Enquêtecommissie spreekt in het geheim met officier

DEN HAAG, 14 OKT. De parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden heeft woensdag in het geheim de landelijk officier van justitie J. Kuitert gehoord. Dit is bevestigd door de hoofdofficier van justitie van het landelijk OM-parket, H. Holthuis.

Aan het gesprek dat achter gesloten deuren werd gehouden, is geen ruchtbaarheid gegeven omdat de veiligheid van de officier van justitie in het geding zou zijn. Kuitert kan volgens justitiële bronnen niet in het openbaar verschijnen omdat justitie over aanwijzingen beschikt dat dit een in het verleden door Kuitert vervolgde crimineel kan aanzetten tot bedreigende acties tegen haar.

Van Traa ontkende deze week desgevraagd dat hij een besloten verhoor zou houden. Volgens de griffier van de commissie was het onderhoud met Kuitert “geen verhoor maar een gesprek” en bestaat “in principe” nog steeds de mogelijkheid dat Kuitert voor een openbaar verhoor wordt opgeroepen. Holthuis wil niet zeggen waarom justitie op een onderhoud achter gesloten deuren heeft aangedrongen. De bedreigingen aan het adres van Kuitert houden naar verluidt geen verband met haar voormalige functie als CID-officier van justitie in Haarlem.

Fiod-medewerker C.H.J. de Jongh, die betrokken is geweest bij de invoer van het overgrote deel van de 65 drugscontainers die de politie de laatste jaren heeft ingevoerd, is begin deze week informeel gehoord door zijn superieuren bij de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, hoofd J. van Blijswijk en teamleider G. Bakker van de Douanerecherche. De Jongh is een kroongetuige voor de parlementaire enquêtecommissie maar kan op advies van zijn artsen niet door de commissie worden gehoord.

De Jongh was de laatste jaren bij de CID Haarlem gedetacheerd maar in een vertrouwelijke brief van 14 maart aan zijn directeur heeft hij geschreven dat hij “met toestemming” van de Fiod-top containers ongecontroleerd heeft ingevoerd om EG-fraude met sigarettensmokkel op te sporen. In hun verhoren hebben zowel Van Blijswijk als Bakker de verantwoordelijkheid hiervoor gelegd bij de CID Haarlem. Het gesprek dat de twee Fiod-leiders met De Jongh voerden, was er volgens collega's van De Jongh op gericht de zieke Fiod-medewerker alsnog te verleiden de schuld in de schoenen van de CID Haarlem te schuiven. De Jongh heeft dit evenwel geweigerd.

Het feit dat de twee Fiod-superieuren de zieke De Jongh hebben bezocht, kwam afgelopen week terloops aan de orde in de openbare verhoren. De commissie-Van Traa was hierover verbaasd, omdat de enquêtecommissie en de rijksrecherche steeds te horen hebben gekregen dat De Jongh onmogelijk door hen kan worden gehoord in verband met de ernst van zijn ziekte.

Uit de openbare verhoren is nog niet gebleken onder wiens verantwoordelijkheid het totaal van 65 containers is ingevoerd waarvan volgens een onderzoek van de Amsterdamse officier van justitie en oud-Fiod-medewerker F. Teeven sprake is.