Hockeyers Kampong blij met terugkeer op Teletekst

De hockeyers van promovendus Kampong maken morgen hun rentree in de hoofdklasse. Het eenjarige verblijf in de overgangsklasse was een leerzame ervaring voor de trotse club uit Utrecht. “Kampong moet dit seizoen bewijzen dat het terug is waar het hoort”, zegt coach Rob Bianchi.

UTRECHT, 14 OKT. Stralende gezichten en pakkende krantekoppen, vereeuwigd achter een glasplaat. Aan de wand in het clubhuis van Kampong herinnert een collage met foto's en knipsels aan de eerste landstitel van de vrouwen, behaald in 1994 toen het team onder leiding van de toenmalige coach Tom van 't Hek de hegemonie van HGC en Amsterdam doorbrak. Afgelopen seizoen herhaalden de hockeysters de prestatie en veroverde de ploeg en passant de Europa Cup voor landskampioenen.

De succesreeks van de vrouwen wordt gekoesterd op het complex aan de Laan van Maarschalkerweerd. Na acht magere jaren was de gerenommeerde hockeyclub uit Utrecht vorig voorjaar hard toe aan een nieuwe en aansprekende triomf. De champagne spoelde bovendien de bittere nasmaak weg van de zojuist gedegradeerde mannenploeg, het team dat de laatste seizoenen van boegbeeld tot zorgenkind verwerd.

De teloorgang bij de mannen begon vijf jaar geleden toen Kampong op het nippertje het landskampioenschap misliep. In de daaropvolgende seizoenen vochten de Utrechtse hockeyers keer op keer voor lijfsbehoud in de hoofdklasse. Trainers volgden elkaar in snel tempo op, vormgever en international Jacques Brinkman vertrok na een conflict met de toenmalige coach Donald Drost en ternauwernood wisten clubmensen in hart en nieren als Paul Litjens (coach), Tom van 't Hek (trainer) en Gerard Stroes (manager) te vermijden dat Kampong afdaalde naar de overgangsklasse.

Twee jaar geleden keerde Rob Bianchi terug op de plek waar hij als trainer-coach zijn naam vestigde. De ex-bondscoach constateerde dat de zwalkende formatie gebukt ging onder een gebrek aan zelfvertrouwen en scheve verhoudingen. “Er was een hoop gebeurd en dat vertaalde zich binnen de lijnen. De voorzitter zei vooraf al dat hij het een hele prestatie zou vinden als ik het dat seizoen zou redden. Maar mocht dat niet gebeuren, was dat ook geen ramp”, zo blikt Bianchi na afloop van de training terug op zijn rentree in Utrecht.

De oud-voetbalprof wist degradatie niet te voorkomen. Kampong eindigde als voorlaatste en voor het eerst in de rijke clubhistorie volgde de onvermijdelijke stap terug. Tot leedvermaak van vele concurrenten. Want het trotse Kampong - in de jaren zeventig en tachtig met spelers als Litjens, Den Hartog, Jebbink, Bolhuis en Klaassen oppermachtig in de hoofdklasse - zou voortaan niet meer op Teletekst verschijnen, klonk het gekscherend in menig clubhuis. “Het was ook te gek voor woorden dat uitgerekend Kampong degradeerde. Kampong, de grootste vereniging van Nederland met dat enorme verleden. Zo'n club hoort gewoon thuis in de hoofdklasse.”

Bianchi bleef - “Ik heb een blauw hart” - en voerde een drastische verjonging door. Hij haalde de discipline stevig aan. “Ik begon heel autoritair. 'Koppen dicht, we zijn net gedegradeerd en hebben niks te vertellen', hield ik ze voor.” De aanpak werkte. Na een moeizame start, volgens de coach het gevolg van jeugdige overmoed, besloot Kampong de eerste competitiehelft als lijstaanvoerder om die positie na de winterstop vervolgens niet meer af te staan. 'Hockeyers Kampong wissen schande uit', kopte het Utrechts Nieuwsblad daags na het veiligstellen van de promotie. De opluchting was groot, erkent Bianchi. Maar volgens de coach was het eenjarige verblijf in de overgangsklasse vooral een leerzame ervaring. Een wijze les die het jeugdige team goed van pas zal komen bij de terugkeer in de hoogste afdeling, die morgen gestalte krijgt met een thuiswedstrijd tegen Bloemendaal. “In de overgangsklasse heb je te maken met veel onberekenbare ploegen. Stuk voor stuk ploegen bovendien die tegen ons gebrand waren op een goed optreden. Dat betekende dat we voortdurend gedisciplineerd en geconcentreerd moesten spelen. Constant hard werken, anders hadden we 't niet gered. Als collectief is Kampong daardoor het afgelopen jaar enorm gegroeid.”

International Leo Klein Gebbink (27) is samen met leeftijdgenoot Erik Versnel, overgekomen van overgangsklasser Voordaan, degene die komend seizoen het gebrek aan ervaring moet compenseren. Na zeven seizoenen voor Tilburg te hebben gespeeld, koos de Brabander deze zomer voor de promovendus uit Utrecht. “Omdat ik het na zo'n lange tijd bij Tilburg wel had gezien. Bovendien is Kampong een club met historie en uitstraling. Ik denk dat ik met mijn routine het een en ander kan toevoegen aan deze ploeg. Als Kampong een beetje de wind mee heeft, kunnen we dit seizoen heel ver komen.”

Klein Gebbink, een oude bekende van Bianchi uit de tijd dat hij bondscoach bij de mannen was, neemt de plaats in van de tijdelijk afwezige spelverdeler Eelco Wassenaar. De 21-jarige Groninger met een Amerikaans paspoort is zich sinds vorige maand met de nationale hockeyploeg van de Verenigde Staten aan het voorbereiden op de Olympische Spelen in Atlanta. “Als coach baal ik daar van, als vriend heb ik hem gezegd deze uitdaging met beide handen aan te pakken.”

Bianchi noemt zijn nieuwe spelverdeler met enig gevoel voor understatement “een redelijk alternatief.” Volgens hem moet Klein Gebbink eenzelfde soort effect teweegbrengen als Ruud Gullit bij de Engelse voetbalclub Chelsea. “Leo is een speler waar de anderen zich aan kunnen optrekken. Aan dat ingrediënt ontbrak het ons nog.”

Bianchi's eerste prioriteit is handhaving in de hoofdklasse. Lachend: “Je denkt toch zeker niet, dat ik nu ga roepen dat we meteen weer meedoen voor een plaats in de play-offs. Kampong moet dit seizoen eerst maar eens bewijzen dat het terug is waar het hoort.”

    • Mark Hoogstad