Grieken en Romeinen synchroon

F.G. NAEREBOUT en H.W. SINGOR: De Oudheid. Grieken en Romeinen in de context van de wereldgeschiedenis

511 blz., geïll., Ambo 1995, ƒ 69,50

'God zal je bewaren voor een goed handboek Oude Geschiedenis.' Deze woorden lagen J.H. Thiel, hoogleraar Oude Geschiedenis van 1946 tot 1964, in de mond bestorven. Alsof hij zelf, befaamd om zijn levendige wijze van doceren, de concurrentie met welk handboek dan ook had hoeven vrezen. En alsof studenten, toen en nu, met het bestaan van een goed handboek niet ten zeerste gebaat zouden zijn. De eerste kennismaking op academisch niveau met de wereld van de Oudheid verloopt nu eenmaal voor aankomende classici en historici meestal via een handboek. Waarom zou die kennismaking niet van meet af aan goed en aangenaam mogen zijn? Het omgekeerde van wat Thiel placht uit te roepen is dan ook eerder nodig. Wie de Oude Geschiedenis een warm hart toedraagt, zou moeten wensen dat er goede handboeken beschikbaar zijn. Maar wat ìs een handboek nog in deze tijd?

Achter die benaming gaat een grote verscheidenheid van boeken schuil. Alleen al wat betreft omvang en uiterlijk zijn er grote verschillen. Handboeken variëren van krap honderd bladzijden met nauwelijks één plaatje of kaart tot rijk geïllustreerde prachtwerken, voorzien van schema's, tabellen, chronologische overzichten en wat niet al. Sommige handboeken zijn niet bedoeld voor beginners. De bij Beck in München verschijnende reeks Handbücher der Altertumswissenschaft telt bijvoorbeeld maar liefst drie kloeke delen voor de geschiedenis van Grieken en Romeinen. Met elkaar zijn dat ruim 1700 dichtbedrukte bladzijden en duizenden geleerde voetnoten. De doorsnee eerstejaars krijgt deze boeken niet in handen - en dat is maar goed ook, want hij (of zij) zou er zich behoorlijk aan vertillen.

De beginnende student krijgt trouwens tegenwoordig helemaal geen Duits- of Engelstalig handboek van enige omvang meer in handen (om over in het Frans geschreven boeken maar te zwijgen). Alleen de al wat oudere beoefenaars van de Oude Geschiedenis zijn nog grootgebracht met Bury's History of Greece en Cary's History of Rome, elk goed voor meer dan achthonderd bladzijden tekst en enige honderden noten.

Omstreeks 1965 ruimden Bury en Cary vrijwel overal in Nederland het veld (en mèt hen ook de noten). Daarna werd a History of the Ancient World van de hand van Starr vaak gebruikt (circa 700 pagina's), maar sinds het begin van de jaren '80 wordt ook dat nergens meer voorgeschreven, evenmin als het vergelijkbare boek van Roebuck. Een eerstejaars student klassieke talen of geschiedenis maakt heden ten dage met de wereld van de Oudheid kennis via een Nederlandstalig handboek van beperkte omvang (250, hooguit 350 bladzijden). Maar als het aan F.G. Naerebout en H.W. Singor ligt, moet daarin binnenkort verandering komen.

Hun nieuwe handboek wil met zijn 500 pagina's niet te beknopt zijn. Het is dan ook minder 'leerboek' en meer 'leesboek' dan de meeste andere in het Nederlands geschreven overzichtswerken op het gebied van de Oudheid. Maar niet alleen hierdoor kenmerkt Naerebout-Singor zich. De auteurs hebben het begrip 'oude geschiedenis' breder opgevat dan gebruikelijk is in Nederland. Dit impliceert dat zij in chronologisch opzicht gaan van de vroege prehistorie tot ver in de Europese middeleeuwen en wat geografie betreft het hele gebied van Eurazië en Noord-Afrika bestrijken (maar de nadruk ligt toch op de Grieks-Romeinse wereld van de periode 1000 v.C. tot 500 na C.). Verder hebben ze geprobeerd zoveel mogelijk het traditionele geschiedverhaal te combineren met aandacht voor onderwerpen die in het huidige onderzoek centraal staan.

Nieuw geluid

Dit laatste vormt een van de aantrekkelijke kanten van De Oudheid. Aparte paragrafen gewijd aan zaken als demografie, huwelijk en kerngezin, vrouwen in een veranderende mannenmaatschappij, seksualiteit en voortplanting zal men in andere handboeken niet vaak tegenkomen. Ze vormen onderdelen van een voor elke periode terugkerend hoofdstuk over 'Gemeenschapsleven en mentaliteit'. Eraan vooraf gaat telkens een caput met een 'Historisch overzicht' en een over 'De grote maatschappelijke structuren'.

Er is nog een ander opvallend verschil met vroeger. Gebruikelijk was tot nu toe dat eerst de Griekse geschiedenis werd behandeld, vanaf de vroegste tijd tot circa 200 v.C. (toen de eerste Romeinse legioensoldaten de Griekse wereld binnenstapten) of tot 30 v.C. (toen door de zelfmoord van Cleopatra in Egypte een einde kwam aan het laatste hellenistische koninkrijk). Vervolgens ging men dan vele eeuwen terug in de tijd om de geschiedenis van Rome op te halen.

Met die indeling is gebroken. De periode van 1000 vóór tot 500 na C. is door Neaerebout en Singor in vieren geknipt: de archaïsche tijd (1000-500), de klassieke tijd (500-336), de hellenistische tijd (336-30 v.C.) en de tijd van het Romeinse keizerrijk. In elk van de aan deze vier perioden gewijde delen passeert steeds de hele antieke wereld, van Oost naar West, de revue.

Dank zij dit nieuwe handboek klinkt er een nieuw geluid. En het is over het algemeen een mooi geluid. Natuurlijk, niet alles zal ieder even aangenaam in de oren klinken. Storend vind ik bijvoorbeeld dat zo vaak onnodig Engelse termen worden gebruikt. Waarom in plaats van Donkere Eeuwen of Duistere Tijd gesproken van Dark Age? Waarom geen equivalenten gegeven voor 'age class society' ('in de Dark Age het model van de age class society', staat er ergens), 'acquisitive mentality', enzovoort?

Men kan zich verder afvragen of de synchrone behandeling van de Griekse en Romeinse geschiedenis in de praktijk van het onderwijs wenselijk is. Sommigen zullen het ook betreuren dat de nieuwe aanpak, met veel aandacht voor sociaal-economische en mentaliteitsgeschiedenis, ten koste gaat van wat men toch ook graag aantreft in een handboek dat 'een redelijk compleet overzicht' wil bieden en een 'eenvoudig naslagwerk' wil zijn. Zo zijn, om een enkel voorbeeld te geven, de namen van Polycrates, Cimon, Nicias en Cleon uit De Oudheid geschrapt. En die van Sallustius, Livius, Vergilius, Horatius en Seneca. En die van Ambrosius, Agrippa, Maecenas, Jugurtha, Catilina, Clodius (hij, niet Caesar tekende als eerste voor de verstrekking van gratis graan aan de stadsbevolking van Rome).

Volmaakt is dit nieuwe handboek niet. Maar het is wel goed. Door zijn opzet is het bovendien niet alleen voor eerstejaarsstudenten geschikt, maar voor een gevarieerd lezerspubliek. Ieder die in de oude geschiedenis is geïnteresseerd, kan ervan leren en eraan veel leesplezier beleven.

    • H.C. Teitler