De verrassing in de mist en drie eigen doelpunten

Volgende week staan in het Europese clubvoetbal twee Engels-Nederlandse wedstrijden op het programma: Leeds United-PSV en Everton-Feyenoord. Tot nu toe kwam het 32 keer tot een confrontatie tussen ploegen uit beide landen. De Engelsen wonnen 23 keer, de Nederlanders negen keer. Een terugblik op vijf gedenkwaardige clubontmoetingen.

Ajax-Liverpool 5-1 en 2-2 Seizoen 1966-'67, tweede ronde Europa Cup 1

De befaamde 'mistwedstrijd' betekent de eerste opzienbare prestatie van Ajax op internationaal niveau. De Amsterdamse ploeg overbluft het grote Liverpool. Al na twee minuten zet de onbekende Kees de Wolf, vervanger van de geblesseerde Keizer, Ajax koppend op voorsprong waarna de thuisclub via Cruijff, Nuninga (2x) en Groot naar 5-0 uitloopt. Sjaak Swart is dé uitblinker. Hij valt niet alleen aan, maar moet ook helpen verdedigen omdat Suurbier geblesseerd raakt en op halve kracht doorspeelt. In de laatste minuut kan Liverpool door Lawler eindelijk ook een keer scoren. Door de dichte mist hebben de meeste Nederlanders het slechts van horen zeggen dat Ajax een sublieme wedstrijd heeft gespeeld.

Liverpool-manager Bill Shankly kondigt na afloop aan dat zijn ploeg de zaken in de return wel even zal rechtzetten. Maar Ajax blijft op Anfield Road fier overeind. Wel krijgt doelman Gert Bals een paar keer hulp van paal en lat. Ajax neemt zelfs twee keer een voorsprong door Cruijff. Vijf minuten voor tijd weet Hunt nog wel het ongeslagen thuisrecord van Liverpool te redden. “De eliminatie van Liverpool is een waarschuwing voor de andere groten in het Europese voetbal”, schrijft de Daily Telegraph. Gert Bals nu: “Ook ik kon door die mist weinig zien van wat er voor het doel van Liverpool gebeurde. Als ik zag dat de jongens op de middenlijn juichten, wist ik dat er een doelpunt was gevallen. En dan juichte ik maar mee. Dat ging vijf keer zo. Dat was nogal wat tegen een club als Liverpool. Toch verraste het me niet echt. Je voelde gewoon dat je met z'n allen lekker in de wedstrijd zat. Het publiek heeft ook niet veel kunnen zien, maar desondanks herinnert iedereen zich dat het een bijzondere wedstrijd was. Misschien kwam dat wel juist door die mist. Of ik er nog veel over praat? Nee, nooit. Voor mij is het een gesloten boek. Je moet niet aan de gang blijven. Toen ik stopte, stopte ik ook echt.” Chelsea-DWS 0-0 en 0-0 - DWS wint na loting Seizoen 1968-'69, tweede ronde Jaarbeursstedenbeker DWS staat twee wedstrijden en een verlenging - totaal 210 minuten - met de rug tegen de muur tegen Chelsea. De Amsterdammers houden echter stand. Chelsea-spits Tambling mist in het eerste treffen in Londen de beste kans door een strafschop naast het doel van Jan Jongbloed te schieten. De Engelsen hanteren in de return de botte bijl en met name Rob Rensenbrink is daar het slachtoffer van. Hij moet geblesseerd uitvallen. DWS wordt na afloop beloond voor het kranige verweer. De Hongaarse scheidsrechter Birczak bepaalt met een muntstuk welke ploeg naar de volgende ronde gaat. De Amsterdamse aanvoerder Jos Dijkstra is de gelukkigste. Jos Dijkstra nu: “Ik moest naar het kleedkamertje van de scheidsrechter, in het Olympisch Stadion als je binnenkomt meteen links. Samen met de aanvoerder van Chelsea. Verder waren er ook nog de scheidsrechter, de twee grensrechters en twee UEFA-vertegenwoordigers. Toen moest er worden getost. Daar was een speciale munt voor. Wij speelden thuis, dus die Engelsman mocht de kant kiezen. Toen de hand van de scheidsrechter openging, zag ik dat we hadden gewonnen. Ik ben meteen naar onze kleedkamer gegaan. We zijn er door! Meer hoefde ik niet te zeggen. Het was natuurlijk feest. Tegenwoordig zouden de mensen zo'n loting niet meer accepteren. Ze zouden het stadion afbreken. Het was ook gek, niet eerlijk. Maar wat kon het ons schelen. Winnen was het belangrijkste.” FC Den Haag-Wolverhampton Wanderers 1-3 en 0-4 Seizoen 1971-'72, tweede ronde UEFA Cup De nieuwe fusieclub FC Den Haag, dat het seizoen ervoor als ADO derde was geëindigd in de eredivisie, is volstrekt kansloos tegen de Engelsen. Het wordt toch een gedenkwaardige ontmoeting omdat de Hagenaars in de return in stadion Molineux in Wolverhampton drie keer in eigen doel schieten. In de tweede helft zijn achtereenvolgens Kees Weimar, Aad Mansveld en Theo van der Burch de pechvogels. “Ik ben de enige verdediger die niet heeft gescoord”, constateert linksback Joop Korevaar na afloop. Het wordt 4-0 en Wolves-topscorer Derek Dougan is deze avond de enige Engelsman die een doelpunt weet te maken. Theo van der Burch nu: “We hebben na afloop vreselijk gelachen. Lachen na een nederlaag, ja. Maar drie keer in eigen doel schieten was ook zo uniek. Een wereldrecord. En het waren geen lullige goals, hoor. De ene was nog mooier dan de andere. Die van Mansveld schoot als een raket achter Ton Thie. Ik maakte de laatste. Ik durfde de bal niet met mijn been tegen te houden omdat ik bang was dat hij zou wegschieten. Dus knielde ik neer om 'm met mijn borst op te vangen. Toen stuitte de bal toch op de grond, kwam precies op het puntje van mijn knie en schoot zo in de kruising. Mooier heb ik 'm nooit meer gemaakt. En dat Korevaar niet scoorde en wij wel, was logisch. Hij had veel minder techniek, hahaha.” Tottenham Hotspur-Feyenoord 2-2 en 0-2 Seizoen 1973-'74, finale UEFA Cup Na de Europa Cup voor landskampioenen haalt Feyenoord ook als eerste Nederlandse club de UEFA Cup binnen. De Rotterdammers weten op het afgeladen White Hart Lane in Londen een 2-2 gelijkspel uit het vuur te slepen, onder meer door een doelpunt van Theo de Jong vijf minuten voor tijd. Op eigen veld is Feyenoord beter dan de Spurs. Centrale verdediger Wim Rijsbergen speelt een opvallende rol. Hij schuift door naar het middenveld omdat Van Hanegem is geschorst. Het is ook Rijsbergen die 1-0 maakt. In de slotfase stelt Peter Ressel de zege veilig. Het wangedrag van Engelse fans overschaduwt het succes van Feyenoord. In vak GG van De Kuip gaan de Britten op de vuist met Rotterdamse supporters. Er vallen meer dan honderd gewonden. “Engelands dag van schande”, staat de volgende dag in grote letters op de voorpagina van een Engelse krant. Wim Rijsbergen nu: “Die rellen zijn mij het meeste bijgebleven. Ze maakten grote indruk op mij. Ik was nog een jong broekje. Tijdens de wedstrijd zag je al dat er mensen vanaf de eerste ring zo naar beneden werden gegooid. Na afloop lag de gang bezaaid met gewonden. Op het parkeerterrein stonden auto's met de motorkap recht omhoog. Jezus, wat gebeurt hier, dacht ik. Ik begreep het niet. Ik ging weleens met kerstmis naar Engeland om voetballen te kijken en dan viel het me juist op dat de toeschouwers zich zo keurig gedroegen. Van die twee wedstrijden zelf herinner ik me eigenlijk weinig meer. Gek, hè. Ik scoorde 1-0, een kopballetje. Nee, ik maakte niet zo veel doelpunten, alleen de belangrijke.” Ipswich Town-AZ'67 3-0 en 2-4 Seizoen 1980-'81, finale UEFA Cup Het is een confrontatie tussen twee ploegen die in hun land de verrassing van het seizoen zijn. AZ'67, getraind door ex-bondscoach Georg Kessler, steunt vooral op z'n fantastische viermans-middenveld Arntz-Peters-Nygaard-Jonker. Ipswich Town speelt door de belangrijke inbreng van de Nederlanders Arnold Mühren en Frans Thijssen niet in de gebruikelijke Engelse stijl. In de eerste finale is Ipswich oppermachtig tegen een slap AZ. Het wordt 3-0 door doelpunten van Wark, Thijssen en Mariner. Toch acht AZ zich niet kansloos voor de return die niet in Alkmaar wordt gespeeld, maar voor 28.500 toeschouwers in het Olympisch Stadion. De droom wordt echter snel verstoord door een treffer na drie minuten van wederom Thijssen. AZ moet dan met 5-1 winnen, een onmogelijke opgave. Het wordt nog wel 4-2. Frans Thijssen nu: “Ik had voor die finales wegens spierblessures maandenlang niet of nauwelijks kunnen spelen. Conditioneel was ik er niet best aan toe. Ik kende natuurlijk iedereen van AZ. Eigenlijk voetbalde ik liever tegen onbekenden. Dan wisten ze niet hoe jij speelde. Maar aan de andere kant was het voor Arnold en mij bijzonder om tegen een Nederlandse club te spelen. We voelden ons favoriet tegen AZ. We hadden een uitstekende ploeg. Zo hadden we eerder met 5-1 gewonnen bij Saint Etienne met Platini en Rep. Bobby Robson was bovendien een manager die veel van het Nederlandse voetbal wist. We wonnen die eerste finale vrij gemakkelijk. AZ was net kampioen geworden en dat werd achteraf als excuus gebruikt. De return was veel moeilijker. Gelukkig scoorde ik snel. Ik nam een afgeslagen corner direct op mijn slof. Toen was het gebeurd.”