Maar de koele rekenaar is op zijn hoede. “Het moet natuurlijk wel wat opleveren.” Het liefst gaat hij pas volgend jaar ergens aan de slag. “Lekker een jaartje niks doen. Een beetje afstand nemen. En goed nadenken wat ik eigenlijk wil. Of ik überhaupt wel in de wielersport actief wil blijven. Dat is nog lang niet gezegd.”

    • Jaap Bloembergen