Frans-Duits blok frustreert concurrent

De liberalisering van de Europese telecommunicatiemarkt is nabij. Althans, 1 januari 1998 nadert, de datum waarop binnen de EU formeel alle belemmeringen voor concurrentie tussen telecombedrijven moeten vervallen. De Amerikaanse telecom-gigant AT&T heeft een hard hoofd in het ontstaan van een werkelijk vrije Europese markt. PTT Telecom-directeur Verwaayen niet: de markt zal zegevieren, omdat de markt nu eenmaal altijd wint.

Liberalisering van de Europese telecommunicatiemarkt? Bij AT&T, de grootste internationaal actieve telefoonmaatschappij ter wereld, geloven ze er niet zo in. De manier waarop Deutsche Telekom (DT) en France Télécom (FT), beide qua grootte tot de mondiale top-vijf behorend, zich voorbereiden op groeiende concurrentie wekt grote weerstand bij AT&T.

Door oprichting van een gezamenlijke onderneming, Atlas, willen de beide Europese concerns zich verzekeren van een groot deel van de Europese telecommunicatiemarkt. Samenwerking met de Amerikaanse operator Sprint (in de joint venture Phoenix) moet de Atlas-partners bovendien beter in staat stellen mondiaal hun diensten te slijten.

Atlas en Phoenix wachten nog op een fiat van de Europese en Amerikaanse autoriteiten. Die instemming is snel nodig, beklemtoonde DT-bestuurder Carl-Friedrich Meissner recentelijk nog op de beurs Telecom '95. “Atlas en Phoenix zijn hoekstenen onder onze globaliseringsstrategie. Tijd is een kritische factor om ons op de markt te kunnen vestigen. Als er onvoldoende concurrentie onstaat op wereldniveau, zal de klant de verliezer zijn.”

Vrees van Brussel dat Atlas een te groot machtsblok binnen de Europese Unie zal vormen en concurrentie zou frustreren, is wat Meissner betreft niet aan de orde. “We hebben gezegd dat we dat niet zullen doen.”

Als het aan AT&T ligt, komt die toestemming er desondanks niet. Reden om een luidruchtige anti-lobby te voeren: Je moet geen ondernemingen toelaten tot de Amerikaanse markt uit landen waar Amerikaanse bedrijven niet in een zelfde vrijheid kunnen opereren. Deutsche Telekom en France Télécom “mogen niet beloond worden voor het afsluiten van hun thuismarkten”, zo zei onlangs Vic Pelson, executive vice president en voorzitter van AT&T's Global Operations Team, op een persbijeenkomst in Washington.

Wat hebben de Amerikanen eigenlijk met Europese nationale markten te maken? Alles, vindt AT&T. De Amerikanen loeren op de nieuwe kansen die ontstaan als besprekingen over deregulering van de wereldmarkt voor telecommunicatie komend jaar volgens plan worden afgerond. Het is het belangrijkste onderwerp waarover de wereldvrijhandelsorganisatie WTO op afzienbare termijn overeenstemming hoopt te bereiken. Tegelijk bekijkt AT&T begerig de ontwikkelingen in Europa, waar het concern vette markten met hoge marges waarneemt.

Met name geldt dat voor Duitsland en Frankrijk, waar respectievelijk Deutsche Telekom en France Télécom op het grootste deel van hun thuismarkt (spraaktelefonie, datacommunicatie, kabeltelevisie) nagenoeg ongehinderd hun gang kunnen gaan. Op die markten zijn voor efficiëntere, minder monolithische organisaties geweldige winsten te boeken. De bestaande monopolisten zijn, zo luidt de algemene opvatting, nauwelijks in staat tot concurrentie.

Bovendien zijn de Duitse en Franse markten louter door hun omvang al aantrekkelijk. Deutsche Telekom zette vorig jaar voor omgerekend zo'n 69 miljard gulden om, de Franse zuster boekte een omzet van 45 miljard gulden. Daarmee zijn ze kleiner dan AT&T, dat in 1994 circa 130 miljard gulden omzet behaalde (waarvan bijna tweederde in telecommunicatiediensten), maar ze overtreffen British Telecom (35 miljard gulden omzet), dat al meer dan tien jaar zijn Britse thuismarkt moet delen met concurrenten. Bij deze reuzen valt PTT Telecom, met z'n 13 miljard gulden omzet, bijna in het niet.

Inmiddels vormen zich, met het zicht op de groeiende concurrentie, nationale en internationale consortia, in een poging voldoende kracht op te bouwen om op de verschillende markten staande te blijven als de strijd harder wordt. Zo heeft PTT Telecom met de Spaanse, Zweedse en Zwitserse zusters (Telefónica, Telia en Swiss Telecom) de pan-Europese onderneming Unisource gevormd. Dit consortium vormt met AT&T weer het bedrijf Uniworld, bedoeld om wereldwijd telecomdiensten te kunnen leveren. AT&T tracht via participaties door Uniworld in het Franse nutsbedrijf Compagnie Générale des Eaux en het Duitse consortium Communications Network International voet op de lokale markten te krijgen. Maar in beide gevallen gaat het om ondernemingen die meer activiteiten zouden willen ontplooien dan hun thans is toegestaan. Spraaktelefonie willen ze bijvoorbeeld aanbieden, en datalijnen. En zolang die markt voor hen gesloten blijft, vindt AT&T, dient elk initiatief waarmee de beide staatsconcerns hun positie op de telecommunicatiemarkt willen versterken, te worden getorpedeerd.

Afgaande op de ervaringen bij de privatisering van British Telecom, in 1984, zal het toch al moeilijk genoeg zijn marktaandeel te veroveren. Tien jaar na dato heeft BT, in de natie die Europa's meest liberale telecomwetgeving heeft, nog een marktaandeel van 90 procent.

De deal tussen Sprint, France Télécom en Deutsche Telekom moet dus worden geblokkeerd, legt AT&T's Vic Pelson uit, “omdat die indruist tegen telecomtrends in Europa en andere delen van de wereld.” Volgens hem zou toelating van de gezamenlijke onderneming de hele telecombranche schaden, evenals de clientèle.

AT&T deponeerde afgelopen maand zijn bezwaren tegen de alliantie bij de FCC, de Amerikaanse toezichthouder op de telecommarkt. Daarin drong het concern erop aan Phoenix slechts te fiatteren onder voorwaarde van effectieve toegang tot de Duitse en Franse markten. Pelson verstaat daar meer onder dan toelating van slechts één nieuwe telefoonmaatschappij. “Dat is namelijk volstrekt ontoereikend indien die onderneming niet in staat is in de praktijk een alternatief te bieden voor FT of DT voor de verbinding met lokale abonnees.” Met name de controle over de toegang tot de 'huiskamer' is van belang. AT&T, gespecialiseerd in lange-afstandsverbindingen, is gemiddeld 40 tot 45 procent van zijn omzet kwijt voor dit laatste stukje van de verbinding.

Zonder markttoegang op basis van wederkerigheid, zegt Pelson, kunnen AT&T en andere Amerikaanse telefoonmaatschappijen niet op wereldmarkten concurreren die feitelijk gesloten blijven. “Klanten moeten tegen concurrerende prijzen de beschikking hebben over allerlei diensten van allerlei carriers voordat je een markt open kan noemen.”

Ter illustratie: “Vandaag de dag onderhandelen we met DT en FT over gebruik van hun lijnen. Wettelijk is het ons verboden eigen faciliteiten te gebruiken. Dus moet je onderhandelen met een monopolist die tegelijk je concurrent is over het bedrag dat je voor gebruik van zijn netwerk moet betalen”, verklaart Pelson.

De AT&T-bestuurder ziet overigens wel enige beweging richting concurrentie in Europa, zegt hij, dankzij de Europese Commissie, bestuurders van Oftel (de toezichthouder op de Britse telecommarkt), de Duitse telecomminister Wolfgang Bötsch en andere beleidsmakers, die zich bewust zijn van de noodzaak tot versnelde liberalisering. “Dat is een goede trend. Maar de vooruitgang verloopt traag en onvoorspelbaar. Ze houdt geen gelijke tred met behoeften van klanten en technologische ontwikkeling. En het lijkt nog volstrekt niet op de situatie die nodig is om de Sprint-deal toe te staan.”

Het meest positief oordeelt hij nog over de situatie in Zweden en Groot-Brittannië, “waar liberalisatie een realiteit wordt”. British Telecom is al meer dan een decennium geprivatiseerd, er is een onafhankelijk toezichthoudend orgaan, en er zijn zo'n 150 dienstverleners die rechtstreeks met BT concurreren, somt hij op. Helaas beschikken alleen BT en Mercury over een landelijke infrastructuur, en blijft onderhandelen over toegang tot die netten een crime.

De opening van de Britse markt staat in schril contrast met Frankrijk, dat er deze zomer in slaagde “binnen twee dagen zijn houding tegenover privatisering en concurrentie honderdtachtig graden te draaien”. Als die manoeuvre iets zegt, meent Pelson, dan is het dat Parijs niet van plan is zijn markt te liberaliseren, geen tijdschema heeft, en evenmin de serieuze intentie France Télécom te privatiseren - “voorwaarde voor concurrentie”.

Duitsland heeft in ieder geval nog wetsvoorstellen op dit terrein, stelt de AT&T-bestuurder vast. “Maar ook niet meer dan dat - plannen, die nog volledig door het parlement behandeld moeten worden. Intussen klopt Deutsche Telekom op de poort naar de Amerikaanse markt. De prijs van toegang zal de werkelijkheid moeten zijn - niet de belofte - van concurrentie in Duitsland.”

In feite, meent Pelson, zal Frankrijk noch Duitsland in 1998 werkelijke toegang tot de lokale markt bieden. “Het is waarschijnlijk dat Amerikaanse maatschappijen de gelegenheid tot eerlijke concurrentie op deze markten zal worden onthouden tot ver voorbij 1998 - als zij überhaupt de kans krijgen.”